Radio 538KX Radio
Weblog Beste Bob Muijs Gemist Muijst Wanted Muijsmail
Ryan Shaw @TivoliUtrecht

Weblogwoordvandeweek: afwasborstel

Het is donderdagmiddag, een uur of 5. Ik hoor het nieuws op de radio. Dat hoorde ik een uur geleden ook al. Ik rij met een gangetje van hooguit 20 kilometer per uur. Ik ben expres vroeg van huis gegaan, want hoewel de persoon waarvoor ik in de auto zit vaak te laat komt, ben ik zelf liever op tijd. 2 over 5. Een uur geleden werd een vertraging voorspeld van 26 minuten, nu meldt de verkeersinfo drie kwartier. Normaal gesproken had ik een cd’tje van huis meegenomen om alvast in de stemming te komen, maar die ben ik vergeten. Ik graai met mijn linkerhand in het portiersvak. Deo meegenomen, maar die heb ik nu niet nodig. Ik pak het briefje met erop een paar regels routebeschrijving. Terwijl ik links aanhou om de A12 op te rijden is het navigatiesysteem nog op de Fokkerweg in Hoogeveen. ‘Waiting for GPS signal.’ Tegen de tijd dat het apparaat begint te werken rij ik Arnhem in, en lees op een bord dat ik linksaf moet, terwijl de stem uit het kastje dicteert dat ik na 100 meter rechtsaf moet slaan.

Ik rij het parkeerterrein op van Burger’s Zoo. Ik parkeer tussen de bomen. ‘Waar moeten we heen?’ vraagt een vrouw voor me aan niemand in het bijzonder. Ik haal m’n schouders op. ‘Weet het ook niet.’ Ik ontwaar een pendelbus. Een parkeerwachter foetert op een bestuurder in een Audi TT. ‘Zo’n klein wagentje en dan nog 15 parkeerplaatsen nodig hebben.’ Ik loop verder, achter de meute aan. Parkeren + pendelbus: 12 euro. Gelieve gepast te betalen. Ik vraag aan de kassa om één kaartje en betaal met een briefje van 20. Als ik naar de bus loop staan de deuren nog open. Ik stap in het achterste gedeelte van de harmonicabus in, kijk in het rond en vind een plaatsje in het hoekje van de achterste rij. Terwijl ik uit het raampje tuur komt er een vrouw naast me zitten. Ze lijkt te schrikken van de bobbel in mijn linkerjaszak. De deuren doen pfssst. De buschauffeur vermeldt dat het ongeveer 20 minuten gaat duren en dat we straks niet in de verkeerde bus moeten stappen als we terug willen. P10 moeten we onthouden, desnoods even op het kaartje opschrijven, adviseert hij. Ik doe de oordopjes in van m’n Ipod en druk op shuffle. Elvis Costello begint Pump It Up te zingen. Uit mijn jaszak haal ik een flesje cola. De vrouw naast me lijkt zich te ontspannen. Pfssst doet de dop. In mijn oor hoor ik INXS. Suicide Blonde. Ik heb niet zoveel zin in dit nummer, maar luister ‘m toch uit. Tegenover me zitten een man en een vrouw. De man lijkt me architect. Of misschien dokter. Hij ziet er met z’n grijzende krullen en lijnen in het gezicht ouder uit dan de vrouw naast hem. Ze stuurt een smsje. Stopt dan de telefoon in haar BH, terwijl ze de man aankijkt. De man glimlacht vaag. Dan wrijft ze met haar hand over haar buik. Daarna legt ze haar arm om hem heen. Zou hij een cabrio hebben? Misschien heeft hij al kinderen, uit een eerder huwelijk. Nee, bedenk ik me, hij is getrouwd geweest, een kinderloos huwelijk, dat maakte het ook makkelijker om weg te gaan. Zij is in de bloei van haar leven en denkt: nu of nooit.

Als we uitstappen merk ik dat ik moet plassen. Ik loop tegen de massa in richting de Mc Donalds. Voor de wc staat een enorme rij. Terwijl ik me wil omdraaien zie ik dat het alleen vrouwen zijn. Ik loop langs de rij, links de hoek om, richting de herenwc. Als de deur van het slot gedraaid wordt, zie ik een vrouw naar buiten lopen. De rest van de vrouwen blijft geduldig wachten in hun eigen rij. Maar de rij voor de vrouwentoiletten is nog niks vergeleken bij de rij voor de balie in het restaurant zie ik als ik terugloop. Ik besluit naar buiten te lopen. Op het plein is een grote tent waar eten en drinken verkocht worden. Ook daar is het druk, maar ik besluit toch in de rij te gaan staan. Dan zie ik dat ik eerst munten moet kopen. Die worden per vier verkocht. Ik besluit er vier te nemen. Dat is dan 10 euro. Ik kan pinnen. Ik ga opnieuw in de rij staan en wacht tot ik aan de beurt ben. De muziek op mijn Ipod wordt overstemd door het geluid uit de boxen. Het meisje dat broodjes open staat te snijden zingt mee. Can You Feel It, pom pom pom pompom. Ik bestel een broodje gyros. Met knoflook. Ik hou twee munten over.

Als ik even later al etend langs de beveiliging loop, vraagt de mevrouw of ze me mag fouilleren. Dat mag. Het flesje mag niet mee naar binnen. Ik drink nog snel een paar laatste slokken, en gooi het flesje samen met de verpakking van het broodje in de container. Nu heb ik niks meer te drinken. Maar ik heb ook nog honger, stel ik vast als ik het stadion binnen loop en zie dat ook daar standjes met eten staan. Ik bestel een broodje beenham. Dat is anderhalve munt. Ik geef mijn overgebleven twee en wil weglopen, maar de mevrouw zegt dat ik nog een halve terugkrijg. ‘Maar wat kan ik met een halve munt?’ vraag ik en besef me dat het iets aardiger uit mijn mond had mogen komen. ‘Ja, misschien dat je iets tegenkomt dat precies een halve munt kost, daar op de tribunes kun je ook nog snoep kopen voor een halve munt volgens mij.’ ‘Dat is ook weer zo,’ zeg ik zo vriendelijk mogelijk. Ik stop de halve munt in mijn zak en terwijl ik naar het midden van de zaal loop, zie ik beveiligers voor de tribune staan. Daar heb ik geen kaartje voor, dus daar kom ik nooit op. Een paar meter voor de mengtafel besluit ik mijn plek in te nemen. Mijn jas hou ik nog even aan. Een aantal mensen zit op de grond. Ik kijk op mijn horloge. Nog een uur. Dan ga ik ook maar zitten, terwijl ik mijn broodje opeet. Het servetje stop ik in mijn jaszak.

Om me heen komen steeds meer mensen staan. Ik ga ook weer staan. Ik kijk eens wat in het rond, hoor de gesprekken rondom mij. ‘Twee lullige schermpjes, meer niet. Lekker low budget,’ zegt iemand achter me. ‘Ja, behalve de artiest dan. Die is vast niet low budget.’ Ze vinden dat ze een mooie plek hebben. ‘Maar ja, als je vooraan staat, sta je ook helemaal vooraan hè,’ zegt de één. ‘Ja,’ beaamt de ander. Ik pak m’n mobiel. Ik open een berichtje. ‘Als je vooraan staat, sta je ook helemaal vooraan hè’ typ ik, en sla het op als een conceptbericht. Ondertussen kijk ik of ze niet meelezen. Ik voel me toch een beetje bespied. En dat terwijl je hen staat af te luisteren, fluistert een stemmetje in me. Als ik één van de jongens aankijk, kijkt hij terug. Net iets te lang. Ik wend m’n hoofd snel af. Als ze beginnen over welke nummers ze graag willen horen, kan ik me toch niet inhouden en kijk ik weer. ‘Jij mag ook meedoen hoor,’ zegt de jongen die me net ook al aankeek. ‘Eh… Dan ga ik voor Sometimes It Snows In April.’ ‘Als openingsnummer?’ vraagt de andere jongen. ‘Oh, op die manier, dat had ik niet meegekregen. Mag ik nog een keer?’ ‘Nee, je hebt nu al een antwoord gegeven.’ ‘Wat win je er eigenlijk mee als je het goed hebt?’ vraag ik. ‘Niks. Ja, de eer van de avond.’ ‘In dat geval ga ik voor Housequake’ zeg ik, ondanks dat ik niet meer mag meedoen. ‘Oh ja, da’s ook wel een goeie.’

Een meisje naast me foetert quasi-kwaad. ‘Wacht maar, als het dadelijk begonnen is kruip ik gewoon naar voor,’ zegt ze met zachte g. ‘Je hebt ze ook wel uitgezocht,’ zeg ik, wijzend naar twee mannen van bijna twee meter voor me. ‘Ja, da’s vervelend als mensen langer zijn dan jij en ze staan voor je,’ zegt een man naast me, die zelf nog langer is dan de twee mannen van bijna twee meter.’ ‘En dat zeg jij?’ merk ik lachend op. ‘Je mag best voor me staan hoor,’ zeg ik tegen de vrouw, ‘en jij ook,’ zeg ik tegen haar man, of vriend, ‘maar dan moet je me wel het komende half uur vermaken.’ Een man die in de buurt staat heeft een krant meegenomen en leest eruit. Hij heeft een blauwe polo aan, draagt een serieuze bril en kijkt ernstig. Type accountant uit Nijkerk, of Ermelo. Ik vraag me af of hij soms verkeerd is. Op m’n horloge is het bijna 8 uur. ‘Benieuwd of die op tijd begint,’ zegt de vrouw voor me. De accountant pakt z’n telefoon, speurt de zaal rond, onderwijl op z’n mobiel kijkend. Dan doet hij zijn telefoon aan zijn oor. Er gebeurt niks. Hij belt nog een keer, terwijl hij steeds ernstiger gaat kijken. Ik bedenk me op wie hij lijkt, maar ik kan geen persoon bedenken. Hij heeft wel z’n vrijetijdsschoenen aangetrokken zie ik nu. Afwasborstel, bedenk ik me, hij lijkt op een afwasborstel. Hij kijkt nog één keer ernstig de zaal rond, het is al kwart over 8. Dan gaat het licht uit. Het gaat beginnen.

[ Wil jij het weblogwoordvanvolgendeweek bepalen, laat 'm dan achter in de comments! ]

Weblogwoordvandeweek: geurkaars

Geurkaars. Klinkt als romantiek voor blinden. Bij gebrek aan uitzicht op een flakkerend vlammetje herkennen ze nu aan de geur van citronella, dennenappel of mirre het ‘zeg-hè-gezellig’ momentje. Of zou het luchtje eraan toegevoegd zijn uit veiligheidsoverwegingen, zoals aan gas een geurtje is toegevoegd, zodat je na drie weken zomervakantie op een camping in de Dordonge bij terugkomst in je eigen huis in ieder geval ruikt dat je je gas hebt aan laten staan? Naar alle waarschijnlijkheid is het vrouwenuitvinding, aangezien vrouwen de enige soort op aarde zijn die geurkaarsen kopen. Nou, ok, mannen zouden het ook kunnen doen, omdat er naast de brood, melk en eieren ook geurkaarsen stond vermeld op het boodschappenbriefje. Het nut van geurkaarsen is mij als man dan ook een compleet raadsel. Als ik er een geur aan zou mogen toevoegen, dan zou het de geur van de net afgestreken lucifer zijn. Daar kan geen bos dennenbomen tegenop. Of zou het een uitvinding zijn van een aantal wetenschappers die na werktijd toch niks beters te doen heeft (want geen vriendin en vrienden) en onder kaarslicht (de baas heeft uitgevonden dat de elektriciteit uitdraaien na vijfen geld bespaart) en na een proefje van enkele chemische restanten uit het laboratorium tot het voortschrijdende maar verder volkomen overbodige inzicht zijn gekomen om iets aan het wiel, of in dit geval, het waxinelichtje, toe te voegen? Hahaaaaa. Weet je wát we doen? We voegen er voor de gein een geur aan toe! Terwijl ze om beurt nog een hallucinerende haal boven de dampende zwavelpot opsnuiven. Laat ze dan ook meteen de geluidkaars uitvinden. Zoéén die je waarschuwt vlak voor het uitdoven. Of zegt: pas op, ik heb een druiper. Of de wetenschappelijke kaars. ‘Hallo, ik heb een pit van katoen met daaromheen stearine, paraffine en bijenwas.’ Of één die het volledige repertoire van Nana Mouskouri laat horen. De fètakaars.

Kaarsen. Raar eigenlijk dat die dingen nog steeds gebruikt worden. Ok, iets oostelijker gelegen, achter het voormalige ijzeren gordijn, begrijp ik het nog: daar is het niet de vraag óf de stroom gaat uitvallen, eerder wanneer en vooral: hoe lang moeten we deze keer bij kaarslicht ganzenborden? Hier in het moderne West-Europa hebben we daar een Wii voor, en die doet het altijd, evenals de gloeilamp boven het apparaat. Bovendien hebben we Philips als nationaal erfgoed hoog te houden. En met de komst van deze Edison-uitvinding is de kaars volledig overbodig geworden. Overigens: zouden de gebruikers van de eerste gloeilamp na het indraaien ook tegen elkaar hebben gezegd: ‘hè, gezellig’?

Wist je trouwens dat mensen bij een hogere temperatuur elkaar gezelliger vinden dan bij een lagere? Mensen die met elkaar in één ruimte zitten waar de kachel op 14 graden staat hebben meer moeite elkaar aardiger te vinden dan als de thermostaat in diezelfde ruimte 21 graden aangeeft. Dat hoorde ik tenminste in het programma Labirinth van de VPRO op Radio 1. Dus dan zal het wel waar zijn. Daar vertelden ze trouwens ook dat mensen geneigd zijn elkaar na te apen als ze in dezelfde ruimte zitten: zitten er drie mensen met hun rechterhand onder hun kin; grote kans dat een vierde man die de kamer binnenkomt dat onbewust ook doet. Net als je een voorkeur voor de linker- of rechterrij hebt als je een bus binnenstapt. Sterker nog: in een lege bus ga je waarschijnlijk altijd op ongeveer dezelfde plek zitten. In een volle bus heb je je second opinion ook al onbewust bepaald waar te zitten als je favo plek bezet is. Wat meteen de vraag opwerpt of je als mens eigenlijk nog wel zelf kunt nadenken en beslissingen kunt nemen, of dat alles op voorhand al is vastgelegd in je onbewuste. Onbewuste, zei de wetenschapper op de radio, wat weer iets anders is dan het onderbewuste. Het onderbewuste is vooral een uitvinding van Freud, die bedacht dat iedereen uiteindelijk eigenlijk liever met z’n moeder was getrouwd. Maar hoe zit het dan met sublimale communicatie hoor ik een voormalig Kijk-abonnee vragen. Je zit naar een film te kijken en in een split second laat Coca Cola een flesje van eigen merk zien. Je ziet het niet, maar je brein heeft het wel gezien. Heb je dat dan niet in je onbewuste opgeslagen? Het antwoord is: ja. Heeft het effect? Nee. Tijdens een wetenschappelijk onderzoek testten ze twee groepen mensen die naar dezelfde film keken. De ene groep kreeg de film te zien waarin korte frames met colaflesjes waren verwerkt; de andere groep zag de onbewerkte film. Resultaat: ondanks dat je die colaflesjes niet bewust hebt opgemerkt, registreert het brein ze wel. Heeft het enig effect in de pauze? Maar het aantal verkochte colaflesjes was gemiddeld genomen bij beide groepen even groot. Conclusie: je brein in onbewust te beinvloeden, maar gedrag beinvloeden is een stuk moeilijker.

Nu nog een eind verzinnen voor dit stukje. Daar ga ik maar eens een nachtje over slapen. Dat was goed volgens de wetenschapper: je onbewuste rangschikt tijdens de nachtrust alle bewust opgeslagen informatie van de dag of weken ervoor, waardoor je de volgende dag betere beslissingen kan nemen. Dat kan kloppen, want dit einde had ik gister al zo’n beetje bedacht en na een nachtje slapen tik ik het er zonder problemen uit. Al gaat het stukje zo wel een beetje als een geurkaars uit.

[ Wil jij het weblogwoordvanvolgendeweek bepalen, laat 'm dan achter in de comments! ]

Musea of nee

[photopress:kunst.jpg,thumb,pp_image]
Jaja, het museum. Zo’n gebouw met schilderijen. Of voorwerpen uit de zoveelste eeuw voor Christus uit de Ming dynastie die je vooral niet wilt omstoten omdat je dan de rest van je leven meuseumkaarthouder bent zonder gereduceerd tarief. Vroeger, als in: mijn middelbare schooltijd, had je nog wel eens een excursie naar het museum. Het Van Gogh museum ofzo. Nou heb ik die zonnebloemen wel gezien, maar telkens in een split second, omdat we altijd zo hard mogelijk door de gangen renden op zoek naar de uitgang. Dat formulier met vragen lieten we later wel invullen door het braafste jongetje van de klas dat bij elk schilderij 10 minuten stond te peinzen, en wij gingen de grote stad in.

Intussen heb ik de kunstklassiekers wel van m’n lijstje afgevinkt. Rijksmuseum, Kröller-Muller, het Louvre. Weinigen met mij vrees ik vaak, aangezien ik meestal tussen de grijze permanentjes loop. Kunst is kijken. En daar hebben de meeste mensen geen tijd voor. Ik kan ook niet uitleggen waarom ik het dan wel leuk vind om een paar minuten voor een vaas zonnebloemen te staan. Misschien is het de gedachte ‘dat kan ik zelf ook.’ Of: hoe krijg je het voor elkaar om het er zo echt uit te laten zien. Of: wat een geklieder. Of: geen idee wat dit moet voorstellen. Of: wat is dit mooi, ik zou het zo boven m’n bank willen hangen. Of: wat is dit mooi, maar ik zou het niet boven m’n bank willen hangen. Weet ik het. Mensen lezen tegenwoordig ook geen boeken meer, naar de film gaan gaat nog net, maar een toneelvoorstelling is natuurlijk hopelijk ouderwets, laat staan dat je de moeite neemt een geolieverfd doek uit zestienhonderdzoveel te bekijken.

Kortom: het zal niet zo veel zin hebben om je warm te laten lopen voor een tentoonstelling die momenteel te zien is in Museum De Fundatie in Zwolle. Maar ik doe toch een poging. Wellicht is je interesse gewekt als ik er een naam van een BN’er ingooi. Dus zeg ik: Wubbo Ockels. Maar die schildert dan weer niet. Poging twee. Jeroen Krabbé, bekend als acteur, maar daarnaast ook schilder. Niet dat je hem nou meteen kan vergelijken met een Rembrandt of Van Gogh, maar zijn schilderijenserie maakt toch indruk. Negen zijn het er in totaal. Getiteld: de ondergang van Abraham Reiss. Wat dan weer de grootvader van Jeroen was. Een joodse man, opgegroeid in Amsterdam, en tijdens de oorlog via Westerbork op transport gezet naar Sobibor, waar hij bij aankomst werd vergast. Een heftig verhaal, uitgebeeld in 9 schilderijen, of statiën zoals Krabbé ze noemt, zoals de 14 statiën de lijdensweg van Jezus uitbeelden. Vrolijk wordt je er niet van, indrukwekkend is het wel.

Ben je er nog of al afgehaakt? In het eerste geval: de schilderijen van Krabbé, op megagroot formaat, zijn nog tot begin december te zien in Zwolle. En op de benedenverdieping hangt nog meer geklieder. En olieverfschilderijen uit zestienhonderdzoveel. Aanrader.

Weblogwoordvandeweek?

[photopress:error.jpg,thumb,pp_image]
Fail. Zou het weblogwoordvandeweek kunnen zijn. Want na twee afleveringen zit de klad er al in. Klad. Ik zou er een viertal pagina’s over kunnen volschrijven… Dus hallo, Nappies van Nederland, steek die hand eens in eigen boezem en tiep ondertussen met de nog resterende hand een woord! Welk woord? Maakt niet uit! Een woord. Wat dan weer het weblogwoordvandeweek wordt. Zodat ik wat te tikken heb. En hier iets te lezen valt. Kom maar kom maar kom maar!

Prince: heerlijk!

[photopress:prince_1.jpg,thumb,pp_image]
Oei. In grote staat van verwarring. Noem het een intern conflict. Ik heb ooit eens met mezelf afgesproken nooit meer naar het Gelredome te gaan voor een concert. En een tochtige herfstachtige zaterdagochtend beschouw ik in principe als uitslaapmoment. In principe. Want ineens komen al mijn principes op een herfstige tocht te staan. Veroorzaakt door één man. Prince. En die staat toch echt wel op het lijstje om twee keer te zien in m’n leven.

De eerste keer was in 2002. Toen Prince nog TAFAP heette. Wat dan weer het antwoord was op het onuitsprekelijke symbooltje, wat later The Symbol werd, nadat hij zichzelf The Artist noemde. Of zoiets. Hij had zich even daarvoor bekeerd, was Jehova’s Getuige naar verluidt, en ik had De Wachttoren nog wel zingend uit zijn mond willen horen. Dat is ook zo ongeveer de samenvatting van The Rainbow Children, het album dat toen net uit was, met tot grote opluchting veel vette funk en tot grote ergernis van menigeen ook doorspekt met vage spirituele boodschappen. Whatever. Prince, pardon TAFKAP, had in elk geval muzikaal de smaak weer te pakken en zo vaak trad ‘ie nou ook weer niet op, en dat hij iets te glijerige liedjes als Cream, Get Off en Sexy MF niet meer mocht doen van zijn hoogste Heer namen we dan maar op de koop toe. Dus naar Ahoy.

Al had ‘ie zich misschien bekeerd; de ster uithangen had ‘ie nog niet verleerd: ruim 2 uur kwam hij te laat voor de soundcheck. Die we mochten bijwonen, dat dan weer wel. Dankzij een NPG-membership kreeg een deel van het publiek het voorrecht plaats te nemen in het voorste vak voor het podium en als toef op de taart mochten we de meester een beetje zien aanklooien voorafgaand aan de show. Terwijl de temperatuur opliep in de Rotterdamse catacomben -een aantal mensen viel flauw, nog zonder iets van de grote kleine man te hebben gezien- hoorden we toch duidelijk iets. Een bas plokte, een bassdrum dreunde. Sound? Check. Dit was toch de soundcheck waar we bij mochten zijn? Mis. Dit was de soundcheck voor de soundcheck en de deuren bleven dicht. Om het inmiddels rusteloze geroezemoes te sussen sprak een beveiliger de legendarische woorden: zometeen gaan de deuren open, maar er gebeurt niks. Dat klopte. Na nog langer wachten en dankzij de geopende deuren een beetje frisse lucht, mochten we dan eindelijk het sportpaleis betreden, waar Prince zowaar met zijn beentjes over het podium bungelde. Hij had een basgitaar in z’n hand. En bleek beter bas te kunnen spelen dan zijn eigen basgitarist.

Het uiteindelijke concert was knetterhard, maar keigoed. Maceo Parker en onzuh eiguh Candy Dulfer toeterden dat het een aard had, de funk knalde tot in je diepste poriën. Dat het openingsnummer The Rainbow Children door niemand meegezongen kon worden en maar liefst 20 minuten duurde deerde helemaal niemand meer. De grote hits kwamen later, verpakt in een medley. Purple Rain kennen jullie nu wel, leek hij maar te willen zeggen. En zo is het maar net. Of hij mijn favo Prince nummer nog gedaan heeft, Sometimes It Snows In April, weet ik niet meer, maar ik doe gewoon net alsof. Zo euforisch ging ik weer weg.

Des te groter was de deceptie toen we aankwamen in Nighttown, een klein clubje, even verderop in Rotterdam. Prince is beroemd om zijn aftershows, en dat geldt zowel bij doorgaan als afzeggen. 50% kans dat hij een paar uur na het concert zou komen opdagen, dus voor de zoveelste keer stonden we te wachten in de rij voor de deur. Waar nog eens 20 euro werd gevraagd voor een onzekere afloop. Of Prince daadwerkelijk kwam afteren kon de kassajuffrouw natuurlijk niet zeggen. Bij binnenkomst stond er alleen een DJ te draaien; geen instrument te bekennen en na 5 minuten trokken we de conclusie: die aftershow van Prince was een illusie. Mijn Princevriend belde de volgende dag: na het tweede concert was Prince wel komen opdagen in Nighttown. Het was natuurlijk te gek en bladiebla… de rest wilde ik niet eens meer horen.

Het was meteen de laatste keer dat Prince optrad in Nederland. Tot ineens bekend werd dat hij op 18 november komt concerteren in het Gelredome. Het Gelredome. Gatverdamme. Ok, de Arena is erger, maar ik had mezelf toch echt bezworen na een concert van Paul McCartney nooit meer naar die galmbak te gaan. Maar ja. Wel Prince. En dus snel uitverkocht. En dus zaterdagochtend vroeg op voor kaarten. En dus zit ik in dubio. En dus: wordt vervolgd. Of niet.

Weblog      Beste Bob      Muijs gemist      Muijst wanted      Contact
© Martijn Muijs 2012