Radio 538KX Radio
Weblog Beste Bob Muijs Gemist Muijst Wanted Muijsmail
Radiohead komt met iets nieuws ouds

Misschien wel de beste band van het Engelse stukje continent, als je de Beatles & de Stones effe niet meerekent. En dan heb je natuurlijk Coldplay nog, al zou je die met een beetje goeie wil kunnen scharen onder de navolgers van de band in deze kwestie. Radiohead dus. Makers van het beste album uit de nineties, hoewel dan onmiddelijk ook Nevermind van Nirvana in m’n hoofd opdoemt. Nou ja, Nevermind.

Het cruciale derde album, en het album daarvoor bevatte al pareltjes als Fake Plastic Trees, High & Dry en niet te vergeten Street Spirits. Hoe dat te toppen. Nou, met Ok Computer dus. Wat een album. Midden in de nacht over een lege snelweg iets boven de toegestane maximum snelheid cruisen en deze cd in de speler. Zalig. Geopend door gitaren, dan van links naar rechts in hun persoonlijke Bohemian Rhapsody Paranoid Android, gevolgd door dromerige klanken, vage teksten en het ene pareltje na het andere.

Daarna sloeg de vernieuwingsdrang toe op Kid A, waar mooie liedjes werden verpakt in experimentele klanken. Het daaropvolgende Amnesiac bood van hetzelfde laken een pak, daarna ben ik het spoor een beetje bijster geraakt. Thom Yorke bracht een solowerk uit, In Rainbows vind ik op een dromerige dag nog wel te pruimen, verder liet ik Radiohead meer en meer links liggen. Zo heb ik een jaar geleden de release van hun album The King of Limbs compleet gemist. Anders had ik wel veel eerder dit hoeraberichtje kunnen typen, om op z’n minst de loftrompet te steken over The Daily Mail. Had ik kunnen roepen: Radiohead is terug, of op z’n minst in dit nummer dan. Dit klinkt weer als een liedje. Ok, een meezingbaar refrein ontbreekt nog steeds, maar soit. Die opbouw, die klagende stem, die melodie, die gitaren die halverwege invallen, die afwezigheid van enige vorm van bliepjes, piepjes en ander pc-lawaai. Voor drie en een halve minuut is Radiohead terug in 1997. En dat vind ik dus goed nieuws.

Over snooker & zieltjes winnen

Deze column verscheen eerder op www.snookerwereld.com, naar aanleiding van de World Championships en daarmee het einde van het snookerseizoen 2010-2011. Intussen worden in Londen de Masters gehouden, met het WK het meest prestigieuze snookertoernooi.

Hoe het zover gekomen is? Het was die keer dat ik, meer hangend dan zittend, al zappend langs het rustgevende beeld van dat groene laken, het voorzichtig wrijven over de zwarte bal en het krijten van de keu, eens een keer niet langzaam in slaap sukkelde. Sinds het verdwijnen van het testbeeld had weinig mijn televisiesiësta kunnen vervangen: Dr. Phil en Lingo had ik al links laten liggen, en bij de dvd met rondzwemmende goudvis ging je toch liggen turen tot de goudvis dankzij het montagemoment in zijn kom versprong. Maar dat spelletje met die twee spelers in dat oberpakkie; het voldeed aan alle criteria. Rustgevend, tergend traag eigenlijk, en bovendien onbegrijpelijk.

Deze keer vielen m’n ogen niet dicht. Daadwerkelijk iets doen vond ik gezien de temperatuur die de thermometer aangaf ook geen optie, dus bleef ik kijken. En probeerde te begrijpen wat ik zag. Tuurlijk, ik had wel eens aan een pooltafel gestaan, maar dit was duidelijk andere koek. Dan kwam er weer één punt bij, dan weer zeven, dan werd er een bal teruggelegd, en dan weer niet; ik begreep er eh… de ballen van. Maar bleef kijken.

De dag erop keek ik weer. En die dag daarop. Inmiddels zijn we vele dag en jaren verder, volg ik elk toernooi op tv en hoef je me niets meer uit te leggen over long pots, plants, safety shots en 147s. Vraag ik me af of Ronnie ooit nog een finale weet te winnen, wanneer Hendry zijn keu aan de wilgen hangt en of Trump echt de sensatie van de toekomst is. Abacadabra voor de rest van de wereld, getuige het aantal followers dat me de rug toekeert op twitter; elke keer als ik iets over snooker de wereld in slinger daalt het getal der geïnteresseerden drastisch. Dat halve timelines volgespamd worden met verhalen over voetbal lijkt niemand te deren; snooker is not sexy. Dat het, net als football, in Engeland big & booming is, maakt niet uit. Ze rijden daar toch links en eten patat met vis? Nou dan. Dat er in China miljoenen mensen voor de buis zitten als een snookerspleetoog staat te spelen, boeit niet: daar punniken kinderen van 6 onze iPhones in elkaar en eten ze ’s avonds toch bami met gebakken hond? Ik bedoel maar.

Alle hoon en spot ten spijt: mijn missie ging voort. Tijdens het laatste WK besloot ik mijn tactiek te wijzigen. Ik ging ondergronds. Niet meer voor de massa, maar één op één. Ik had mijn vrijwillige slachtoffer gevonden. Zo iemand die er hooguit eens was langs gezapt, erbij in slaap viel en er de ballen van begreep. O ja, aanvankelijk ging het van ‘ik kan niet snookeren, ik heb geen keus’ en ‘ik denk dat die in dat oberpakkie gaat winnen.’ Maar na een week werd het serieus. Ik legde uit over long pots, plants, safety shots en 147s. En we vroegen ons af of Higgins zijn comeback kon vervolmaken en of Trump zijn beginnerssucces kon verzilveren.

Het werd een memorabel WK. Niet langer was ik de roepende in de woestijn, die ene man langs de lijn. Ok, het gaat misschien niet met miljoenen, maar zieltje voor zieltje wordt gewonnen voor de snookerzaak. Nieuw snookerseizoen, here I come! Who’s next?

Inspiratie

‘Maak er wat van, maak er wat van, en als je ontevreden bent; doe er dan wat an,’ zongen Bert & Ernie al in achtienhonderdzoveel en waren met deze Middeleeuwse wijsheid hun tijd ver vooruit. Niet dat wij Nederlanders veel doen met de toegezongen suggestie van deze twee educatieve muppets: wij zetten het liever op een zeuren. Klagen liever de complete brievenrubriek van de Volkskrant vol – drupje azijn erbij, strik erom, en dan kunnen de katten erop kakken – dan dat we onszelf ferm toespreken, even de tanden opelkaar doen en de versnelling in volle kracht vooruit zetten. Zeker, ik doe er zelf ook aan mee. Liever lui dan moe laat ik ook het kopje eerder hangen dan ik mezelf in dat glorieuze visioen – waarin ik mijn welgevormde spieren toon in een masculien blauw pak met de S van Supermuis erop geplakt – zag.

En dus klaagde ik in mezelf dat het toch wel erg veel werk was: een uur typen voor zes lezers en die ene enkeling die verdwaald op het wereldwijde web niet op de voornaam van Bas Muijs was gekomen en bij het zien van mijn foto dacht dat die acteur uit Onderweg naar GTST niet bepaald lekker was opgedroogd. Onder die zeven min één belangstellenden zat nog wel eens een echte fanatiekeling, die na het lezen van zelfs de allerlaatste alinea besloot tot het plaatsen van een positieve reactie, maar steeds vaker bleef de teller op nul steken. Waar doe ik het allemaal voor, verzuchtte ik, en waar moet ik in het godsnaam nog over hebben. Ik weet het aan de inspiratie, en hoorde Pia Douwes Mathilde Santing in mijn hoofd kwelen. ‘Je noemde het iiin-spiii-ra-tiiiiiieeeeee’ en de inspiratie was verder weg dan ooit. Sterker nog: zittend met de handen in het haar heb ik geen idee hoe het nu verder moet. Gewoon opschrijven wat er in je opkomt, zegt een stemmetje in m’n hoofd. Zou Pia Douwes Mathilde Santing twitter hebben? schrijf ik op, en bedenk me daarna dat twitter de oorzaak van alle ellende is. Met de komst van dat sociale medium praten we slechts nog in teksten van maximaal 140 tekens. Alsof de krant alleen nog bestaat uit koppen. Beatrix, Abu Dabhi, moskee, hoofddoekje, Geert Wilders, boos, belachelijk, onderdrukking. Is all you need to know. Wat zal je jezelf belasten met meer info, in de volgende tweet dient zich namelijk een kat aan die figureert in een grappig filmpje. Of andersom. En de wereld draait doorrrrrr. In Syrië zijn naar schatting 3000 doden gevallen, vermoedelijk gedood door het leger die met harde hand optreedt tegen betogers. Jan Mulder is mijn tafelheer. Jan, sta jij eigenlijk nog steeds achter Cruijff? ‘Matijs ze haar zit egt vaag’ lees ik in mijn tweede scherm op twitter. En meteen daar achteraan: Wordfeud ligt plat, oh my God, mijn leven staat stil!

Waar twitter nog zorgde voor een conversatie van 140 tekens, daar praat de allerjongste generatie slechts nog in woorden van maximaal 8 letters. En ook ik lees steeds minder vaak een boek. Je weet wel, zo’n ding met woorden van ongelijke lengte, soms zelfs meer dan acht letters achter mekaar, behalve bij Ronald Giphart, die zich heeft bekwaamd in het zo vaak mogelijk opschrijven van drieletterige lichaamsdelen. Liever lui dan moe stop ik een bladwijzer bij pagina 6 en leg nog eens een achtletterwoord, zoals Vumqnen, Qnueeep en Ieefyan. Waar gaat het heen met de wereld? mijmer ik en at random bedenk ik: en waar gaat het heen met je weblog?

Donderdag 12 januari 2012. Ik heb een veilige tijdsmarge ingebouwd om het niet op een goed voornemen te laten lijken. Vorig jaar deed ik ook alsof ik hernieuwde inspiratie had, en die stokte dan weer een paar maanden later. Of was het luiheid? Het gebrek aan belangstelling misschien? De reactieteller die op nul bleef staan? Twitter? Wordfeud, waar ik overigens wel heel goed in geworden ben het afgelopen jaar?

Allemaal onzin. Al leest helemaal niemand dit, ik vind het prima. Wordfeud lekker verder. Mijn nickname is trouwens Flipperdieflapflap, ik ben er nog niet uit of dat een gebrek of overschot aan inpsiratie was. Ik typ vrolijk door, inspiratie te over. Zo heb ik nu al een idee voor mijn volgende stukje: daarin lijkt het net alsof ik Geert Wilders vergelijk met Hitler, maar dat blijkt dan uiteindelijk toch niet zo te zijn. En dat brengt Pia Douwes Mathilde Santing en Geert Wilders tezamen in één stukje; wat een heerlijke creatieve jongen ben ik toch. Knap trouwens dat je bent blijven doorlezen na het noemen van de naam Pia Douwes Mathilde Santing. Ik dacht: laat ik ook maar even doen alsof ik in het volgende stukje ga doen dat ik Geert Wilders vergelijk met Hitler, dan heb ik voor de volhoudende lezer nog even de aandacht weten vast te houden. Want zelfs al ben je de enige overgebleven lezer van deze zin; al is er maar één iemand die me opzoekt als ik in de gevangenis zit naar aanleiding van een stukje waarin ik Geert Wilders met Hitler vergelijk, en waar ik op een cel van twee bij twee zit te Wordfeuden met mezelf omdat ik geen contact mag hebben met de buitenwereld; voor die ene lezer doe ik het.

Ik schrijf dit voor niemand, alleen voor jou. Ik noem je inspiratie.

Weblog      Beste Bob      Muijs gemist      Muijst wanted      Contact
© Martijn Muijs 2012