Bob Dylan zong het al in 1966: Everybody must get stoned! en nee, hij bedoelde daar niet de kennelijke staat waarin je verkeert na het roken van een pretsigaret mee, maar steniging door de stem: een verbale kei tegen je kop. Ken je die scène uit Monthy Python’s Life of Brian, waarin een vrouw verkleed als man -gespeeld door een man, lang leve de Britse humor- naar een steniging gaat, alwaar je voor een paar penny een steen kan kopen, die je op het afgesproken tijdstip -half 3- mag werpen naar de veroordeelde? De stenengooiers zijn echter iets te enthousiast, waardoor ze te vroeg beginnen met gooien, waardoor de verkeerde geraakt wordt, waardoor weer moet worden uitgezocht wie de eerste steen wierp.
Tja, steniging. Daar doen we allang niet meer aan, evenmin als het gooien van rotte eieren, het publiekelijk aan de schandpaal nagelen of een gezellige openbare ophanging. Of toch. Het volk wil immers brood en spelen, en zo kregen we onze eigen hofnar, die iedere week iemand tot kop van Jut maakte en deze Jan of alleman vervolgens verbaal onthoofde. Theo van Gogh was zijn naam, en de vrijheid van meningsuiting zijn faam. Alles moest gezegd kunnen worden, dat vonden wij ook, en hij zei het, en wij vonden het goed. Tot iemand besloot dat hij het niet goed vond en zijn mening best met een messteek mocht verkondigen. Theo werd voor altijd het zwijgen opgelegd, en wij hielden collectief onze adem in.
Maar de wereld draaide door, de Nieuwe Revu werd allang niet meer gelezen, en we hadden ondertussen 16 miljoen bondscoaches die hun zegje wilden doen. Die niet alleen hun mening laten gelden over voetbal, maar ook datgene wat er -vanwege het voetbal vandaag iets korter- voor zit. Volkssport nummer 1, de nieuwe nationale hobby is een feit: commentaar leveren op DWDD. Kijk voor de gein eens op je tweede scherm, zoek op #dwdd en berg je voor de twitterlawine die er dagelijks wordt uitgebraakt. Naar de uitzending kijken elke dag meer dan een miljoen mensen, en het lijkt erop dat er evenzoveel Theo’s online actief zijn. Tijd van handeling: half 8. Veroordeelde: Matthijs van Nieuwkerk. Elke dag wordt hij opnieuw gestenigd, en elke dag krabbelt hij op en staat er weer. Tot zover, tot morgen. En als er de volgende dag iemand anders zou staan, staat er in no time op je second screen iets in de trant van ‘was dit voor ‘n prutser, doe Matthijs trug, dit is egt waardeloos!’
Doe Maar zong het al zolang gelee, nog ver voor de eerste aflevering van DWDD: hé, er zit een knop op je teevee, die helpt je zo uit de puree. Nou wil ik mezelf absoluut niet vergelijken met Matthijs, hoewel ik zo’n 8000 followers meer heb dan hij, maar ik voel een beetje met hem mee. En verbaas me over de eindeloze stroom commentaar die er dagelijks wordt gegeven op alles wat er gebeurd op de televee. En, this is where I step in, ook op de radio. Moest je vroeger nog een brief schrijven, en dus maar net een pen en papier bij de hand hebben, een postzegel plakken, naar de brievenbus lopen en alleen bij die gedachte al je voornemen laten varen, tegenwoordig kun je met één druk op de knop wereldkundig maken wat je er van vindt. Van wat dan ook. En dat doen we dan ook. Massaal. Want we leven toch in een vrij land? En je moet toch kunnen zeggen wat je wil?
Ja.
Maar.
Waarom eigenlijk?
Waarom beginnen we niet een televisieprogramma, elke dag om half 9 precies, waarbij we elke uitzending een azijnzeiker aan het woord laten, met naam- en toenaam onder in beeld, die z’n hoofd op het hakblok mag leggen en voor het oog van de camera -en vooruit, u mag er ook bij zijn als publiek, u kunt nu bellen met VARA’s publiekservice op het nummer 0900…- mag uitleggen of zijn afstandsbediening soms niet werkt of wat dan de reden is dat hij toch elke dag weer kijkt terwijl ie het een programma zo klote vindt, of dattie soms thuis niks heeft te vertellen, gepest wordt op z’n werk, en by the way: wat doe je eigenlijk voor werk en zullen we dan voor de vorm even zeggen dat je zelf ook waardeloos werk aflevert, gewoon om eens te laten voelen hoe dat is, dat je de grootste prutser in je branche genoemd wordt en, nu we je c.v. toch aan het doorlichten zijn, wat je dan zelf helemaal gepresteerd hebt in het leven… waarom beginnen we niet gewoon zo’n programma?
Ik snap wel waarom Matthijs nooit een twitteraccount heeft aangemaakt. De dagelijkse drek zou niet te overzien zijn. Tuurlijk mag je je mening geven, maar gek genoeg is degene die loftrompet steekt ook de roeptoeter in de woestijn. Hartstikke mooi die vrijheid van meningsuiting, maar waarom is dat verworden tot het recht op tot de sokken toe afbranden van iemand? O, en wee degene die de kritiek pareert of -nog erger- een andere mening daar tegenin brengt. Dan moet je namelijk RESEPCT HEBBE VOOR ME MENING! Nee, je kan beter blijven stilzitten tijdens het geschoren worden.
Zelf reply ik allang niet meer op kritiek, zeker niet als ik beticht wordt van het vallen op mensen van hetzelfde geslacht of een verwensing van het krijgen van een ernstige ziekte naar m’n hoofd geslingerd krijg: helaas, je bent te dom om op te reageren. Maar af en toe jeuken mijn handen, en moet ik me inhouden om te zeggen dat er eens een bom in iemands gezicht zou moeten ontploffen – o nee, dat is al gebeurd gezien je profielfoto op twitter. Maar dat doe ik dan niet.
Tot ik afgelopen zaterdag in de fout ging. Iemand, toevallig ene Theo, riep iets in de strekking van: 538 is leuk, behalve Martijn Muijs, wat is dat een abominabel slechte DJ. Waarop ik reageerde: Da’s ook toevallig. Ik vind namelijk alle luisteraars lief, maar jou een klootviool. Dat had ik natuurlijk niet moeten doen, want hij kreeg spontaan bijval van Michel, die meldde: is het met je eens, Martijn Muijs staat niet voor niets in de nacht geprogrammeerd. Theo retweette dat uiteraard ogenblikkelijk, waarop ik niet kon nalaten om te antwoorden: En hoe verklaar je in je onmetelijke wijsheid dan mijn aanwezigheid in de zaterdagmiddagprogrammering? Ik dacht nog: puntje voor mij, maar ik had het mis. Michel reply’de binnen een minuut: heeft wat issues met geintjes die opgevat kunnen worden als kritiek?
En toen begreep ik het ineens. Ik deed het helemaal verkeerd. Het was helemaal niet de bedoeling dat ik reageerde. Ik moest gewoon lijdzaam op het schavot gaan staan, deemoedig mijn hoofd buigen en zwijgzaam mijn lot ondergaan. Kommaarkommaarkommaarkommaar.
Ik zuchtte en zakte achterover. Ik ging maar eens naar de herhaling van De wereld draait door kijken.



