Beste Bob,
Kerst. Het lijkt nog ver weg, maar voor je het weet kun je de kerstboom weer uit het vet halen. De dagen worden donkerder, de nachten kouder, en ach… in augustus liggen de pepernoten al in de winkel, dus in oktober een column over kerst: kan best!
Kerst. Het is net als de kermis. Ik heb er een haat / liefde verhouding mee. Los van het feit dat kerst en kermis vier letters met elkaar delen, delen ze ook dezelfde vrolijkheid én treurigheid. Kerst is verworden tot een kermis: lichtjes zover het oog zien kan, gesimuleerde gezelligheid die chagerijn moeten verbloemen. We sluiten vrede op aarde, want het is kerst. We gourmetten gezellig, want het is kerst. We lachen, drinken en doen vrolijk, want het is kerst. Heb je ooit achter de facade van de turbopoliep gekeken? Opgewekte klanken schallen uit de speakers, de lampjes knipperen in alle kleuren van de regenboog, maar eenmaal aangekomen bij de kassa word je meewarig aangekeken. Een warm welkom is het niet. Is het je wel eens opgevallen dat kermisklanten altijd treurig kijken? Terwijl alles om hen heen vrolijkheid uitstraalt, kun je ze zelf nooit op een lach betrappen. Zo zou het ook zijn als kerst het hele jaar duurde. De kermisklant glimlacht pas tevreden als de lichten gedoofd zijn en de speakers op stil staan.
Als kind wilde ik altijd een kerstboom tot de nok van het dak. Hoe hoger, hoe beter. Nu staat er verplicht een kerstboom in de huiskamer, het Hollandse poldermodel in grootte, niet te groot niet te klein, met stofzuigvriendelijke naalden. Als kind was ik al voor openingstijd te vinden op de kermis. Ik keek naar de opbouwwerkzaamheden, snoof de geur van de botsautobaan op en kon niet wachten tot de geluidsinstallatie werd getest. Nu bedank ik vriendelijk voor een suikerspin en loop alleen over de kermis omdat dat de kortste route naar de stad is.
Bob en kerst. Het klinkt als mezelf op de kermis. Altijd al eens achter de microfoon van zo’n attractie willen zitten, maar eenmaal erachter heb ik geen tekst. Dus ik roep maar zoiets als ‘hop hop hop’ en ‘gaat ‘ie gaat ‘ie gaat ‘ie’ en ‘opgepast voor de start.’ Als ik op de achterkant van het cd-doosje kijk zie ik alle geëikte kerstkrakers staan. Winter Wonderland. Little Drummer Boy. Silver Bells. Bij elk nieuw album stop ik vol spanning de cd in de speler. Deze keer omdat ik bang ben wat er komen gaat.
Ik hoor kerstbellen. Ik hoor een zedig vrouwenkoor. Ik zie duizenden lichtjes, gedrapeerd over besneeuwde daken. Ik zie pakjes onder de boom. Daarboven een zedig engeltje. Ik zie een modelgezin met geglazuurde glimlachen boven een gourmetstel. Een Coca Cola truck zoeft zachtjes voorbij. En dan… hoor ik gegrom en een grauw. Een raspende stem klinkt door de winternacht. Een onbeholpen kerstman banjert door het landschap, schopt een sneeuwpop omver. Hij kijkt mysterieus, ondoorgrondelijk, het lijkt geen kindervriend. Als de arrenslee voorbij is hoor ik nog net een in whiskey en sigaren gedrenkte lach. Vrolijk kerstfeest met Bob.




Ik hoop het, haha
Vrolijk kerstfeest alvast, en succes met de kerstboom!