Radio 538KX Radio
Weblog Beste Bob Muijs Gemist Muijst Wanted Muijsmail
Dylan Dertig: 5 t/m 1

5.

It’s Alright Ma, I’m Only Bleeding, Ho ho ho. Yeah, it’s a funny song. Zo luidde ooit de aankondiging van dit nummer door de maker zelf. Het is natuurlijk helemaal geen vrolijk liedje. Wel één met een bijzonder rijmschema, want zeg nou zelf: wanneer was de laatste keer dat je een zanger gebruik hoorde maken van rijmschema AAAAAB?

Dankzij overijverige statistici kun je tegenwoordig op bobdylan.com bij elk liedje bekijken hoe vaak het werd gespeeld, waar en wanneer de eerste uitvoering was, en waar het voor het laatst werd opgevoerd. Als je ooit bij een concert bent geweest is de kans vrij groot dat dit nummer op de setlist stond. 749 keer werd het gespeeld, de eerste keer in 1964, de laatste keer was halverwege 2009.

Vijfenveertig jaar na dato wordt het nog altijd met veel gejuich ontvangen. Een extra applaus stijgt steevast op bij die ene strofe. Of het nou is in Rio de Janeiro, Parijs, New York of in ons eigen Rotterdamse Ahoy: die ene zin lijkt wel publieksfavoriet onder alle zinnen. Even the president of the United States sometimes must have to stand naked. Daarmee is dit liedje machtiger dan alle presidenten die het machtigste land op aarde ooit heeft gehad: deze strofe overleefd iedereen, overstijgt elke ambtstermijn. Ok, Bob Dylan aanhangers zijn over het algemeen wel een beetje links van het midden, en Bob geneert zich er niet voor op hetzelfde kiekje te staan als Bill Clinton en ook een invitatie van Obama voor een matineevoorstelling in het Witte Huis slaat hij niet af, dus zolang de democraten aan de macht zijn zal het protest zwakker klinken. Des te krachtiger klonk het toen Dubbeljoe Bush nog aan de macht was. Het was helemaal niet op zijn lijf geschreven, en toch stond hij in z’n hemd. Da’s nou de kwaliteit van de liedjesschrijver: zorgen dat iedereen zich erin herkent, zonder het noemen van specifieke namen.

Tijdloos dus.

PLAY: It’s Alright Ma (I’m Only Bleeding) (Live, At Budokan)

4.

Bedenk je één ding. Bedenk dat hij 21 was toen hij dit schreef. 21. Als ik me dat bedenk voel ik me oud en mislukt tegelijk. Bedoel, wat deed jij toen je 21 was? Met je vrienden in de kroeg zitten, onder invloed van weet ik veel wat een paar regels poëzie op papier zetten, om de volgende dag te constateren dat het niet eens goed genoeg is voor de nieuwste hit van Frans Bauer. Dan kon de wereld om je heen best in brand staan, maar hé, het is zaterdagavond en we nemen er nog één. Het zal ons een zorg zijn, het gaat om het hier en nu, en goh meisje, wat heb je lieve blauwe ogen. Op de achtergrond zingt iemand over andere tijden, en het is niet Boudewijn de Groot. Die had immers een groot tekstdichter naast zich nodig om zelf ook tot grote hoogten te kunnen stijgen. Maar dit. Dit is Rimbaud op muziek. Of Shakespeare met een gitaar om z’n hals. En dan moet ik Harry Mulisch nog openslaan zeg. Kom op, ik ben 21, ik heb net dat gelees voor de lijst achter de rug, mag ik me even ontspannen met de Nieuwe Revu misschien. Op de achtergrond rijgt hij de ene na de andere regel aan elkaar. Oud-testamentisch en dreigend. Onheilspellend, duister. Een gitzwart toekomstperspectief. Joh, het leven is toch leuk, laten we het eens van de zonnige kant bekijken. Die atoombom is allang gevallen, de koude oorlog ten einde, kom op, waar hebben we het over. Jajaja, war on terror, zullen we een spelletje doen. Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet. Een kamer vol mensen met hamers die bloeden. Een juffrouw die in brand staat. Stop stop stop. Hou op met je narigheden. Oh, ik heb teveel gedronken. Ik voel het naar boven borrelen. Ik ga m’n ogen dichtdoen en als ik ze morgen weer opendoe hoop ik dat deze nachtmerrie voorbij is.

PLAY: A Hard Rain’s A-Gonna Fall (Live, No Direction Home, The Soundtrack)

3.

In mijn visioen is Johanna een Spaanse dame. Sowieso is Bob een man met een voorliefde voor de zuidelijke Europese staten. Denk aan Boots of Spanish Leather, hij bezingt de straten van Rome, Suze Rotolo had Italiaans bloed, voor zijn soon to be ex-vrouw Sara tovert hij haar nog een keer het beeld voor ogen van die vakantie in Portugal. Maar misschien is het ook wel een oerhollandse, eentje uit de klei. Onze eigen Johan vernoemde zich immers naar haar. Ja, Johan verwijst natuurlijk naar Johan Cruijff, maar voordat de band Johan Johan heette, heetten ze Visions Of Johanna. Ik bedoel maar.

Maar nee, nu ik er langer over nadenk, zijn de beelden te broeierig voor een nuchtere Noordeling. Eerder een film-noir, waar je vanuit de mist een vage figuur op ziet doemen. In zijn mondhoek een ongefilterde sigaret, er kringelt rook omhoog. En in zijn hand houdt hij een groot wit vlak, en op dat witte vlak wordt een beeld geprojecteerd – deze keer in kleur. En in kleur zie je een vrouw, begerig kijkend, uitdagend ook, maar toch afstandelijk. Ze draagt een rode jurk. En in haar handen een groot wit vlak, en op dat witte vlak wordt opnieuw een beeld geprojecteerd – nu zwart-wit. De beelden vloeien in elkaar over, worden één geheel.

En dan wordt ik wakker. In een halve sluimer denk ik heel even te begrijpen waar het over gaat – kan ik het beeld bijna pakken. Maar als ik mijn mond opendoe komt er geen zinnig woord uit. Ik heb gedroomd dat ik wakker werd. En pas dan wordt ik echt wakker. Eén regel spookt nog na. Ain’t it just like the night to play tricks when you’re trying to be so quiet?

PLAY: Visions Of Johanna (Blonde on Blonde)

2.

Een vriend van me, muziekliefhebber en plaatsgenoot, vroeg me ooit eens welke plaat van Bob Dylan hij absoluut eens gehoord moest hebben. Overtuig me, riep hij er bezwerend bij. Over John Coltrane en J.J. Cale waren we het eens, maar hij was daarnaast meer dan ik Beatlesgek en Lou Reed-aanhanger. En dan vergeet ik nog helemaal zijn voorliefde voor punk en James Taylor. Ik dacht na. Time Out Of Mind, de eerste stap die ik zelf zette op het Bob Dylan pad, leek me teveel proza op te weinig akkoorden. Blonde On Blonde misschien weer te poëtisch, het zou in zijn oren zomaar kunnen klinken als artistieke rijmelarij. Highway 61 Revisited misschien? Dat bevatte al wat meer echte liedjes en een poging tot zuiver zingen, maar als je The Beatles en James Taylor op één lijstje had staan moest je met meer aankomen dan een poging tot zuiver zingen.

Eén voor één streepte ik ze weg en er bleef maar één mogelijkheid over. Blood On The Tracks. Bob die uit z’n tenen zingt, een akoestische gitaar, maar ook een contrabas, persoonlijke teksten en liedjes met een kop en een staart. De liefhebber slikt het voor zoete koek, maar voor de fijnproever was alleen het beste goed genoeg. Ik wilde niet nog eens de fout begaan door iemand mee te nemen naar een concert waarvan ik dacht dat hij maar één zetje nodig had om hem in hetzelfde kamp te duwen. Na afloop was hij matig enthousiast, terwijl ik in de hemel was geweest. Helaas was het ook mijn vader, die ik daarna nooit meer mee vroeg, zelfs niet als chauffeur. Ik begon thuis over van-alles-en-nog-wat, maar Bob Dylan was vanaf dan no-go.

Na een week of twee kreeg ik de cd weer terug. En, vroeg ik m’n vriend, wat vind je er van? Ik vroeg het hoopvol, niets anders verwachtend dan een lofrede op dit meesterwerk. Ik kwam van een koude kermis thuis. Tien nummers over zijn gestrande huwelijk. Dat was teveel van het goede. Ja, een vrolijk album kun je het niet noemen, dat was zo. Bob ziet zijn huwelijk op de klippen lopen en weet dat er geen redding meer mogelijk is: het lot is onomkeerbaar, definitief. Maar hoe hij het beschrijft, hoe hij het bezingt, heel persoonlijk, hoe kun je daar ongevoelig voor zijn? Hij vond het aanstellerij en daarmee was de kous af. Hoorde ik er dan iets anders in? Was ik misschien niet kritisch genoeg? Ik had het wel eens vaker gehoord. Die Bob Dylan, da’s ook een pessimist zeg. Nooit eens iets vrolijks te melden.

Maar wie het album opzet, de eerste klanken van Tangled Up In Blue hoort, de eerste regels, de liefdesgeschiedenis die een zwarte bladzij bijgeschreven krijgt, kan toch onmogelijk onbewogen blijven. De liefde, gevangen in het noodlot, wie weet er nou niet van. Dylan beschrijft het dal, dat dal waar iedereen wel eens geweest is. De hulpeloosheid en hoop die doet leven, het afscheid en het weerzien, de vonk en het uitdovende vuur. Wie zal zich daarin niet herkennen?

Ik zet het nog eens op en denk: misschien ben ik wel gek. En daarmee prijs ik me gelukkig.

PLAY: Tangled Up In Blue (Blood On The Tracks)

1.

Wat valt er nog te zeggen over iets waar al zoveel over is gezegd. De klap aan het begin, de donderslag die het nummer opent, zorgde voor eenzelfde schokgolf in de muziekscene. Een single van 6 minuten, dat was nog nooit vertoond. Om over de inhoud nog maar te zwijgen. Vier giftige coupletten, uitmondend in een snerend refrein. Dit waren toch de zonnige jaren 60, dat decennium van love, peace & happiness? Dit was allesbehalve liefelijk en muzikaal ook nog eens anarchie. Een gitarist op een hammondorgel, en degene die hammondorgel had moeten spelen, achter de piano. Het is een klassieker in de dop: op die dag wordt muziekgeschiedenis geschreven. Ik kan me niet herinneren ooit bij een concert te zijn geweest waarbij het ontbrak. Al is de inspiratie wisselend, als vaste klant weet je: tweede nummer van de toegift. Avond aan avond, jaar in, jaar uit, het is vaste prik in een verder onvoorspelbare ranglijst van liedjes. Meestal wend ik die avond voor het eerst mijn hoofd af van het podium, kijk de zaal eens rond, vooral de achterste rijen zijn uitgelaten: hiervoor zijn ze gekomen, eindelijk een hit. Uit volle borst zingt iedereen het refrein mee. Toch breekt het geen records: in Nederland haalt het maar net de top 10 en met een 7e plek is het niet eens zijn grootste hit in dit land.

En toch moet dit ´m zijn. De hoogste sport op de ladder. Er is er maar één die kan grijpen naar de allerhoogste titel. Ik denk nog even aan de zachte steelgitaar in Tell Me That It Isn’t True, het bitterzoete van Is Your Love In Vain, het tikken tegen de gitaar in Shelter From The Sorm, het klikken met de hakken op Blind Willie McTell, de melancholie van Standing In The Doorway, de jaren 80 echo in Brownsville Girl, het moerasachtige van Man In The Long Black Coat, dat basloopje in Most Of The Time, het losse van Shot Of Love, nogmaals de melancholie in Emotionally Yours, de blues met hoofdletter B van Someday Baby.

Dit had ik allemaal kunnen kiezen voor de koppositie, maar het werd het niet. Er is zoveel moois en misschien zelfs mooiers, maar dan is dit nog steeds beter en misschien wel het best. Volgens sommigen zelfs het allerbest: een paar jaar geleden werd het verkozen tot beste nummer allertijden. Maar da’s misschien ook weer niet zo gek als je bedenkt dat die verkiezing werd uitgeschreven door Rolling Stone.

PLAY: Like A Rolling Stone (Highway 61 Revisited)

Dylan Dertig: 10 t/m 6

10.

Soms denk ik dat ik op hem lijk. Dat jij mij bent, en ik jou. Tuurlijk, mijn leven voltrekt zich heel anders dan dat van jou, om te beginnen ben jij uit 1941 en ik uit 1982. Een gapende generatiekloof. Ik leid niet het leven van een artiest, bezit niet huizen op alle continenten, wordt niet avond aan avond toegejuicht en ben niet getrouwd met de zoveelste vrouw en daarna toch weer vrijgezel. Maar er is er iets wat ons bindt. Is het niet de geschiedenis, je achtergrond, je opvoeding, dan misschien iets dat diep verborgen zit. Of is het datgene wat ons allemaal verbindt? Zou iedereen uiteindelijk hetzelfde zijn? Is mijn denken en mijn doen universeel? Voelt elke man wat de buurman ook voelt? En de vrouw… zou de vrouw waarover je zingt zichzelf herkennen? Zou ze weten dat zij het is? Zou ze zich aangesproken voelen als je over haar zingt? Zou ze haar ogen neerslaan in het besef dat jij het bent die tegen haar zingt? Zou ze bedenken hoe ze het allemaal weer goed zou maken als jij nu voor haar zou staan? Zou ze veinzen dat het mogelijk zou zijn om alles wat gebroken is te lijmen? Zou ze de scherven oprapen terwijl jij voor haar staat, en het dan zachtjes in jouw hand drukken? Zou ze haar ogen opslaan, je zwijgend aankijken of nog eenmaal zeggen dat ze van je houdt? Zouden haar blauwe ogen je nog eenmaal raken? Of zou je wegkijken, je omdraaien, naar de deur gaan en voor altijd weggaan?

Misschien is het dezelfde vrouw. Dezelfde vrouw als alle vrouwen. En zijn wij man zoals alle mannen. Zijn wij één. Kan ik jou troosten zoals ik me laat troosten door jou.

PLAY: It’s All Over Now (Baby Blue) (Live 1975, The Bootleg Series Vol. 5, The Rolling Thunder Revue)

9.

Het lot. Komt het van boven? Heb je het zelf in de hand? Is het God? Is het onder een ladder doorlopen? Is het puur toeval?

Het lot. Het leven begint en eindigt ermee. Ons lot op aarde geworpen te worden. En aan het eind één zekerheid te hebben: het lot van doodgaan. Tussendoor proberen we het lot uit de loterij te bemachtigen. Proberen we het lot te bedwingen. Te bezweren. Is het niet met voodoo, dan wel met een verzekering.

Het lot. Oh, we zijn slechts onwetende Dries Roelvinken in een onmetelijk grote ruimte, een oneindig universum. En je houdt de scherven in je handen, de puzzelstukjes vallen uit elkaar.

Het lot. Veel liever had ik in een doorzonwoning gezeten, om elke dag met de trein naar mijn negen-tot-vijf-baan te gaan. Maar Bob was er stellig van overtuigd dat hij zich niet kon ontrekken aan zijn lot: artiest zijn was geen keuze, het was het lot. Gitaar spelen kun je leren, een liedje schrijven tot op zekere hoogte, maar hoe vloeit dan de ene na de andere melodie uit je pen, een tekst met eeuwigheidswaarde en de muziek die collectief in het geheugen gegrift staat? Stellig, dat komt van boven. Een beetje van jezelf, en een beetje magie. En dan maar hopen dat de Grote Hand niet wijkt, het talent van je afneemt en je weer laat verworden tot een onwetende Dries Roelvink in een onmetelijk grote ruimte, een oneindig universum.

Het lot. Alstublieft, hier heeft u het cadeau, u mag het houden, sterker: u mag het niet teruggeven. U krijgt het volledige pakket, inclusief roem, aandacht, lofuitingen. Doe ermee wat u wil, maar misbruik het niet. O, en er komen ook vrouwen op af. Veel vrouwen. De één voor een avondje plezier, de ander voor je geld, weer een ander voor een onschuldige handtekening, een laatste voor je leven. En je zult moeten toegeven, dat is het lot. Je hebt immers iets onmenselijks aangenomen, en je bent maar een mens. En je zult de scherven in je handen houden, de puzzelstukjes vallen uit elkaar. Maar ga niet bij de pakken neerzitten. Schrijf er liever een goed liedje over. Het wordt een mooi lied, want ik ben erbij. Dat is het lot.

PLAY: Simple Twist Of Fate (Blood On The Tracks)

8.

Een liedje dat klinkt als rijden in een gestolen auto, waarbij je alle obstakels op weg naar je geliefde omver rijdt, iedereen overhoop rijdt die je ooit in de weg heeft gestaan, terwijl de zon je haren door het open dak streelt en je meeneuriet met een simpel liefdesdeuntje op de radio. Zo zou je het kunnen omschrijven. Of zoals Bob het zelf omschreef: dat dunne, dat wilde kwikzilveren geluid. Of zoals professor Christopher Ricks zei: poëzie die in verschillende opzichten heel bijzonder is en op een suggestieve manier waar is. Of zoals Al Kooper zei: niemand heeft het geluid van drie uur ’s ochtends beter vastgelegd dan hij op die plaat. Niemand krijgt het zo goed, zelfs Sinatra niet. Of zoals fotomodel Edie Sedgwicks dacht: dit nummer gaat over mij. Of zoals sommigen beweren: hij zou hiervoor de nobelprijs voor de literatuur verdienen.

I want you. Dat simpele, dat vanzelfsprekende. I want you, so bad. Je bent jong, en je wilt wat. Je wilt wat, en je krijgt het. Het is 1966 en alles mag, alles kan. Wat wil je nog meer?

PLAY: I Want You (Blonde On Blonde)

7.

Het slotstuk. Het piece de resistance. Het beste voor het laatst bewaard. Zo overdonderend als Highway 61 Revisited begint, met een luide klap op het drumstel als startsein voor Like A Rolling Stone, zo verstild eindigt dezelfde plaat. Weg met het lawaai, de versterkers uit, de band naar huis. Er smeulen nog wat peuken na in de asbak, de lichten zijn gedimd.

Nog één keer alles geven. Het laatste vel. De laatste zucht. Vaak zijn de laatste loodjes het zwaarst, in zijn geval zijn de laatste loodjes het langst. Zo heeft hij het 13 minuten lang over de Sad Eyed Lady Of The Lowlands, op het album Time Out Of Mind maakt hij het zelfs nog bonter: een ruim kwartier bezingt hij de Highlands op een handvol akkoorden. En zelfs bij slechte platen is het einde nog de moeite waard: we spreken over midden jaren 80, als Dylan compleet de weg kwijt is en krampachtig aansluiting zoekt bij de videogeneratie van MTV. Hij sluit drumcomputers aan, huurt een hippe producer in. Hij is als Bob Harris in de film Lost In Translation. Losgelaten in Tokio, dezelfde planeet, maar toch een totaal andere wereld. Hij is zichzelf kwijt. En na een paar niemendalletjes, echte doorskippers en tenenkrommende exercities, als je al 10 keer je cd-speler uit het raam had willen gooien, is daar ineens Dark Eyes. Alleen hij, met een gitaar. Zonder opsmuk, maar echt. Dat ene nummer maakt de aanschaf van het hele album waard.

Zeven minuten pure poëzie. Geen idee waar het over gaat, maar ik heb het gevoel dat het waar is wat hij zingt. Met ingehouden adem luister ik, een paar tellen ben ik stil, ik slaak een zucht. De laatste loodjes zijn het mooist.

PLAY: Desolation Row (Outtake, Bootleg Series Vol. 1-3 1961-1991)

6.

De allereerste videoclip wordt het wel genoemd: het filmpje bij Subterrenean Homesick Blues. Ok, de band Queen was geloof ik de allereerste die speciaal voor een liedje een video schiet, en de beelden behorend bij dit liedje zijn het startschot voor de documentaire Dont Look Back, maar toch: noem het een videoclip avant la lettre. Bob houdt in één of ander industrieel straatje een verzameling borden vast, met daarop enkele woorden en losse zinnen uit het liedje. Even simpel als doeltreffend, en goed bedacht door Sony bij het uitkomen van verzamelbox nummer zoveel dat je je eigen tekst kon invullen op die borden. Volgens mij had de plaatselijke platenmaatschappij bedacht dat de 20 leukste inzendingen beloond zouden worden met die 3-dubbel-verzamelbox. Mijn tekst zal ongetwijfeld zoiets zijn geweest als: hier had mijn tekst kunnen staan. Hoe dan ook: ik heb nooit gewonnen, en hoewel ik de complete officiële discografie bezit: ik doe niet aan best ofs. Maar in het tekstboekje staat vast een goed ronkende aankondiging, zoiets als: de eerste rapsong ooit. Nou ja, noem het een rapsong avant la lettre. Bob praat inderdaad meer dan dat hij zingt, en van een duidelijke verhouding tussen couplet en refrein lijkt ook al geen sprake. Het is meer een opeenstapeling van losse zinnen, gedachten, leuk bedachte oneliners, goed gevonden kreten. You don’t need a weatherman to know which way the wind blows. De anarchistische terroristische groep Weatherman ontleende er hun naam aan. Net als Radiohead op OK Computer één van de nummers Subterrenean Homesick Alien noemt. Ongetwijfeld een ode aan de meester van het vrije associeren, want zeg nou zelf: weet jij wat Subterrenean Homesick Blues betekent? Doesn’t matter: pik er een zin uit, kalk het op een muur, print het op een t-shirt, druk het op een sticker. Don’t follow leaders, watch the parking meters. Wat dat betreft was Bob zijn tijd ver vooruit: in het anno nu van de losse flodders, oneliners, bits en soundbites zou het niet misstaan. Bob was éénentwintigste eeuw avant la lettre.

PLAY: Subterrenean Homesick Blues (Bringin’ It All Back Home)

Dylan Dertig: 15 t/m 11

15.

Tien dingen die je moet weten over dit liedje. Eén. Het was de debuutsingle van The Byrds. Twee. De versie van Dylan was een stuk minder succesvol. Drie. Drugs speelden geen enkele rol in dit nummer. Zei Dylan ooit eens. Ik kon ze gebruiken of laten staan, maar zat er nooit aan vast. Vier. Het nummer werd geschreven tijdens een trip die Bob en een paar vrienden maakten vanuit New Orleans naar het westen. Vijf. Die reis was geinispieerd op het boek On the road van Jack Kerouac. Zes. Het nummer is deels gebaseerd op de vriendschap van Bob met Bruce Langhorn. Zeven. Die bezat een grote Turkse tamboerijn, volgens Bob zo groot als een wagenwiel. Acht. Een andere invloed is de film La Strada van Fellini. Negen. Jingle jangle haalde Bob van een oude plaat van Lord Buckley. Tien. Al het voorgaande is gebaseerd op Bobs biografie, geschreven door Howard Sounes. Eén ding weet ik zeker: het staat op de plaat Bringin’ it all back home, dat alleen in Nederland onder een andere titel uit kwam: Subterrenean Homesick Blues. Waarom weet ik dan weer niet.

PLAY: Mr. Tambourine Man (Live 1975, The Bootleg Series Vol. 5, The Rolling Thunder Revue)

14.

Een liefdesliedje voor Joan Baez. Althans, dat zou het kunnen zijn. Want nergens wordt haar naam genoemd, en nergens spat het glazuur van de regels af. De relatie tussen Bob en Joan is er één van vele onduidelijkheden. Even de feiten: Joan Baez was één van de grote folkzangers aan het begin van de jaren 60 en Bob was haar protegé. Ze gaf Bob een duwtje in de goede richting, dankzij haar kwam hij ook in de belangstelling te staan. Meer dan eens werden ze innig verstrengeld in elkaars armen gefotografeerd. Waar Joan was, daar was Bob. Totdat de situatie zich omkeerde. Bob stapte uit haar schaduw, en met elk jaar dat verstreek stond hij meer in de schijnwerpers, en Joan meer in de schaduw. Zongen ze tijdens haar concerten nog regelmatig samen, toen Bob het op eigen kracht kon, deed hij dat ook. Joan mocht mee, maar kwam vaak niet verder dan de hotelkamer. Kleine situatieschets: In de documentairefilm Dont Look Back zie je ze samen in beeld. Joan zit met een gitaar op schoot, Bob achter een typemachine. Terwijl Joan met haar betoverende klanken de kamer vult, zit Bob voorovergebogen over zijn typemachine, ondertussen de ene na de andere sigaret oprokend. Het lijkt alsof ze smacht om zijn aandacht. Hoor dan hoe mooi ik voor je zing. Maar Bob keurt haar geen blik waardig. Hij tikt onverstoorbaar door op de typemachine. Je ziet toch dat ik bezig ben. Een half jaar ervoor waren ze nog samen op tournee door Amerika. Joan stond in haar eigen voorprogramma en zong liedjes van Bob. Nadat ze Blowing in the wind had gespeeld vroeg ze het publiek of ze de schrijver van dit liedje wilden ontmoeten. Het publiek ging uit z’n dak toen Bob op het podium kwam – voor een hoger honorarium dan degene die hem had uitgenodigd ook nog eens. Toen ze later meeging op zijn tournee door Engeland verwachtte ze toch op z’n minst één keer gevraagd te worden om mee te zingen. Maar waar ze ook kwamen – hij stond alleen in de spotlights. Bij de tournee die volgde was ze niet meer gevraagd. Maar toen Bob door ziekte tot zijn hotelkamer veroordeeld was besloot ze toch om hem op te zoeken. Toen ze aan zijn kamerdeur stond, werd er opengedaan door een vrouw. Ze bleek Sara te heten en in het geheim al een tijdje een relatie met Bob te hebben. Joan droop teleurgesteld af, en ze zouden elkaar tot halverwege de jaren 70 niet meer zien. Bob trouwde met Sara, tot het huwelijk halverwege de jaren 70 op de klippen liep. De oorzaak laat zich raden.

PLAY: She Belongs To Me (Bringin’ It All Back Home)

13.

Schrijven is schrappen. Staat op mijn papiertje. Niet dat ik het niet uit mijn hoofd zou kunnen, maar soms is het goed zeker te weten wat je gaat zeggen. De drie zinnen die hierna volgden heb ik doorgestreept. Blijft de vraag over: wat staat er op de paperassen die Bob voor zich heeft liggen?

Avond aan avond is de aanblik hetzelfde: de rechterkant van het podium is zijn domein, het keyboard waar je en profil tegenaan kijkt. Aan de zijkant een microfoonstandaard, die standaard te laag staat. Hoewel meestal nog niet laag genoeg naar zijn zin, want zodra de eerste klanken ingezet worden, duwt Bob zijn zangversterking meestal nog een centimeter of wat omlaag. Wat meteen tot gevolg heeft dat hij zich, zeker voor zijn leeftijd, in allerlei interessante maar vooral onmogelijke kronkels en buigingen moet werken om te kunnen zingen en tegelijkertijd piano te kunnen spelen. Een cynicus zal zeggen dat hij beide toch al matig beheerst, laat staan tegelijkertijd. Met het klimmen der jaren worden de fysieke ongemakken er meestal niet minder op, maar ook de geheugenspier werkt niet altijd even feilloos meer. Als ik mijn hersens kraak kom ik maar tot één slotsom: die steel-guitar die daar, op hoge poten, pal tegen zijn keyboard aangeplakt staat, dient als luxe bijzettafeltje voor de papieren waarop, in Times New Roman lettertype 32, de setlist staat. Maar er liggen meerdere velletjes A4, wat doet vermoeden dat Bob goed naar Andre Hazes heeft gekeken. Want ja, hoe ging die ene regel in een van die 500 liedjes ook alweer. Hij knijpt zijn ogen samen, bedenkt dat hij weer z’n leesbril in de kleedkamer heeft laten liggen, perst zijn lippen tot een smalle streep en gooit er wat willekeurigs uit. Waarom heb ik dit lied ooit zoveel coupletten gegeven, lijkt hij te denken, terwijl hij een boze blik de zaal in werpt.

In zijn boek Kronieken, waar wat mij betreft best een paar blaadjes uitgescheurd hadden mogen worden, vertelt Bob over de totstandkoming van een liedje. ‘ Ik begon eraan in de vroege namiddag, tegen de tijd dat het ochtendnieuws begon te slijten, en ik had er de rest van de dag tot in de avond nodig om het af te maken. Het was alsof ik het liedje voor me zag verschijnen en ik het moest inhalen, alsof ik alle personages in het liedje zag en ervoor koos om mijn lot aan het hunne te verbinden. Ik hoorde het hele stuk in mijn hoofd, ritme, tempo, melodielijn, de hele mikmak. Ik zou dit liedje altijd terug kunnen halen. De wind zou het nooit uit m´n hoofd kunnen blazen. Op zo´n song komt er nergens een einde aan. Je schijnt een zaklantaarn op iemands gezicht en je bekijkt wat er te zien is. Maar voor mij is het verbazend eenvoudig, geen complicaties, alles pakt goed uit. Zolang de dingen die je ziet niet voorbijgaan in vlekken van licht en schaduw zit je goed. Liefde, angst, haat geluk – alles in onmiskenbare bewoordingen, duizend-en-één subtiele vertakkingen. De ene regel roept de andere op. zoals wanneer je linkerbeen een stap vooruit doet en je rechterbeen meetrekt.’

Zoals een schilder zijn werk bijpunt, bijschaaft, bijkleurt, voordat het een meesterwerk is, een weekje laat staan, er met hernieuwde blik tegenaan kijkt, zo blijft Bob schrijven en schrappen, tot in de studio aan toe. Sommige briljante liedjes zouden nooit het stadium bereiken waarop de meester ze goedkeurde – of andersom: de meester zag dat het goed was, maar de muzikale lijstenmakers zouden best nog een paar uurtjes hebben willen bijschaven.

Een vroege opname van dit liedje laat horen hoe Bob op driekwart van het liedje begint te mompelen, even zijn mond houdt, en dan weer verder zingt. Terwijl de band doorspeelt, de opname loopt, de muziek er goed op staat, verzint hij ter plekke een nieuwe tekst. Dat ene regeltje moet toch anders. Er moet toch nog een couplet bij. Zelfs in de uiteindelijke versie werd geknipt: ‘ When he built a fire on mainstreet’ is de officiële tekst in het vierde couplet, maar Bob zong het oorspronkelijk duidelijk anders en in de ik-vorm. Die zin werd ruw in tweeen geknipt, waardoor je nu hoort: When I spee-He built a fire on mainstreet. Schrijven is schrappen, en zo werden er 3 coupletten geschrapt in deze live-versie.

PLAY: Stuck Inside Of Mobile With The Memphis Blues Again (Live, Hard Rain)

12.

Cee-Lo Green zei het recht voor z’n raap, net als Lily Allen. En ook Danny Paladero heeft een hit omdat er fuck you in zit. Er is een handig tooltje op bobdylan.com waarbij je een willekeurig woord kan intikken, en dan rolt er uit de database een overzicht van alle liedjes waar dat woord in voorkomt. Ik toets in: fuck. Drie keer raden hoe vaak Bob dat woord heeft gebruikt in zijn liedjes. Nul. Nooit. En toch is dit misschien wel de eerste muzikale middelvinger ooit. 1965, het jaar dat in Amerika bekend staat als het jaar dat Dylan elektrisch ging. Het eerste keerpunt in het leven van Dylan. Niet alleen muzikaal verandert hij van koers: hij trekt weg uit New York, de stad waar hij alles aan te danken had. Zijn doorbraak, de liefde, inspiratie, vrienden en een dak boven zijn hoofd. Maar de eerste liefde maakt plaats voor een ander, inspiratie vind hij bij The Beatles en dankzij zijn succes kan hij van het verdiende geld een eigen huis kopen. Woodstock wordt de nieuwe standplaats, Sara is zijn eerste vrouw en net als The Beatles wil hij een gitaar met een snoertje.

Een paar dagen nadat Bob zijn gitaar heeft ingeplugd op het Newport Folk Festival staat hij in de studio. Het boe-geroep moet nog na-echoen. De woede op het gezicht van Pete Seeger, die de geluidskabels in tweeen had gespleten als hij een bijl had gehad, het staat hem nog helder voor de geest. Is dit het afscheid aan Greenwich Village, het deel van New York waar hij alles aan te danken had, maar waar hij uiteindelijk toch van vervreemd was? Het vaarwel aan de vrienden, die hem ineens de rug toekeerden omdat hij niet meer één van hen was?

Als het later dat jaar uitkomt op single, is iedereen nog maar net bekomen van Like A Rolling Stone. Dit klinkt liefelijker. Bijna Beatlelesque. Je zou het mee willen zingen, ware het niet dat er geen refrein in zit. Onder het muzikale vernis zit een beerput die Dylan bijna vredig de speakers uit knalt. ´Ik zou willen dat ik in jouw schoenen stond, en jij in de mijne. Dan zou je zien hoe verschrikkelijk je bent.´ Een grotere fuck you is er niet.

PLAY: Positively 4th Street (Single)

11.

Ze was nog getrouwd die dag, toen ze Bob tegenkwam in New York. Zij reed rond in haar MG sportautootje, Bob zwierf zoals altijd door de straten van de stad. Hij was inmiddels een bekende zanger, een paar kortstondige relaties lagen achter hem. Zij was fotomodel, en getrouwd, maar haar huwelijk stelde niet veel meer voor. Haar man had gezegd: ik kan niet getrouwd zijn met iemand die Shirley heet. En dus stelde ze zich voor als Sara. Sara Lownds, geboren Shirley Nozinsky. Een mooie vrouw, met opvallende bruine ogen. Ze keken een beetje triest, maar dat zorgde juist voor extra aantrekkingskracht. Bij de eerste ontmoeting wist Bob: met haar ga ik trouwen. Het huwelijk met haar man Hans kraakte. Hij was 25 jaar ouder, fotograaf, en zo hadden ze elkaar ook leren kennen: als jong model kreeg hij Sara voor zijn lens. Heinz Ludwig Lowenstein, zeg maar Hans. Ze hadden sinds kort samen een kind: Maria. Maar hij was druk, en thuiszitten was niks voor haar. Hans vond dat ze wel een sportwagentje verdiende, als goedmakertje voor zijn drukke bestaan. En zo reed ze door New York, vooral Greenwich Village trok haar aan. Tot ze op een dag wegreed en nooit meer terugkwam. Ze had een andere man ontmoet. Met hem ging ze trouwen. Met Robert, zeg maar Bob. Samen met Maria trok ze bij hem in. Hij had een kamer in het Chelsea hotel gehuurd, groot genoeg voor hun drieën, en een piano kon er ook nog bij. Hans vond het maar niks, haar relatie met die Zimmerman, zoals hij Bob noemde. Hij wil niet dat zijn dochter door Bob werd opgevoed, en is van plan een rechtszaak aan te spannen. Zijn advocaat vertelt hem dat hij weinig kans heeft te winnen. Hans besluit het erbij te laten, en ziet zijn Sara nooit meer. Hoewel ze nu officieel een stel zijn, wil Bob het niet aan de grote klok hangen. Alleen zijn manager en een getuige voor Sara zijn bij de ceremonie die in 1965 wordt voltrokken op Mineola, Long Island. Zelfs sommige vrienden weten niet dat Bob nu getrouwd is. Op haar beurt weet Sara weer niks van de vrienden van Bob. Ze zijn samen, de rest van de wereld bestaat niet. Zo leven ze lang en gelukkig samen, tot de jaren 70 aanbreken. Bob treedt dan al jaren niet meer op, maar besluit dat het tijd wordt voor een nieuwe tournee. Het jachtige artiestenbestaan keert terug, het leven waar Sara niks van weet. Of wil ze het niet weten? Wat gebeurt er allemaal in die kleedkamers? En al die nachten dat Bob alleen op z’n hotelkamer zit? In het Chelsea hotel had hij nog een prachtige ode aan haar geschreven. Sad Eyed Lady Of The Lowlands. En nu stonden haar ogen weer zo triest, omdat ze al het leed moesten verwerken van wat ze in zijn ogen had gezien – en doorzien. Het huwelijk liep op de klippen. Of toch niet. In een ultieme poging haar weer voor zich te winnen, schreef hij een lied voor haar. Hoe anders kon hij het zeggen dan met muziek. Hun gesprekken waren ruzies geworden, futiliteiten groeiden uit tot kloven van onbegrip. Terug in New York schreef hij het voor haar, Sara. En ook zij was terug in New York. Die zomer had ze doorgebracht zonder Bob, en kwam een kijkje nemen – te zien of er nog iets te redden viel. En aan de andere kant van het glas zingt iemand over vakanties toen de kinderen nog klein waren en weet je nog – die eerste keer samen in Portugal. Hij vraagt vergeving voor zijn begane zonden en zingt: Sara, don’t ever leave me, don’t ever go. Ze was er helemaal door van slag. Het was een keerpunt. Ze kwamen weer bij elkaar. Bob en Sara.

PLAY: Sara (Desire)

Dylan Dertig: 20 t/m 15

20.

Er zijn vele manieren om de liefde te verklaren, en minstens zo veel mogelijkheden om diezelfde liefde weer te beëindigen. Zo stormachtig als het begon, is het vaak ook weer aan het eind. Zo kabbelend als het tussendoor was, zo vaak eindigt het met een knal. Maar erger nog dan tierend zijn spullen op straat gooien, scheldend haar de deur uitwerken of met slaande ruzie alle schepen achter je verbranden is het vertrek met stille trom. De volgende ochtend een briefje op haar nachtkastje. Schat, ik ben er niet meer, maar maak je niet druk, het is ok.

Terwijl jij lag te slapen is hij er vandoor gegaan. Je springt uit bed, loopt naar het raam, daar zie je nog zijn spoor, een glimp van zijn gaan. Maar het is al te laat, hij is al uit je leven gelopen. Je zakt in elkaar van verdriet, begrijpt het niet, wilt hem terug, telefoneert, schrijft, probeert hem over te halen het nog één keer te proberen. Maar alles wat hij van zich laat horen is een smsje met daarin: het is niet dat je me iets hebt misdaan, alles wat je deed is mijn tijd verdoen.

Temidden van alle liefdesliedjes, tussen suikerzoet en hartverscheurend, is dit het ultieme liefdeslied. Het loflied der anti-liefde.

PLAY: Don’t Think Twice, It’s Alright (Live, Before The Flood)

19.

Meisjes. Ze maken u kapot, meneer. Zeg dat Van ’t Groenewoud het gezegd heeft. Ach ja, meisjes. En vrouwen ook. Vrouwen komen van Venus, en mannen niet. Ik ben geen vrouw, maar ik heb wel geprobeerd een voorstelling van mezelf als vrouw te maken. Of ik dan ook in katzwijm zou zijn gevallen. Net als al die anderen, soms over de 50, die nog steeds bijkans flauwvallen bij het zien van het eerste plukje haar. Of nee, die blauwe ogen schijnen het te doen. Ik heb ze wel eens gegoogled, daar ben je immers man voor die zich verdiept in het vrouw-zijn. Felblauw. Als de Middelandse Zee. En bovendien: minder blauw worden ze niet, hoeveel rimpels er ook omheen zitten. Ja, ergens snap ik het wel. Een interessante man. Maar mooi? Ik scroll nog even verder en zie een foto van midden jaren 60. Woeste krullen, duidelijk ongekamd, puntschoenen, breedgeschouderd, enigszins schonkig, een bleek bekkie. Niet onknap. Vind ik dan als vrouw. Maar misschien is het wel de roem. Het geld. Rijke mannen hoeven niet knap te zijn om een blonde schone aan de haak te slaan. Status is voldoende. Denk ik dan als jaloerse man. En je hebt ze nooit voor jezelf, zegt de bezitterige vrouw die in me opstaat. Concurrentie all over the planet. Joan Baez, beetje een gillende keukenmeid, zeker in die tijd, Suze Rotolo, een goeie keus en Sara Lownds, daar zijn niet zoveel foto’s van. Ach ja. Bob en de vrouwen. Een oneindig boek met talloze hoofdstukken. Ik weet mijn verbazing nog toen ergens begin 2000 het bericht naar buiten kwam dat Bob hertrouwt was. En inmiddels ook weer was gescheiden. En dat alles buiten het zicht van camera’s en microfoons. Over de liefde leer je meer als je zijn teksten hoort. De man die verlaten werd, de liefde terugwon, de liefde verspeelde, de liefde van zijn leven voor altijd zou kwijtraken. I’m sick of love. I wish I’d never met you. Als ik vrouw was geweest, had ik je best eens willen tegenkomen. Ondertussen vraag ik me af wie toch die Edie Sedgwick is, over wie dit nummer gaat. Ik google een foto van haar. Ik blijf tenslotte een man.

PLAY: Just Like A Woman (Blonde On Blonde)

18.

Het begin van het einde als folkie. Dylan hangt zijn akoestische gitaar aan de wilgen. Om zijn schouders hangt een leren jasje. Hij rookt onophoudelijk, slaapt bijna niet. Hoort gillende meisjes onder zijn hotelraam. Werkt tot in de late uurtjes verbeten door op zijn tiepmachien. Kweekt wallen tot op z’n enkels. Wordt onderworpen aan een slopend tourschema. Heeft altijd wel vrienden om zich heen. Of mensen die dat zouden willen zijn. Kaffert een journalist uit die een slechte vraag stelt. Heeft ongeknipte nagels. Een steeds groter wordende bos met krullen. Kijkt niet altijd even helder uit z’n ogen.
Het hoogtepunt van de roem dient zich aan. 1965. Highway 61 Revisited. Een complete band in de studio, die pas na zonsondergang hun instrumenten de sporen geeft. Z’n teksten lijken ingevingen van iemand in hoger sferen. Geen protestliedjes meer. Eerder associaties. Over ene Mister Jones. Niemand lijkt precies te weten wie dat is. Het bracht de Counting Crows op het idee een nummer over deze mysterieuze man te maken. Bindevoet & Henkes, het vertaalduo dat elk liedje van Bob onder de Nederlandse loep nam, noemden het: Ballade van een vaag figuur. In z’n eigen woorden: Ballad of a thin man.

PLAY: Ballad Of A Thin Man (Highway 61 Revisited)

17.

Nee. Dit liedje heeft niks te maken met blowen, al werd het geschreven in een tijd dat je soms door de marihuanadampen de bomen niet meer recht kon zien. En het voornamelijk door linksdraaiende yoghurtjongeren op teenslippers werd meegezongen. Over vrede en vrijheid. En dus gemakkelijk mee te zingen met je ban de bom button op je spijkerjasje.

Zoveel als dit liedje kleeft aan de jaren 60, zo actueel zal het zijn in 2060. Hoe lang moet een volk bestaan voordat het in vrijheid kan leven? Hoe vaak sluit men nog de ogen en doet alsof ze het niet ziet? Hoe vaak moet je de oren nog spitsen voordat je iemand hoort huilen? Hoeveel bommen moeten er nog vallen voordat je ze voor eeuwig vernietigt?

Omdat over 100 jaar die vragen nog steeds gesteld moeten worden, en het antwoord nog steeds niet gegeven zal zijn. The answer my friend, is blowin’ in the wind.

PLAY: Blowin’ In The Wind (Live Version, B-side Things Have Changed)

16.

Voorbeeld en folkheld Woody Guthrie. Die zei ooit eens: een echte artiest kan een liedje maken over elke willekeurige kop uit de krant. Zoals Bob later deed in Hurricane, het nummer over de bokser Rubin Carter en, nog veel belangrijker, over zijn oneerlijke proces en onterechte opsluiting in de gevangenis. Zo opende Dylan op een dag de krant en las het verhaal over Hattie Carroll. Een dienstmeid van over de 50, moeder van 10 koters, die werkte voor een karig loontje in één of andere hotelbar. En last but not least was ze ook nog eens zwart.

William Zanzinger was een rijkeluiszoon van 24 die nog meer geld had vergaard dankzij het bezit van een tabaksplantage van 200 hectare. Hield regelmatig feestjes voor zichzelf en zijn rijke vrienden. En, o ja, hij was by the way blank. Op een avond kwam hij, al dronken, de bar binnen waar zij, Hattie Carroll, die avond werkzaam was. Hij maakte luidkeels en hardhandig duidelijk dat hij zin had in nog een drankje. De dienstmeisjes noemde hij lui en black bitches. Toen een besteld drankje niet snel genoeg naar zijn zin werd geserveerd, sloeg hij de dienstdoende vrouw op haar rug. Hard. Hattie Carroll wankelde naar de keuken, waar ze in elkaar stortte. Ze kon nog net uitbrengen dat ze nog meer vernedering niet kon verdragen. Ze werd snel naar het ziekenhuis gebracht, maar het was al te laat. Enkele uren later bezweek ze aan stress, een te hoge bloeddruk, andere lichamelijke ongemakken en niet te vergeten de klap die William Zanzinger haar had uitgedeeld.

Zanzinger moest zich voor de rechter verantwoorden, maar verklaarde zich niets meer te herinneren van het hele voorval en kwam er vanaf met een half jaartje cel. Uiteindelijk werd ‘ie vanwege goed gedrag vervroegd vrijgelaten. Maar dankzij the lonesome death of Hattie Carroll werd dit verhaal meer dan een voetnoot in de racistische geschiedenis van Amerika. Al beweerde William zelf dat het hele liedje bij elkaar gelogen was, dat de aanklacht hem niks deed en bovenal – als hij Bob Dylan ooit zou tegenkomen, dat hij dan opnieuw een klap zou verkopen. Maar dan aan Bob. William Zanzinger stierf twee jaar geleden, ontmoette Bob Dylan nooit en die laatste bleef het spelen, ook na the lonesome death of William Zanzinger.

PLAY: The Lonesome Death Of Hattie Carroll (Live 1975, The Bootleg Series Vol. 5, The Rolling Thunder Revue)

Weblog      Beste Bob      Muijs gemist      Muijst wanted      Contact
© Martijn Muijs 2012