Radio 538KX Radio
Weblog Beste Bob Muijs Gemist Muijst Wanted Muijsmail
Weblogwoordvandeweek: meisje

[photopress:meisje.jpg,thumb,pp_image]
Meisje. Ik ben het niet. Ook nooit geweest trouwens. 28 jaar geleden werd bepaald dat de babykamer blauw zou worden. Overigens: is er iemand die weet waarom jongenskamers lichtblauw worden geverfd, terwijl roze traditioneel op de muren wordt gesmeerd als men een meisje verwacht? Daar schijnt geen eensluidend antwoord op te zijn. In het pleistoceen moesten vrouwen – als verzamelaars – vooral de kleur van rijp fruit goed kunnen herkennen. Rijp fruit is rood. Mannen daarentegen gingen op jacht en hadden dus niks aan een extra sensor voor roodtinten. In plaats daarvan gingen ze voor de koele tinten, zoals blauw. Maar in de katholieke Middeleeuwen werd rood – de kleur van vuur en bloed – dan weer als een mannenkleur beschouwd, terwijl blauw – de kleur van het water – een vrouwenkleur was. En dus doen ze het in België precies omgekeerd. Daar was rijp fruit in de middeleeuwen ook nog blauw. Ofzo. Hoe dan ook: de geboortekaartjes met ‘hoera, Marjolein is geboren’ konden linea recta richting prullenbak. Wie heeft het niet eens gevraagd: mam, hoe had ik eigenlijk geheten als ik niet een jongetje maar meisje was geweest? Marjolein was het antwoord van mijn moeder. Of Marjolijn, want uit haar gesproken antwoord kon ik de spelling niet opmaken.

Hoe ik als meisje was geweest kan ik slechts raden. De lego werd dan ingeruild voor barbies, ik deed geen cursus figuurzagen maar was erg onsuccesvol in het haakklasje, had ik op iets latere leeftijd geen crush op Daphne Bunskoek gehad maar was Wessel van Diepen onderwerp van mijn puberdromen, het drumstel was een dwarsfluit geweest. En had ik dan eigenlijk bij de radio willen werken? Gek genoeg is het aandeel vrouwen op de radio ongeveer even groot als dat van hun mannelijke collega’s, zolang het nieuwslezen en presenteren van journalistieke programma’s betreft. Maar muziekradio? Net zo mannelijk als de paardenstaart van André Agassi. Zoals secretarissen echt geen mannelijke secretaresses zijn, zo is de discamazone nooit de vrouwelijke versie van de DJ geworden. Ieder jaar is het tijdens de uitreiking van de Radioring weer bal. Het hengstenbal kent een kortstondig feminiene terzijde, als de zilveren radio ster in de categorie vrouw wordt uitgereikt. Aan altijd weer één van dezelfde drie genomineerden. Claudia de Breij, Froukje de Both, Annemieke Schollaardt. Waarvan de laatste de enige echte fulltime vrouwelijke radiomaker is, zolang ze heur hart niet aan de VPRO-televee verpandt tenminste. Is het als man bijna ondoenlijk om je tussen de 30 medekandidaten te wurmen: als vrouw op de radio ben je verzekerd van een plekje in de longlist, alleen al omdat je vrouw bent. Waarom houden vrouwen niet van plaatjes aan elkaar praten, een wistudatje eruit gooien over Bruno Mars, een hoeheetjehoegaathetmetjewatdoejevoordekost-gesprekje met een beller aanknopen en dan doorrrr met de hete hits? Terwijl de vrouwen toch in even grote getale aanwezig zijn als het gaat om het consumeren van het geluid uit de radiospeaker: Radio 538 heeft gemiddeld genomen zelfs meer vrouwelijke dan mannelijke luisteraars. Daarom ben ik ook blij met collega Kim, die de uitzondering vormt die de regel bevestigd. Hoewel ze ook van voetbal houdt en whisky kan drinken als een tempelier.

Zoals James Brown ooit al eens zong. This is a man’s world. But it wouldn’t be nothing without a woman or a girl. Is er misschien een secretaresse die dit ingesproken bandje even kan uittypen?

[ Wil jij het weblogwoordvanvolgendeweek bepalen, laat 'm dan achter in de comments! ]

Tegeltjeswijsheid

[photopress:tegeltje2.jpg,thumb,pp_image]
Ze zijn terug van eigenlijk nooit weggeweest: de Manic Street Preachers. Met de good old wall of sound uit Motorcycle Emptyness en een tekst die If You Tolerate This, Your Children Will Be Next evenaart. Alleen die eerste zin al. To Feel Forgiveness You Gotta Forgive. Kan zo op een tegeltje. En ook de titel van hun nieuwe single zou je zo in Delfts blauw op de schoorsteenmantel kunnen zetten: (It’s Not War) Just The End Of Love.

Om de terugkeer van de Manics te vieren doe ik volgende week vrijdag in De Piepshow op KX Radio een top 10 van tegeltjeswijsheden. Met deze natuurlijk op 1. En verder bijvoorbeeld:

Manic Street Preachers – If You Tolerate This, Your Children Will Be Next
A Flock Of Seagulls – The More You Live, The More You Love
Carly Simon – It’s Hard To Be Tender
Joe Jackson – You Can’t Get What You Want (‘Til You Know What You Want)
Smashing Pumpkins – The End Is The Beginning Is The End
Richard Ashcroft – Music Is Power
Poison – Every Rose Has It’s Thorn
Notorious B.I.G. – Mo’ Money, Mo’ Problems
Lenny Kravitz – It Ain’t Over ‘Til It’s Over
The Beatles – All You Need Is Love
New Radicals – You Get What You Give
Sheryl Crow – Every Day Is A Winding Road
R.E.M. – Everybody Hurts
Bob Marley – No Woman, No Cry
10CC – Life Is A Minestrone
Phoenix – Everything Is Everything
Curtis Mayfield – If There’s Hell Below, We’re All Gonna Go
Hot Chocolate – Everone’s A Winner
The Cure – Boys Don’t Cry
Bananarama – It Ain’t What You Do It’s The Way That You Do It
Solomon Burke – Everybody Needs Somebody To Love

Welke moet er zeker in? Vul aan en laat het weten in de comments!

Weblogwoordvandeweek: gestampte muisjes

[photopress:gestamptemuisjes.jpg,thumb,pp_image]
Gestampte muisjes, niet te verwarren met gestampde muisjes. Leg aan een gemiddelde 15-jarige de vraag voor om gestampte muisjes te spellen, en ze spellen naar alle waarschijnlijkheid gestampde muisjes, maar naar alle waarschijnlijkheid sgrijfen se ook nar ale waarsgijnlijkhijt. Het onderwerp gestampde muisjes (die dus grammaticaal gezien een postzegel op hun rug geplakt hebben gekregen, vast familie zijn van de ooraangenaaide muizen, zelf nar ale waarsgijnlijkhijt op transport zijnde naar het volgende biomedische tussenstation, en die -omdat de TNT het ook niet makkelijk heeft nowadays- zich dus een postzegel aangenaaid hebben gekregen, dat scheelt likken) laten we bij deze even voor wat het is. Gestampt dus, want de stam van stampen is stamp en de p bevindt zich in ‘t kofschip, of het fokschaap zo u wilt, en dus stam + t. Of in dit geval: stamp plus t. Eén en ander kunt u niet nalezen op teletekstpagina 367, raadzamer is in dit geval een vierdejaarsleerling van de pabo te raadplegen, en het dan precies au contraire te doen. En hoe u dat moet doen vraagt u dan weer aan een doorgewinterde lerares Frans, niet te verwarren met een Franse lerares.

Trouwens. Even een vraag tussendoor. Wanneer was de laatste keer dat u een muis heeft gestampt? In mijn geval zal dat toch alweer een jaar of wat geleden zijn. Het was in elk geval in het tijdperk voordat de poes werd gestampt. Dat gebeurde naar ik mag aannemen door een voorbijrazende auto, maar een passerende trein kan het ook geweest zijn: de toedracht zal ik nooit te weten komen, aangezien Wally (oh, had ik al verteld dat ze Wally heette en vernoemd is naar charmezanger Eddy Wally? Nee? Ze heette Wally en is vernoemd naar charmezanger Eddy Wally. Het leek me logischer het poesje Wally te noemen en haar broer, een kater dus, Eddy dan andersom) van de ene op andere dag spoorloos verdween. Tot die tijd, met name tijdens de wat warmere maanden van het jaar, lag er voor de achterdeur en heel soms achter de voordeur wel eens een muisje. Ik twijfelde of er wel voldoende voer in het kattenbakje had gezeten, maar het hoopje voer was bijkans onaangeroerd, wat me meteen aan het twijfelen bracht over de kwaliteit van de Lidl-grootverpakking. Zo likkebaardend als die poezen in de Whiskasreclame had ik de viervoeters in mijn nabijheid sowieso nog nooit gezien, misschien dat ze daarom maar buiten de deur aten. Maar ik werd ruw gewekt uit mijn existentiële poezenvragen. Er bewoog iets. Geen vloeiende beweging, meer schokkend. Wat ik te zien kreeg schokte ook mij: het muisje was nog niet overleden. Levend kon ik het echter ook bepaald niet noemen. In poezenexistentialisme was het waarschijnlijk al te ver heen om nog als interessante prooi aangemerkt te kunnen worden. Wat dat betreft kunnen katten zich erop voorstaan de penoze uit het dierenrijk te zijn: meppen tot het half dood is, eventjes het slachtoffer op adem laten komen, laten aansterken, en als het zichzelf dan voldoende heeft opgelapt om iets van weerstand te kunnen bieden – hoppa, de volle laag erover heen. En dan ongeïnteresseerd weglopen. Of ze denken dat die vierkazenpizza van gisteravond toch niet toereikend is geweest voor de Godfather (eerbiedig de hand die u voedt) en werpen bij wijze van dank en een klein spoortje van protest wegens het niet mogen meedelen in de vierkazenpizzavreugde het muisje voor jouw voeten. There you go, it’s all yours. Tja, daar sta je dan. Terwijl het muisje kronkelt. Al snel zie je: laten leven is geen optie. Dus valt langzaam laten doodgaan ook af. De pil van Drion, die ze vast hebben getest op muizen, ligt niet in mijn medicijnenkastje, dus loop ik maar naar de schuur voor het groffere geschut. In een soort van instinct pak ik een schep en bedenk me dat het beestje uit zijn (of is het een haar?) lijden moet verlossen. So far, so good, één team, één taak, landmacht here I come. Maar dan sta ik opnieuw oog in oog met het hulpeloze beest en wordt mijn verplegersgeweten op de proef gesteld. Kan deze patiënt nog gered worden? Zwachteltje erom, drie maal daags een blokje kaas en het zal wel weer gaan. Maar ik zie dat het niet gaat. En ook die schep lijkt me ineens een minder effectief wapen: ik zal ermee plat op de grond moeten slaan, daarbij zelf bukkend naar de grond en dus richting het object dat ik nu juist liever niet wil raken en vooral niet wil zien in de verplettende val van het tuingereedschap. Dus hef ik in een soort van reflex mijn rechtervoet op, en stamp erop.

Ik heb vaker last van muizen gehad. Niet dat ze achter de plinten zaten: het waren exemplaren in gevangenschap. In een bakje. Iets zoals een aquarium, maar dan zonder water. Een soort van tussenstation tussen het konijn en de cavia. Twee stuks. Zwart waren ze. De namen die ik ze gegeven hebben weet ik niet meer. Het zal ongetwijfeld niet veel poëtischer dan knabbel en babbel zijn geweest. Op mijn slaapkamer. In een bakje. Met zo’n molentje. Waar ze dan leuk in kunnen lopen, zodat hun territorium toch nog oneindig lijkt. In een slaapkamer. Waar je wil slapen. Als de muizen in het molentje gaan. Terwijl jij de slaap wil vatten. Gaan zij rondrennen in hun molentje. Jij wil slapen. Zij niet. Skwiek skwiek skwiek. Onverenigbare combi, al dacht de smeeroliegigant daar heel anders over. Dan ging het een weekje goed. Hoorde je alleen nog skw skw skw. Maar na een week, misschien twee, klonk het weer in het holst van de nacht. Skwiek skwiek. Gek werd je er van. Kon ze wel de nek omdraaien. Of lekker met hun hoofdje tussen dat molentje en dan van je skwiek skwiek. Of gewoon domweg met je schoen erop gaan staan. Maar ja. Ik was nog een kind en vol onschuld, dus leed ik slapeloze nachten en deden zij van skwiek skiek. Wat ze sowieso nooit langer volhielden dan een jaar of wat. Dan kregen ze steevast een bult op hun rug. ‘Ja, dat is een bult op zijn rug,’ zei de dierenarts, een open deur intrappend. Dat had ik zelf ook wel gezien. Het woord kanker had ik nog niet vaak in mijn leven gehoord, en de dierendokter waagde zich er ook niet aan. Hij zou kijken wat hij eraan kon doen. Diezelfde dag ging Mission Muis van start onder de operatielamp. Mijn ouders betaalden uit dierenliefde voor mij een operatie waar de afloop eigenlijk al van vaststond. Ik wachtte de volgende dag de uitslag gespannen af. Op mijn slaapkamer was het stil. Ik miste het geswiek. Dat geluid zou niet meer terugkeren. Mijn vader had me er al op voorbereid. Dat het ook wel eens minder leuk zou kunnen aflopen dan ik had gehoopt. Het eindverslag kwam niet lang daarna. De operatie was geslaagd, maar de patiënt overleden. Of de dierenarts had per ongeluk het bakje laten vallen, de muis was op de grond gekletterd en de assistente vroeg nog ‘waar dan?’ maar zag bij haar achterwaartse manoeuvre het object van haar zoektocht over het hoofd en plette het beestje vakkundig tussen schoenzool en tegelvloer. Kan ook.

[ Wil jij het weblogwoordvanvolgendeweek bepalen, laat 'm dan achter in de comment! ]

Nieuw, new, neu, nouveau, nuovo!

[photopress:nieuw.gif,thumb,pp_image]
Hie. Ha. Hiehahoo. En van je hela hela hola. We dansen de compostella. Etcetera.

Na het laatste kwartaalafschrift leek het me een goed plan weer iets van waar te gaan bieden voor m’n eigen geld. Het is misschien 1.0, misschien is twitter wel veel meer de bom, misschien zijn weblogs gewoon zooo 2009, maar je hebt er één en dus vooruit met de geit. Maandenlang is het hier stil geweest, welnu: beschouw dit dan maar als een doorstart en martijnmuijs 2.0 enzo. Met veel schrijfels over muziek, een beetje radio én… het weblogwoordvandeweek. Heel 2.0 om dat aanmekaarteschrijven, liefs nog met een hashtag ervoor (u weet wel, #, de 2.0 onder de apestaartjes), en het werkt als volgt: drop een onderwerp in de comments, zoals ‘cda-congres,’ ‘huizenmarkt’ of ‘mijnwerker,’ maar ook ‘snor,’ ‘koffiebonen’ en ‘containerreiniging’ komt best wel door de ballotage (oeh, een woord op zich). Eh, kortom: you name it. Schrijf ik een epistel naar aanleiding van dat ene weblogwoord van de week. In hele zinnen, met meer dan 140 tekens, including interpunctie, heel erg niet twitter. Deal? Nu nog die miljoenen bezoekers terugkrijgen op martijnmuijs.nl. Welkom terug!

Solomon Burke 1940-2010

Elvis was The King. Michael Jackson dichtte zichzelf The King of Pop toe. Hij was de onmiskenbare King of Rock ‘n Soul. Every inch a soulman. En nu zijn de drie koningen dood. Afgelopen zondag overleed Solomon Burke. Na net te zijn geland op Schiphol, onderweg naar het volgende optreden dat hij met De Dijk zou geven. Schiphol. Dat heet officieel Haarlemmermeer, en dat staat niet echt rock ‘n roll op je wikipediapagina. Philadelphia, 21 maart 1940 – Haarlemmermeer, 10 oktober 2010. Maar let’s face the facts. Of zoals Huub van der Lubbe in DWDD zei: Solomon was op weg naar één van zijn volgende optredens toen hij door de dood werd ingehaald. Klinkt al iets romantischer.

Ik zag ‘m eens in de Oosterpoort in Groningen. Had toen net z’n comeback gemaakt met de plaat Don’t Give Up On Me. Een zoemend hammondorgeltje in de meeste van de liedjes en die rauwe maar warme stem van Solomon. In het echt was hij al net zo overdonderend, al was het maar omdat hij een kwart van het podium voor zijn troon nodig had, waar hij op zetelde omdat staan te moeilijk was geworden met zijn postuur. De band deed er een versnellinkje bij, de blinde hammondspeler roetsjte over de toetsen, er werden rozen uitgedeeld, dames mochten dansen op het podium, Solomon zong ontelbaar veel soulkrakers, of hij ze nou ooit zelf had geschreven of niet, en de avond was nog lang en onstuimig.

En nu is hij niet meer. Eén van de grootste soulzangers, zowel qua stem als lichaam, overleed op 70-jarige leeftijd. Ik twitterde een stukje tekst uit één van z’n liedjes en rest in peace enzo en had er op kunnen wachten: moet ik die gast ergens van kennen? Tja, tussen de Justin Biebers en Timberlakes viel hij niet meer zo op, al haalde onze eigen Junkie XL hem nog even uit de vergetelheid en naar Pinkpop. En ook de Blues Brothers is alweer even geleden. Echt grote hits had ‘ie nooit. Everybody Needs Somebody To Love kan iedereen nu meebrullen, maar zijn versie haalde de hitparade niet. Toch is hij een even grote legende als Otis Redding, Sam Cooke, Wilson Pickett en James Brown. To name a few. En nu dus toegevoegd aan het lijstje dode soulhelden. En dus een kleine ode. Don’t Give Up On Me.

Nachtegaaltje van Nederland

Bijna 3 miljoen kijkers can’t be wrong: The Voice of Holland is dan weliswaar talentenshow nummer zoveel op televee, maar toch weer een knallend kijkcijfersucces. Deze keer zonder afzeikvoorrondes en dus meteen door naar de gouden strotjes. En verbazingwekkend genoeg zijn dat er na 180 X-Factors, Hollands Got Talents, Idols en Popstars toch nog steeds meer dan je had gedacht. Eén van de namen die wordt getipt voor de grande finale is Ben Saunders. Eerder belden we al effe met hem in de 53n8club.

Ok, so far, zo weinig nieuws onder de zon. Tot ik afgelopen vrijdag een vreugdedansje rond de kijkbuis deed, al moet ik daar opnieuw een muur voor stucen, aangezien er helemaal geen rondje om de tv kan worden gedanst, maar dat terzijde. Tot mijn verbazing zag ik ineens Eva Auad in beeld. Eva wie? Ken je nu nog niet, maar you better should be. Een jaar of wat geleden kreeg ik een promo-cdtje in m’n handen gedrukt ter lering ende vermaack en -je raadt het al- promotie van de betere Zeeuwse popmuziek. Blof en Racoon ken je inmiddels. Maar het eerste liedje werd gezongen door ene Eva Auad. Nooit van gehoord dus.

Roll It Over Me vond ik vanaf dat moment echt een fantastisch liedje. Eva wilde het ‘s ochtends vroeg wel live komen zingen in de studio. Ze werd de eerste en enige die twee keer hetzelfde liedje live deed. Niet omdat ze een valse start had, omdat het zó goed was dat ik ‘m nog een keer wilde horen! Een ander liveliedje dat ze toen deed staat trouwens nog steeds op haar hyves. En toen kwam het grote zwarte gat. Goed zingende boys en girls kwamen en gingen, maar geen Eva Auad. Tot afgelopen vrijdag dus. Ze is glansrijk door naar de volgende ronde enneh… I vote for Eva! Check hier nog één keer waarom:

Weblog      Beste Bob      Muijs gemist      Muijst wanted      Contact
© Martijn Muijs 2012