De nacht. De nacht is een deel van de dag, maar maakt de dag ook deel uit van de nacht? Om te beginnen is het donker: voor de meeste mensen een teken om zelf ook het licht uit te doen, de ogen te sluiten en te gaan slapen. Niet voor de nachtbrakers en nachtwakers. Na twaalven treden zij een nieuwe werkelijkheid binnen. Na twaalven begint een nieuwe dag, een dag die niks met overdag te maken heeft. Het is nacht. En de nacht heeft zo z’n eigen regels. Z’n eigen kostgangers. Vrachtwagenchauffeurs. Broodbakkers. Nachtzusters. Studenten die er nog ééntje doen en dan naar huis wankelen. En de mensen die niet kunnen slapen. Zij horen er eigenlijk niet bij, omdat ze het slapen gaan hebben verkozen boven het opstaan.
’s Nachts is het rustig, ’s nachts is het stil. Het enige licht komt van lantaarns en een verdwaalde koplamp in de verte. ’s Nachts geen files of ander oponthoud. Nou ja, behalve van de wegwerkers dan. Rij je overdag over een zoevend nieuw stukje snelweg en je vraagt je af waar dat ineens vandaan komt: bij nacht en ontij zijn ze met gepiep en gesis bezig geweest, hopend op tijd klaar te zijn, anders meldt de verkeersinformatie onverbiddelijk dat het de schuld van de uitgelopen wegwerkzaamheden is dat je nu in de file staat. De eerste file van de dag. Die staat er trouwens steeds vaker al ’s nachts. Overdag vraag je je af waar je al die auto’s laten moet, ’s nachts vraag je je af hoe er ooit zoveel auto’s zijn geweest. Kijkend in de eindeloze verte strekt het zwarte asfalt zich voor je uit. Het is de straf van Den Haag dat je ook dan 120 moet. Maar tenminste 120 kan. De politie vangt nog echte boeven en knijpt een oogje toe als je met 140 voorbij komt. De nachtdieren voelen zich verbonden met elkaar, ook al kennen ze elkaar niet. We dienen allemaal hetzelfde doel: de ogen open houden wanneer dat eigenlijk teveel gevraagd is. De tankstationmedewerker strijkt over z’n hart en deelt een gratis kopje koffie uit, en neemt er zelf ook één. Een nacht zonder caffeine is als het Vaticaan zonder paus.
En dan, als er licht gloort aan de horizon, als het eerste teken van de dag zich aandient, als de rij eindeloze forenzen opdoemt als een metershoge golf in een kabbelende zee, als het lawaai van fietsers, bussen, trams en treinen aanzwelt, dan gaat de nachtbraker naar huis. Er is een eind gekomen aan zijn dag. Morgen weer een nacht.




wat een prachtig stuk, krijg gewoon zin om ’s-nachts te gaan leven