Radio 538KX Radio
Weblog Beste Bob Muijs Gemist Muijst Wanted Muijsmail
Beste Bob: Ballad Of A Thin Man

Beste Bob,

Of eigenlijk moet ik zeggen: beste Rob. Het is inmiddels een jaar geleden dat je me onderdak gaf, nadat je hoorde dat ik bij 3FM weg zou gaan. We waren collega’s, maar spraken elkaar door wisselende werktijden zelden. Ik kwam je een keer tegen bij de lift, ik ging naar boven, jij kwam net naar beneden. In je hand je hebben en houden verpakt in een plastic tas van de supermarkt. Wel chic vond ik je schoenen. Puntlaarzen waar één of andere krokodil voor gesneuveld moet zijn. Jij zei hoi en ik zei ook zoiets, en dat was het dan. Van anderen had ik gehoord dat je nogal moeilijk benaderbaar was, een afstandelijk iemand, die z’n eigen gang ging. Misschien vond je mij ook wel een rare kwibus, want de eerstvolgende keer nam ik in mijn kielzog Dick Treesie mee. We deden iets voor zielige kinderen en we bivakkeerden de hele dag op de gang. Dat was zo ongeveer wat ik vertelde toen ik vroeg of ik even reclame mocht maken. Ik was nog maar halverwege de zin en jij zei al ja. Meer woorden hebben we niet gesproken, tot jij ineens opbelde. Je stond niet in mijn telefoonboek, en hoe je aan mijn nummer kwam weet ik niet. Ik vroeg nog een keer met wie ik sprak toen ik de eerste keer wel verstond dat het Rob Stenders was maar dacht dat ik dat zelf verzonnen had. Toen kwam die openingszin. Ik hoor dat jij de stervende zwaan bent, en ik ben je aasgier. Of ik bij je hobbystationnetje in Amsterdam kwam. Het internetstation van Rob Stenders. Die Rob waar ik altijd naar luisterde als ik uit school kwam. Die Rob waar ik altijd zo om moest lachen vanwege z’n taalvondsten. Die Rob die me muzikaal opvoedde omdat hij Andreas Johnson net zo vaak achter mekaar draaide tot je ‘m wel leuk moest vinden. Die Rob die een tikkie mysterieus was, sowieso altijd te laat kwam en soms helemaal niet kwam opdagen. Die Rob die aan z’n luisteraars vroeg of z’n contract verlengd moest worden. Die Rob die ik altijd zo bewonderde. Maar dat zei ik allemaal niet. Ik zei ja. Een week later zat ik tegenover je en je bleek hartstikke aardig. Je bleek ook van voetbal te houden, en daarin vond je geen gesprekspartner, maar dat ik –in tegenstelling tot Fred- Steely Dan wel kon waarderen maakte een boel goed. En of ik volgende week kon beginnen.

Het is inmiddels een jaar geleden dat ik de eerste regels aan dit papier toevertrouwde. Het begin van een dagboek, hoewel zonder dagelijkse bijdrage en ook de geheimhouding door middel van een slot en een goed bewaakte schuilplaats ontbreekt. Het is eigenlijk alles wat een dagboek niet is, en toch is dat was het is. Ik doe het om de taal te laten spreken. Ik doe het voor de muzikale opvoeding. Ik doe het soms een tikkie mysterieus. Ik doe het om dat te zeggen wat ik niet altijd hardop durf te zeggen, en zeg het vervolgens hardop. Ik doe het voor Bob. Eh… Rob, wat is je favoriete liedje van Bob?

Wat moet Hulzebosch doen vanaf z’n pensioen?

Hij is 39 jaar en vindt het nu wel klaar. Erik Hulzebosch stopt met schaatsen. Voordat hij in de Elfstedentocht een stoeltje als hulpstuk moet gebruiken hangt hij de schaatsen aan de wilgen. Maar om nu al achter de geraniums te gaan zitten, daarvoor is het nog een beetje te vroeg. Dus wat moet Erik Hulzebsoch doen vanaf z’n pensioen? Hier de top 5 van leukste SMSjes die binnen kwamen via 5380!

5. Presentator van het Groot Dictee der Nederlandse Taal
4. Zanger voor talibangevangenen
3. Toezichthouder op de Noordpool
2. Schaatsenslijper
1. Schaatscoach in Dubai

Beste Bob: Chimes of Freedom

Beste Bob,

Het was 1989 en ik was nog een kind. Ik kreeg het in Jip & Janneke taal uitgelegd via het jeugdjournaal. Aan de rechterkant woonden de Ossies, aan de linkerkant de Wessies. Je kon niet bij elkaar op visite, zelfs niet als het je eigen familie was. Al woonde je honderd meter bij elkaar vandaan en kon je uit het raam zwaaien naar de overkant. Zonder pardon werd je tegengehouden bij de muur. Of erger nog: neergeschoten. De muur, die dwars door de stad liep. Een grens die de stad in tweeen verdeelde. Nog meer indruk maakten de beelden. Mannen met pikhouwelen bovenop de muur, die uit alle macht op het beton inhakten. De ene kant met kleurige graffiti, de andere kant kaal en grijs. Blije gezichten, nog steeds strak kijkende mannen in uniform, een slagboom die omhoog gaat, een bonte stoet mensen die al zwaaiend de grens passeert, te voet, op de fiets of in een vaalgroene Trabant.

Het zijn de eerste beelden die bovenkomen; vraag me niks over het EK van 1988 of het bezoek van de Paus een paar jaar daarvoor. Maar de val van de muur staat op mijn netvlies gebrand. En nu, 20 jaar later, sta ik er zelf. Busladingen vol toeristen worden uitgespuugd bij Checkpoint Charlie. Geen muur te zien, alleen een wachthuisje met een acteur in uniform die gezellig met Japanse toeristen op de foto gaat. Je kan lopen waar je wil, als er tenminste niemand voor je voeten loopt. Verder lijken alle sporen uitgewist, behalve een rij kinderkopjes die aangeeft waar de muur heeft gestaan. Ik hinkel van links naar rechts. Honderd meter verderop staat nog een stuk muur overeind. Geen japanner te zien. Ernaast een braakliggend terrein, daar stond ooit het hoofdkwartier van de SS. Op de puinhopen van Hitler werd de aorta van een nieuwe dictatuur gebouwd. Ik bedenk me wat het is ein Berliner te moeten zijn. Het is een grijze dag, typisch Oost-Duits weer. Een Trabant rijdt rokend voorbij. Kun je huren voor sightseeing Berlijn. Ik loop onder de Brandenburger Tor door, Unter den Linden, en bedenk me dat ik van west naar oost gelopen ben.

Een week lang heb ik het liedje van Klein Orkest in mijn hoofd. De Karl Marx Allee doemt op. Voor een communistische straat ziet het er gezellig uit. Een Porsche scheurt voorbij. Ik raak in de war bij het zien van al die moderne gebouwen. De grote grijze betonkolossen staan tegenwoordig in het westen. De vooruitgang leverde een McDonalds op. Slapen doe je in de Tulip Inn. Bij de halte van de tram hangt een aanplakbiljet voor een concert in de O2 World. Van eenheid komt eenheidsworst.

Weblog      Beste Bob      Muijs gemist      Muijst wanted      Contact
© Martijn Muijs 2010