Beste Bob,
Het was 1989 en ik was nog een kind. Ik kreeg het in Jip & Janneke taal uitgelegd via het jeugdjournaal. Aan de rechterkant woonden de Ossies, aan de linkerkant de Wessies. Je kon niet bij elkaar op visite, zelfs niet als het je eigen familie was. Al woonde je honderd meter bij elkaar vandaan en kon je uit het raam zwaaien naar de overkant. Zonder pardon werd je tegengehouden bij de muur. Of erger nog: neergeschoten. De muur, die dwars door de stad liep. Een grens die de stad in tweeen verdeelde. Nog meer indruk maakten de beelden. Mannen met pikhouwelen bovenop de muur, die uit alle macht op het beton inhakten. De ene kant met kleurige graffiti, de andere kant kaal en grijs. Blije gezichten, nog steeds strak kijkende mannen in uniform, een slagboom die omhoog gaat, een bonte stoet mensen die al zwaaiend de grens passeert, te voet, op de fiets of in een vaalgroene Trabant.
Het zijn de eerste beelden die bovenkomen; vraag me niks over het EK van 1988 of het bezoek van de Paus een paar jaar daarvoor. Maar de val van de muur staat op mijn netvlies gebrand. En nu, 20 jaar later, sta ik er zelf. Busladingen vol toeristen worden uitgespuugd bij Checkpoint Charlie. Geen muur te zien, alleen een wachthuisje met een acteur in uniform die gezellig met Japanse toeristen op de foto gaat. Je kan lopen waar je wil, als er tenminste niemand voor je voeten loopt. Verder lijken alle sporen uitgewist, behalve een rij kinderkopjes die aangeeft waar de muur heeft gestaan. Ik hinkel van links naar rechts. Honderd meter verderop staat nog een stuk muur overeind. Geen japanner te zien. Ernaast een braakliggend terrein, daar stond ooit het hoofdkwartier van de SS. Op de puinhopen van Hitler werd de aorta van een nieuwe dictatuur gebouwd. Ik bedenk me wat het is ein Berliner te moeten zijn. Het is een grijze dag, typisch Oost-Duits weer. Een Trabant rijdt rokend voorbij. Kun je huren voor sightseeing Berlijn. Ik loop onder de Brandenburger Tor door, Unter den Linden, en bedenk me dat ik van west naar oost gelopen ben.
Een week lang heb ik het liedje van Klein Orkest in mijn hoofd. De Karl Marx Allee doemt op. Voor een communistische straat ziet het er gezellig uit. Een Porsche scheurt voorbij. Ik raak in de war bij het zien van al die moderne gebouwen. De grote grijze betonkolossen staan tegenwoordig in het westen. De vooruitgang leverde een McDonalds op. Slapen doe je in de Tulip Inn. Bij de halte van de tram hangt een aanplakbiljet voor een concert in de O2 World. Van eenheid komt eenheidsworst.




Best groot contrast eigenlijk… Tegenwoordig verandert alles zo snel!