Radio 538KX Radio
Weblog Beste Bob Muijs Gemist Muijst Wanted Muijsmail
Dylan Dertig: 26 t/m 21

25.

Het is 1999 als Denzel Washington mij vochtige ogen bezorgt in The Hurricane. Normaal blijf ik stoïcijns onder een gemiddelde Hollywoodproductie, zelfs een happy end brengt mij niet van m’n stuk. Noem het de strikte scheiding in het hoofd tussen feiten en fictie die me apathisch houdt voor alles wat door scriptschrijvers is bedacht, want hoe briljant ook, het is slechts een verhaal op papier. Maar presenteer vooraf op het witte doek de mededeling ‘based on a true story,’ en ik huiver bij Van God Los, ben uren van slag na Schindler’s List en pink een traantje weg bij The Hurricane.

Het verhaal over Rubin Carter, een succesvol bokser in het Amerika van de jaren 60. Het getal van zijn overwinningen is groter dan de knock outs die zijn tegenstanders hem toebrachten. Er is echter één tegenslag die groter is dan alle voorgaande. Eéntje die hem knock out slaat, bijna voorgoed knakt. Een typisch verhaal van wrong time, wrong place.

Als Rubin, bijgenaamd The Hurricane, Carter na één van zijn overwinningen zijn feestvreugde met wat vrienden gaat beproeven in de stad, vallen ze als kleurlingen in de door blanke bevolkte bars nogal op. Het is het zuiden van Amerika, we schrijven de racistische jaren 60. Wrong time, wrong place. Maar Rubin heeft geld, en voor geld valt er altijd te praten. Als het tegen sluitingstijd loopt en het gezelschap een paar biertjes verder is, besluiten ze dat het mooi is geweest voor die avond. Ze zijn nog niet weg of er stapt nog een persoon het café binnen. Een overvaller richt zijn pistool op de eigenaar en eist de inhoud van de kassa op. De caféhouder bedenkt zich geen moment, en pakt van onder de toonbank een pistool. Schiet. Van beide kanten wordt er gevuurd, een bloederig tafereel is het gevolg. De gevluchte bezoekers lichtten de politie in, die met gillende sirenes in de donkere nacht stand van zaken komt opnemen. Ooggetuigen verklaren twee zwarten te hebben gezien op de plek des onheils. Als even verderop een auto wordt aangehouden met daarin Rubin Carter is het zwaard van Damocles al gevallen: hij moet het gedaan hebben, hoe komt hij anders aan zoveel geld? Het helpt ook al niet mee dat hij bokser is, en sowieso: wat moest hij als zwarte in dat café? Wat volgt is een historie waarvan de uitkomst al vaststaat: voor een volledig blanke jury worden aannames, halve waarheden en hele leugens door de aanklager aan elkaar geregen, en het oordeel luidt: schuldig, levenslang.

Het is 1974 als Bob Dylan het boek The Sixteenth Round leest. Het boek dat Rubin Carter in de gevangenis schrijft. Waarin de bewijzen die hem vrijpleiten zich opstapelen. Hij beschouwt zichzelf als slachtoffer van corrupte, blanke agenten die erop uit zijn hem ten val te brengen. Ok, hij was vroeger misschien geen lieverdje en hij had de nodige ruzies met de cops van het corps, maar deze keer staat zijn onschuld vast, schrijft hij zelf. Bob leest het, en gelooft hem. Zoekt hem op in de gevangenis, en belooft een lied voor hem te schrijven. In 8 minuten vertelt hij het verhaal van Rubin Carter, alias The Hurricane.

Het is eind 2010 als ik, zoals elk jaar, in het eindejaarsoverzicht van Radio 2, tussen de 2000 titels speur naar die ene naam. Bob Dylan. Zijn hoogste notering vind je traditiegetrouw in de onderste regionen van de laatste honderd met het stempel der eeuwigheidswaarde bevorderde platen. Een liedje dat hij al ruim 25 jaar niet meer speelt, omdat de geschiedenis de werkelijkheid inhaalde. Pas in 1985, negen jaar nadat het onderzoek opnieuw werd geopend en met dezelfde vaart weer werd gesloten, komt Rubin Carter vrij. Al die tijd zat hij onschuldig vast. Racisme en rancune van één politieman stonden aan de basis van een dominospel waarbij alle steentjes één voor één omvielen en de bokser knock-out sloegen. Rubin Carter. The Hurricane.

PLAY: Hurricane (Desire)

24.

Ik heb het me vaak afgevraagd. Me geprobeerd er een voorstelling van te maken. Geprobeerd me in te leven in dat ene moment. Dat moment dat onherroepelijk komen gaat. Niemand heeft immers het eeuwige leven, en elke dag is er één dichter bij de dood. John Lennon, George Harrison, Johnny Cash, Michael Jackson, Solomon Burke. Zij gingen je voor. En elke keer dacht ik: misschien ben jij wel de volgende die gaat.

Ik heb besloten alle kranten van die dag te kopen. Alle journaals te kijken. Naar jouw naam te speuren. Tegelijkertijd ben ik bang dat je wordt weggestopt op pagina 6, in de rechterhoek van het buitenland nieuws, en de nieuwslezer van dienst even verschrikt opkijkt van zijn autocue terwijl ik in zijn ogen de gedachten lees: maar die was toch allang dood?

Abraham heb je al gezien. Je mag allang met pensioen. Had eigenlijk allang dood moeten zijn. Waarschijnlijk ben je net op tijd gestopt met het nemen van sfeerverhogende middelen, waardoor je naam niet voor eeuwig in één adem zou worden genoemd met Janis Joplin en Jimi Hendrix en Kurt Cobain. Jij bleef al die tijd doorbuffelen, in volle vaart afgaan op het onomkeerbare lot: dat van de dood. En ik verbaas me over de groeven in je gezicht, vraag me af hoe diep die nog kunnen worden, en je stem… hoeveel octaven die nog zakken kan, voordat hij zijn laatste kraak uitstoot en uitmondt in een eeuwige stilte.

Er is één troost. Eén troost voor jou. Voor mij en allen die met ons zijn: it’s not dark yet. But it’s getting there.

PLAY: Not Dark Yet (Time Out Of Mind)

23.

Al jaren wordt er over gedebatteerd, zijn er voors en tegens, menen de puristen dat een muzikant per definitie uitgesloten van deelname zou moeten zijn, en beweren de voorstanders dat de zeggingskracht probleemloos overeind blijft als je de muziek weglaat. Als er één ultiem argument zou moeten bestaan om Bob Dylan ooit de Nobelprijs voor de Literatuur ten deel te laten vallen, dan is het dit: Love Minus Zero/No Limit. De vijf woorden die de titel vormen, zijn de aankondiging van een literair meesterwerk; pure poëzie. Alleen die eerste zin al; zou zo op een trouwkaart kunnen. Niet geheel toevallig was het ook de tekst die op mijn huwelijksaankondiging stond. En de rest van de tekst. Eh… ik heb er geen woorden voor. Dus laat ik mijn mond maar houden, en de woorden voor zichzelf laten spreken. Daar is alles mee gezegd.

My love she speaks like silence
Without ideals or violence
She doesn’t have to say she’s faithful
Yet she’s true, like ice, like fire
People carry roses
Make promises by the hours
My love, she laughs like the flowers
Valentines can’t buy her

In the dime stores and bus stations
People talk of situations
Read books, repeat quotations
Draw conclusions on the wall
Some speak of the future
My love, she speaks softly
She knows there’s no success like failure
And that failure’s no success at all

The cloak and dagger dangles
Madams light the candles
In ceremonies of the horsemen
Even the pawn must hold a grudge
Statues made of matchsticks
Crumble into one another
My love winks, she doesn’t bother
She knows too much to argue of to judge

The bridge at midnight trembles
The country doctor rambles
Bankers’ nieces seek perfection
Expecting all the gifts that wise men bring
The wind howls like a hammer
The night blows cold and rainy
My love, she’s like some raven
At my window with a broken wing

PLAY: Love Minus Zero/No Limit (Bringin’ It All Back Home)

22.

We zijn meesters geworden in het voeren van oorlog. Want we weten: zonder oorlog geen vrede, en zolang we streven naar vrede zal er oorlog zijn. Vrede is niets meer dan een tijdelijke onderbreking van oorlog, brede bestaat niet zonder oorlog vooraf. En terwijl we diep in ons hart verlangen naar vrede, maken we ruzie hoe die te bewerkstelligen. Onder gelijkgestemden is het niet zo moeilijk de vrede te bewaren, maar probeer maar eens een oorlog uit te stellen met je opponent. Iedereen heeft immers het gelijk aan zijn zijde. En we waren toch heel goed bezig in Afghanistan? Irak. Joegoslavië. Libanon. Vietnam. We’re gonna smoke them out of their holes, maar ondertussen is er nog steeds geen witte rook.

Zolang deze wereld bestaat zal vrede ver te zoeken zijn. De oudste hobby op aarde is immers ruzie maken. Eenmaal verdreven uit de eeuwige vrede van de hof, sloegen we buiten de poort elkaar de hersens in. Nu bouwen we raketschilden en leveren we wapens aan dictators en despoten. We dreigen met oorlog tegen naties die atoombommen maken en hertellen ondertussen ons eigen nucleaire wapenarsenaal. Vrede brengen we met geweld. Het zal zo zijn, zoals het altijd al is geweest. Wie keert nog de andere wang toe, als je eenmaal een klap hebt gekregen. Een betere wereld begint bij jezelf, roepen de geitewollensokken. Ondertussen wordt de achterban met een kluitje het riet ingestuurd; een vredige theorie op papier is deze keer echt geen oorlog in de praktijk, bezweert men.

Nero, Napoleon, Alexander de Grote, Stalin, Pol Pot, Sadam Hoessein, Charles Taylor, Radko Mladic, George W. Bush. Noem ze allemaal en je noemt er geen. Noem er geen en je noemt ze allemaal.

PLAY: Masters Of War (The Freewheelin’ Bob Dylan)

21.

De tijden zijn veranderd. Elke generatie klaagt over de vorige en probeert zich aan het knellende tijdsgewricht te ontworstelen. Kun je je nu nog voorstellen dat ouders van toen zich verafschuwden over die afschuwelijk losbandige Beatles met die lange vrouwenharen of de lichamelijke obsceniteiten van Elvis Presley, nota bene in lederen jas gehuld!

Strikt genomen is de wereld pas echt veranderd in de jaren 50. Als je het tenminste over de wereld van de popmuziek hebt. Die bestond daarvoor niet. Een voorzichtige aanzet tot blues, jazz of bigband daargelaten was klassieke muziek de maatstaf in menig huiskamer. De generatie die zich al had moeten verzoenen met vliegtuigen en automobielen werd ineens overspoeld met gitaren, in sommige gevallen ook nog elektrisch! Zingen was niet langer in aria’s maar van love me do, please love me too.

De tijden zijn veranderd. Mensen van de jongste generatie hebben al nooit van ‘m gehoord, mensen van mijn generatie kennen ‘m van naam maar denken dattie al een jaar of wat dood is. Ik was ook nog maar net uit mijn eurohousehoekje gekropen toen ik de wijde wereld van de popmuziek inliep. Mijn drumleraar nam op een cassettebandje elke week een nieuw liedje op. 2 Unlimited werd gewist voor Ray Charles. Twenty 4 Seven moest plaats maken voor Dr John. Ik had het gevoel dat ik de tijd moest inhalen. Er was al zoveel goeds gedaan wat ik allemaal gemist had. Omdat ik had liggen slapen, of omdat ik nog niet eens geboren was. De Rolling Stones en The Beatles, want ik was van de generatie die vond dat je ze allebei goed mocht vinden, John Coltrane en Miles Davis, en dan waren er ook nog een hele rits soulhelden waarvan de helft allang onder de groene zoden lag, en de jaren 70 had ook mooie dingen voortgebracht. Ik kwam handen, voeten en oren tekort. En zakgeld ook vooral. Ondertussen kwam mijn drumleraar om de hoek, hij had net de nieuwste van Bob Dylan gekocht bij de plaatselijke platenwinkel. Bob Dylan, die stond ook nog op mijn lijstje van nog te ontdekken artiesten. Ik kende Blowin’ In The Wind, en dat was het dan wel zo’n beetje. Kun je blindelings kopen, zei hij.

En dus kocht ik Time Out Of Mind. Drie jaar later ging ik naar een eerste concert in de rij van velen die nog zouden volgen. Even over de grens, bij Oberhausen. Ik huiver van spanning, en als de lichten doven sta ik op mijn tenen om een eerste glimp op te vangen. Een man in wit kostuum, grijs krullend haar en puntige schoenen komt een beetje mal lopend het podium op. Ik zie Bob Dylan voor het eerst. Als ik na een nummer of wat enigszins gewend ben aan het ontmoeten van mijn nieuwe held, kijk ik eens om mij heen om te zien wie er nog meer met mij zijn. Ik verwacht mannen met baarden in spijkerjasjes. Grijzende slapen en een beetje een buik. Vrouwen die zich speciaal hebben mooi gemaakt voor vanavond, in een fleurige blouse en een iets te rode lippenstift, een beetje een kin en kraaienpoten. Ik zie ze. Maar tot mijn verbazing zie ik ook mensen van mijn leeftijd. En jonger. Een puberzoon die met z’n vader mee is. Drie vrienden van rond de twintig die aandachtig luisteren terwijl ze bier uit een plastic beker drinken. Jongens en meisjes op sneakers. De tijden zijn veranderd. En toch ook weer niet.

PLAY: The Times They Are A-Changin’ (Live, MTV Unplugged)

Dylan Dertig: 30 t/m 26

30.

Ik ben een Bobcat. Een Bobcat, voor de duidelijkheid, is naast een type graafmachine ook de aanduiding voor een Bob Dylan fan. Maar Bob Dylan fans bestaan niet, hoewel je misschien als je met een lantaarntje zoekt die ene iemand vindt, die dagelijks in een Bob Dylan shirt naar school fietst, op de Ipod uiteraard Bob Dylan, eenmaal op school aangekomen haar met Bob Dylan kaftpapier overtrokken boeken uit haar Bob Dylan rugzak haalt, het Bob Dylan potlood nog eventjes een extra keer aanscherpt met de Bob Dylan puntenslijper, terwijl ze in haar Bob Dylan agenda ziet dat het vandaag een vrije dag is, waarna ze weer naar huis fietst om onder haar Bob Dylan dekbed nog een paar verloren uurtjes nachtrust in te halen, natuurlijk pas nadat ze de Bob Dylan poster op de muur een kusje heeft gegeven en vervolgens in slaap valt, dromend over haar idool, Bob Dylan. Dat noem ik een Bob Dylan fan. Ik ben dus een Bobcat. Hoewel ik moet toegeven dat ik een paar Bob Dylan t-shirts heb. En een Bob Dylan plakboek bij hou. Maar daar heb ik al heel lang niet meer met schaar en pritt-stift aan gewerkt. En ik luister heus wel eens naar iets anders op m’n Ipod. Jimi Hendrix bijvoorbeeld. All Along The Watchtower. Zoals hij dat speelt, met die snerpende gitaren, beukende drums, haast apocalyptisch, oud-testamentisch, ik vind ‘m stiekem beter dan het origineel. Maar ik ben dan ook een waardeloze Bob Dylan fan.

PLAY: All Along The Watchtower (Liefst de versie zoals Dylan ’m sinds een jaar en dag speelt, gebaseerd op de versie van Hendrix, maar aangezien die nooit officieel is uitgebracht, dan toch maar de cover van Jimi. Op twee de live-versie van Bob Dylan & The Band op Before The Blood, op drie het origineel van John Wesley Harding.)

29.

De geschiedenis zal zich altijd blijven herhalen: we leren maar weinig van vroeger. Vroeger was alles beter. Of op z’n minst goed. Alle vlekken en rimpels strijken we glad, we vochten immers voor een hoger ideaal, dan telt alleen het resultaat. Of had je soms gewild dat die arme mensen nog steeds in de Middeleeuwen leefden? Goed nieuws moet gedeeld worden, desnoods met harde hand verspreid. En zo trokken we met fakkels en zwaarden oostwaarts om de boodschap van heil te brengen. En toen onze religie uitdoofde maakte ze plaats voor democratie. Of had je soms gewild dat die onwetende mensen nog steeds onder de tiran leefden? Vrijheid moet gedeeld worden, desnoods met tanks verspreid. En zo trokken we met bommen en granaten opnieuw oostwaarts om de boodschap van vrede te brengen.

Waarom weten we alles beter? Waarom willen wij de baas zijn? Waarom trekken wij ten strijde terwijl niemand ons aanvalt? Waarom helpen we de wereld de vernieling in en noemen het dan opbouwwerkzaamheden?

Omdat we denken dat we God zijn. May God bless us and America.

PAY: With God On Our Side (Live, MTV Unplugged)

28.

Hee. Knocking On Heavens Door. Die is toch van Guns ‘n Roses? Ja, maar dit is de versie van die eh… hoe heet ‘ie ook alweer. Bob nogiets. Dylan bedoel je? Ja. Hoe lang is die nou al dood? Geen idee, jaar of 10 toch al zeker wel dacht ik. Waardeloze versie is dit ook hè. Zonder die gillende gitaarsolo op het end. En zo kort ook. Twee minuut nog wat, baf, weg. Ja, net zoals I’ll Be Your Baby Tonight. Oh ja, van UB40. Ja, en laatst nog, met dat liedje van Adele. Schijnt ‘ie ook een versie van te hebben gemaakt. Meen je dat nou? Die van Adele is toch prima? Uitstekend zelfs, dat mens kan tenminste wel zingen. Je bedoelt dat Bob Dylan dat liedje heeft gezongen? Ja, met z’n schorre stem. Vals jongen, vals. Dat meen je toch niet. Zo’n liedje, daar moet je toch met je tengels vanaf blijven. Maar ja, dat was al met Mr Tambourine Man, moest ‘ie ook zo nodig met z’n gitaar zelf nog eens een keertje laten horen dat hij dat liedje ook kende. Niet eens geld voor een fatsoenlijke band erbij. Ja, en heeft ‘ie een band, gaan ze zo zijig oeh-hoe-hoe-hoe-hoe doen. Hij vergeet ook helemaal ‘just like so many times before.’ Het is dat Axl nog niet dood is, anders zou hij zich ook omdraaien in z’n graf. Nee, doe mij maar die van Guns ’n Roses. Er gaat toch niks boven het origineel hè.

PLAY: Knockin’ On Heaven’s Door (Pat Garret & Billy The Kid)

27.

God is dood, aldus Nietschze. Geloof het of niet; tweeduizend jaar geleden werd God mens, twintig eeuwen verder is de mens God geworden. God werd verwezen naar de eeuwige jachtvelden, we kunnen het nu zelf wel. Bedankt Heer voor alles wat U gedaan hebt, we hebben gelachen om die gekke beestjes onderin de oceaan, die overstromingen en aardbevingen waren wel iets minder tof, maar even goeie vrienden. Punt is alleen: we vinden dat we nu zo’n beetje wel op eigen benen kunnen staan. Ok, we hebben heel wat eeuwen maar wat lopen klooien in ons berenvel, maar zeg zelf; de uitvinding van het wiel was een goeie stap voorwaarts. En helemaal zelf bedacht hè. Hadden we U niet bij nodig. Vervolgens hebben we wat hiaatjes opgelost, hebben we her en der wat dijkjes aangelegd, en elektriciteit niet te vergeten. En nu hebben we een world wide web met google als oplossing voor al onze levensvragen, dus eh… Toedeledoki!

Het is 1978. Tijdens een concert in San Diego wordt er een crucifix op het podium gegooid. Avond aan avond zijn er voorwerpen die richting de hoofdpersoon worden geworpen. Bloemen, brieven. Soms dwarrelen ze neer voor zijn voeten, schopt hij het weg, grist een roadie het mee, blijft het liggen. Deze keer is anders. Hij raapt het op. Een week later heeft hij het om tijdens een concert.

Op een avond in de kroeg zak ik door met iemand die alle platen van Bob Dylan heeft. Ik sta aan het begin van de ontdekkingsreis en stel triviale vragen. Wat is zijn beste plaat? Die is er niet begrijp ik, want elke dag draagt een andere stemming met zich mee en daarmee een andere voorkeur. Wel hoor ik dat ik de jaren 80 zoveel mogelijk moet mijden. Die gospelplaten bedoel je? Nee, die zijn hartstikke goed, wat de popencyclopediën en naslagwerken ook beweren. Tegenover me zit een gezworen atheist, en nu zegt hij dit. Ik weet van de ophef die Slow Train Coming veroorzaakte. Dat werd alleen maar erger met Saved, een plaat die tijdens de pauze van de EO Jongerendag niet zou misklinken uit de speakers. Ik bestel nog een biertje. Andere vraag dan maar. Wat vind jij zijn beste liedje? Hij kijkt me aan en zegt: raad maar. Ik begin te malen. Er is natuurlijk een verschil tussen het meest relevante liedje en wat je persoonlijk het mooist vindt. Begin jaren 60 is heel relevant, maar reken ik niet tot persoonlijke favoriet. Ik ben ingestapt bij Time Out Of Mind, in 1997 gekroond tot album van het jaar bij de Grammys, maar da’s meer een heel album dan één afzonderlijk liedje. Toch maar Like A Rolling Stone? Nee, te standaard voor een fanaticus. Tangled Up In Blue dan maar? Of toch iets onbekenders, zoals Man In The Long Black Coat? Of nee, wacht, die outtake met Mark Knopfler, hoe heet ie ook alweer… Blind Willie McTell! Mis mis mis, zegt hij. Dat kan er maar één zijn: het gaat over Het Leven, zijn leven, ons aardse bestaan en alles daarboven, de levensloop van geboren worden en doodgaan en weer verder leven, de ommekeer, het Er Is Meer. Nee, niet prekerig, maar eerlijk en oprecht. Zonder God te noemen, maar Hem niet doodverklaren. En trouwens, het publiek klapt weer uit alle macht bij het horen van de eerste tonen van dit lied. En dat terwijl ze destijds met spandoeken rondliepen met daarop ‘Jesus loves your old songs too.’ Ik kan het alleen maar met hem eens zijn. Het moet wel. Het is Every Grain Of Sand.

PLAY: Every Grain Of Sand (Shot Of Love)

26.

Heel even. Heel even maar. Doe je ogen dicht en laat je meevoeren. Vergeet alles om je heen. Vergeet de tijd. Vergeet honger. Vergeet dorst. Vergeet oorlog en vergeet vrede. Als je vergeet wat vrede is, ken je ook de oorlog niet meer. En vergeet alle vormen, alle regels, alles wat je geleerd hebt, zelfs de goeie dingen. Het zijn schoolse zaken, het doet er niet meer niet toe. Vergeet wie je bent, waar je woont, wat je doet. Vergeet je vrienden, vergeet alles wat je ooit gehoord en gezien hebt. Weet je wat, vergeet alles wat ik gezegd heb.

Een schone lei, een leeg vel papier. Beweeg je hand. En kleur het maar in. Beweeg je voet. En loop door de poort. Voetje voor voetje verken je de wereld. Een lege wereld. Vul het in. Bedenk wat je ziet en je ziet wat je bedenkt. Het is van jou, het levenslot ligt in jouw handen. Doe nu langzaam je ogen open. Knipper tegen het felle zonlicht, de zon die nooit meer dooft. Je vraagt je af waar je bent? In je eigen hof van Eden.

PLAY: Gates of Eden (Bringin’ It All Back Home)

Elbow

Ik kan er lang en kort over zijn. Kan zeggen dat het een voorproefje is van het nieuwe album dat op 7 maart gaat uitkomen. Het vervolg op het toch al zo mooie The Seldom Seen Kid, jeweetwelmetdiemooiesingle One Day Like This. En dat dat volgens ingewijden ruimschoots overtroffen gaat worden met Build A Rocket Boys, want dat is de titel van het nieuwe album. En dat het voorproefje daarvan eind vorig jaar al langzaam maar zeker doorsijpelde en dat nu de halve wereld de band lijkt te hebben ontdekt en ze meteen een mooie toekomst toedicht. U hoort er zangtechnisch een beetje Peter Gabriel in? Dat kan kloppen, want het werd in de studio van Peter opgenomen, in Bath.

Zou ik allemaal kunnen zeggen. Maar ik kan er ook kort over zijn: holy moly, wat is dit mooi!

Dylan Dertig

Yep, I know. It’s been quiet quite a while. Niet vanwege een writersblock, winterdip of iPad: ik was ondertussen heus wel druk aan het typen. Het zit zo. Ik kreeg een mailtje van Tom, webmaster van het blog Bob Dylan in het Nederlands. U weet: ik ben Bob Dylan fan. U weet: daar val ik niemand lastig mee, houd ik puur privé. U weet: dat is niet helemaal waar, want u weet: ik hobby één keer in de week bij op de piraat van Rob Stenders, beter bekend als KX Radio. U weet: ik draai dan elke week iets van Bob Dylan. U weet: dat heet de Dylan Dertig, oftewel de dertig paradepaardjes uit zijn omvangrijke ouevre. Wist u niet? Bij deze dan. Anyhow: Tom wilde mijn 30 notities bij die 30 nummers op zijn blog plaatsen. Wat hij niet weet: ik ben een slecht archivaris. Dus was het snel shows terugluisteren, meetypen, bestanden uit de prullenbak vissen, en enkele dingen uit het blote hoofd herschrijven. En terwijl de ontknoping van de Dylan Dertig nadert, kun je mijn beschouwingen over die beste dertig liedjes nog eens nalezen op zijn en mijn site. Coming up next op a blog near you. In de tussentijd: Bob Dylan bij de uitreiking van de Grammy Awards, de meest prestigieuze muzikantenprijzen ter wereld. Waar de hele muziekbizz bijeen komt en de crème de la crème van muzikantenland zich presenteert op het podium. Zo ook Mumford & Sons. Daags na de awardshow nog één van de trending topics op twitter. Dat betekent: het was of heel slecht, of heel goed. Het was het eerste. Maar er was meer: een special appearance. Van His Bobness. Die had alle poliepen van Jan Smit, Frans Bauer en Caro Emerald bij elkaar verzameld, en zong uit schorre borst Maggies Farm. Spoel door naar 5:15 voor zijn acte de presence. Zonder piano, zonder gitaar. Just his voice. Verbazingwekkend hoe zijn stem jaar na jaar devalueert. Let in dat verband ook even op J-Lo, die aan het end braaf applaudiseert maar erbij kijkt alsof ze zojuist besloten heeft dat haar oren echt nodig uitgespoten moeten worden.

Weblog      Beste Bob      Muijs gemist      Muijst wanted      Contact
© Martijn Muijs 2012