Beste Bob,
Het was in een restaurant. En met restaurants is het net als met kledingwinkels: er is altijd muziek. Soms vraag je je af wat er mis is met stilte. Helemaal als die stilte verdreven wordt door het complete oeuvre van The Beatles op panfluit. Panfluitmuziek mag, maar dan moet je minstens slecht sprekende Chinezen in dienst hebben, een draak bij de ingang hebben staan en laffe loempia’s serveren. Maar het gebeurt echt: een exquise restaurant dat BZN op de muzikale menukaart heeft staan. Het staat quasi chique heel zachtjes op de achtergrond, maar het blijft BZN. En als je BZN hoort kan Piet Veerman nooit ver weg zijn, en als Piet Veerman eenmaal voorbij komt zeilen kan het hele ouevre van The Cats er ook nog wel bij. Op panfluit of niet.
Net zo goed als ik kledingzaken met een te hoog oenk oenk gehalte mijd als de ziekte, zo mijd ik ook restaurants met matige muziek. Bij restaurants met matige muziek hoort namelijk veelal ook een te amicale gastvrouw die ongevraagd bij je tafeltje komt staan tetteren. Berg je dan maar voor het nagerecht, want geheid dat daar een uitklapbaar parasolletje op staat.
Afijn, het was dus in een restaurant. Altijd leuk om tussen het gesmak en geroezemoes door liedjes te raden. Het is een afwijking, ik weet het. Maar als er ergens in de verte een liedje te horen is, wil ik ook weten wat het is. Ik speel het spel vaak met mezelf. Aan een half baslijntje heb ik meestal genoeg. Ik volg de conversatie aan tafel, en ondertussen luister ik met een half oor wat er uit de speakers komt en moet toch minstens binnen een halve minuut voor mezelf het antwoord hebben op wat ik hoor. Dat begint ’s ochtends vroeg al: de wekkerradio gaat, dan volume op standje 10, en binnen een seconde na het wakker worden moet ik weten welk liedje ik hoor.
Maar goed, het was dus in een restaurant. Ik hoorde een liedje en kende het ergens van. Ik gaf mezelf strafpunten toen ik niet binnen het intro wist te raden wie de uitvoerende artiest was. Maar zodra het zingen begon hoorde ik al snel: dit is Het Goede Doel. Normaal gesproken zou ik dan rustig nog een keer de aardappelen opscheppen, maar ik werd gegrepen door het geluid. Oh ja, Alles geprobeerd, zo heette het. Niet een liedje om nog eens een lekkere hap witlof bij te nemen. Of wel. Het is een bitter liedje, met een melancholische melodie. Het bleef in m’n kop hangen. Dat outro. Drie minuten lang treurigheid. Ober, mag ik de ijskaart nog even zien? En ik zag gasten om me heen nog net zo blij kijken als toen BZN nog op stond. En ik bleef maar met het deuntje in m’n hoofd zitten. En vroeg me af wat het toch is met dit nummer. Ik luisterde het thuis nog eens en dwaalde op het wereldwijde web af naar de site van Henk Westbroek. Noem het toeval of niet, maar weer drie klikken verder zag ik de column staan waarmee alles op z’n plek viel.
“Bob Dylan heeft nog nooit 1 slecht liedje geschreven. Dat hij er ook meer dan honderd schreef die ik liever niet hoor staat daar los van. Veel van zijn liedjes vind ik niet zo goed omdat de tekst me niet aanspreekt of de melodie me niet bevalt. Dat ik er toevallig niet warm voor loop is vanzelfsprekend geen verstandige reden om een liedje slecht te vinden. Dat jij of ik bijvoorbeeld ongelovig zijn is tenslotte geen grond om de teksten waarin Bob zijn liefde voor God etaleert minder goed te vinden dan die waarin hij wat minder goddelijk geïnspireerd werkt: God of geen God, het rijmt altijd vlekkeloos! Dat we sommige van zijn melodieën niet onthouden kunnen of dat liever niet willen, is ook zonder betekenis. Zijn deuntjes zijn namelijk nooit slordig in elkaar geflanst en er zit altijd wel ergens een knappe vondst in. Zoals gezegd, Bob Dylan schrijft geen slechte liedjes! Alleen met enige regelmaat liedjes die we niet leuk vinden.
Kortzichtige popcritici hebben de gewoonte om over alles wat ze zelf niet mooi vinden te beweren dat het slecht is. Omdat ik in de vorige zin terloops suggereerde dat 9 van de 10 geharde Bob Dylan recensenten kortzichtig zijn, wil ik dat relativeren door te zeggen dat ze ook wel eens gelijk hebben. Maar zelden als het over Bob Dylan gaat vanzelfsprekend. Behalve dat de meeste liedjes van Bob Dylan beter zijn dan zijn meeste optredens hij is namelijk al jaren onafgebroken op tournee en daar is zijn stem niet beter van geworden- is Bob niet iemand die graag handtekeningen uitdeelt. Ik spreek uit eigen ervaring. En die van de drie bovenbazen van zijn platenmaatschappij die naast me stonden en net als ik ook off konden fucken. Interviews geeft Bob spaarzaam en als hij er al een geeft weet hij het zelden op te brengen er eens even goed voor te gaan zitten. Je wordt er meestal niet veel wijzer van, bedoel ik. Hoewel ik moeiteloos een paar artiesten kan noemen die ik hoger waardeer – Elvis, Mozart, John Lennon, is er niet één waar ik zo’n zwak voor heb als voor Dylan.”



