Radio 538KX Radio
Weblog Beste Bob Muijs Gemist Muijst Wanted Muijsmail
Demasqué

Soms heb je van die dagen dat je bij het ontwaken al zin hebt om Geert Wilders met Adolf Hitler te vergelijken. Dit is niet zo’n dag. AIVD, leest u even mee: dit is niet zo’n dag. Al was het maar omdat het strafbaar is en ik geen zin heb om met volgepakte koffer richting het gevang te gaan, om aldaar de uiterst informatieve en prettig leesbare kloeke standaardwerken van de heer Prof. Dr. G. Wilders te lezen. Al is dat dan weer omdat Geert nooit één boek heeft geschreven, zelfs geen slecht geschreven prutswerk.

Nee, Geert Wilders met Adolf Hitler vergelijken (de AIVD’er die na de eerste schrik op z’n gemak koffie was gaan halen stokt nu toch even tijdens het roeren van de suiker) gaat te ver. Bovendien gaat de vergelijking mank: zo goed gekapt en gekleed is Geert niet. Bij de aanblik van het verwassen Mozart-kapsel zou hij zich omdraaien in het graf. Adolf dan hè. Als ‘ie een graf had gehad natuurlijk.

Echt, elke overeenkomst tussen Geert en Adolf gaat volledig mank. Zo heeft Geert geen miljoenen doden op zijn geweten, bij mijn weten zelfs niet één, maar ik ben dan ook zijn AIVD-dossier kwijtgeraakt toen ik het mapje tijdens het tanken op het dak van m’n auto heb laten liggen (dat was een grapje, lieve AIVD’er, gaat u rustig nóg een kopje koffie halen). Nee, Geert is anders. Niet van het militaire machtsvertoon, maar gedoogd graag de bezuinigingen op de defensiepost; laat geen sterren op Joodse jassen naaien, maar knuffelt de joodse gemeenschap waar hij kan, en komt ook graag uit de kast voor homoseksuelen. Bovendien is hij minder bedreven in het vasthouden aan je idealen tot het bittere einde: waar de leus ‘handen af van de pensioenleeftijd’ klonk tot aan de verkiezingsdag, was 24 uur later na het on-Duits democratisch binnenhalen van de buit 67 ineens toch ook een schitterende leeftijd om achter de geraniums te zitten.

Ja, echt een prima kerel. Die Geert dan hè. Toch zit me één ding dwars. Dat altijd maar roepen wat het volk willen horen. Dat wil zeggen: het volk minus jij en ik, want jij heet geen Henk en ik al helemaal geen Ingrid. Die zitten te stuiteren op de tweezits als Geert rot op met Europa roept, laat Griekenland verrekken en weet je wat – we halen de gulden ook meteen terug, terwijl een gemiddelde scholier met Economie I in z’n vakkenpakket nog op één hand kan uitrekenen dat het hele land failliet gaat als die plannen waar worden. Ondertussen stoomt Geert door met nieuwe verzinsels, en Henk en Ingrid likken hun rechterhand erbij af – ze eten namelijk niet met mes en vork. Trouwens, ik ken die Henk en Ingrid een beetje: ze zijn al 25 jaar met elkaar getrouwd, waarbij Henk sedert 24 jaar winden laat in het bijzijn van Ingrid, en sinds 4 jaar ook als er bezoek bij is. Ingrid gedoogt dat, of gaat naar de keuken om een Oudhollands gerecht te koken, want Henk bidt niet voor Knorr Wereldgerechten. ‘s Avonds kijken ze naar Lingo want daar steek je echt wat van op, en ‘s zomers gaan ze lekker 3 weekjes naar de camping een provincie verderop. Eén keer stonden ze in de Provence, maar die Fransen hadden geen bal gehakt in het assortiment, ook niet als je het met stemverheffing vroeg, en zeiden sowieso gekke dingen die ze nooit bij Lingo hadden geleerd, dus dat was ééns maar nooit weer. Eenmaal weer thuis leest Henk de Telegraaf. Nou ja, de koppen. Vooral die dingen die Geert zegt vindt hij goed. Dat de koran verboden moet worden (haha, zegt Henk, die tekens kan ik toch niet lezen), dat de overzeese eilanden maar eens op marktplaats moeten worden gezet (haha, zegt Henk, daar heb ik laatst nog heel goedkoop een eikenhouten bankstel op de kop getikt), dat het koningshuis moet verdwijnen (haha, zegt Henk, dat bankstel zou heel mooi staan op Noordeinde), dat de tsunami van islamisering moet worden tegengehouden (haha, zegt Henk, die woorden schrijf ik op voor Lingo), dat er een etnische registratie moet komen (haha, zegt Henk, we eten toch niet etnisch vanavond hè?) en dat er een kopvoddentaks moet komen (haha, zegt Henk, kopvoddentaks).

Geert zegt tenminste waar het op staat. Al is het dan alleen met koppen van chocoladeletters zonder bericht erbij. En het volk vreet het. Want Geert weet wat het volk wil horen. Nou ja, het volk min een paar mensen over wie het gaat – dat doet denken aan een groot redenaar uit de jaren 30. Want één ding moet je hem nageven: die zei tenminste waar het op stond. Wist wat het volk wilde horen. Nou ja, het volk min een paar mensen over wie het ging. Vriend en vijand zijn het erover eens: die man, laten we hem Adolf noemen, de AIVD is intussen toch in slaap gesukkeld, kreeg elke toehoorder in zijn greep. Oefende urenlang voor de spiegel. Toon, mimiek, beweging, tekst. Verheven tot kunst. Zeg wat het volk wil horen, en ze lopen massaal achter je aan. Dat heeft namelijk geen behoefte aan doorwrochte ideeën, een ideologie met argumentatie, verzonnen vanuit het verstand. Dat voelt namelijk aan z’n water dat er iets mis is in dit land, voelt zich onveilig en leest iets over Marokkanen in de krant. Met de economie gaat het ook al niet goed, ziet verdacht veel Poolse busjes door de straat rijden en heeft iets gehoord over politiek in achterkamertjes. Als je het zo op een rijtje zet – onvrede over de politiek en in het algemeen, gecombineerd met economische malaise, angst voor buitenlanders, grote werkloosheid en als laatste trefwoord Polen; dan doet het mij ergens aan denken, maar ben dankzij de bezuinigingen op het onderwijs (wel christelijk scholen, geen islamitische) even vergeten wat. En oh ja, we moeten ook aan de dieren denken. Blondie kon geen betere baas bedenken, als beloning voor zoveel dierlijke onschuld liep ze vrolijk kwispelend rond met een vers bot, terwijl aan tafel in dezelfde ruimte duistere plannen werden gesmeed. Heel toevallig moet ik altijd aan een Duitse herder denken als ik Dion Graus zie. Geef ‘m maar even lekker z’n Animal Cops botje, zo issie braaf hè, ja, gaan wij even met de echte mannen om tafel, koediekoediekoedie.

En ik denk: Geert, wanneer doe je weer eens normaal man? Of heb je soms te lang in die gepantserde auto met bodyguards aan elke zij gezeten, als ware het een Berlijnse bunker waar je nooit meer uit kan? Ben je het zicht op de werkelijkheid niet een beetje verloren? Heb je bij het angst zaaien per ongeluk ook een zaadje in je eigen hart geplant?

Ik denk: waar is de liefde, Geert?

Ik heb er nog eens een nachtje over geslapen en besloot bij het wakker worden: nee, elke overeenkomst berust op zuiver toeval. Bovendien is er één groot verschil: bij de één is het tot nu toe bij een papieren verzinsel gebleven, onuitvoerbare plannen waar geen meerderheid voor te vinden is. De ander voerde het daadwerkelijk uit, meerderheid of niet. Daarom zou ik Geert Wilders nooit met Adolf Hitler vergelijken. Nou ja, misschien kan ik hem een gek hoedje opzetten, wellicht een gezellig carnavalskostuum, undercover voor de AIVD. Nou, vooruit: Geert Wilders is Adolf Hitler verkleed in boerka, want dat mag tijdens carnaval. Maar dan wel in roze. Benieuwd wanneer het bal afgelopen is. Dan komt het demasqué. Mooi woord voor Lingo.

Radiohead komt met iets nieuws ouds

Misschien wel de beste band van het Engelse stukje continent, als je de Beatles & de Stones effe niet meerekent. En dan heb je natuurlijk Coldplay nog, al zou je die met een beetje goeie wil kunnen scharen onder de navolgers van de band in deze kwestie. Radiohead dus. Makers van het beste album uit de nineties, hoewel dan onmiddelijk ook Nevermind van Nirvana in m’n hoofd opdoemt. Nou ja, Nevermind.

Het cruciale derde album, en het album daarvoor bevatte al pareltjes als Fake Plastic Trees, High & Dry en niet te vergeten Street Spirits. Hoe dat te toppen. Nou, met Ok Computer dus. Wat een album. Midden in de nacht over een lege snelweg iets boven de toegestane maximum snelheid cruisen en deze cd in de speler. Zalig. Geopend door gitaren, dan van links naar rechts in hun persoonlijke Bohemian Rhapsody Paranoid Android, gevolgd door dromerige klanken, vage teksten en het ene pareltje na het andere.

Daarna sloeg de vernieuwingsdrang toe op Kid A, waar mooie liedjes werden verpakt in experimentele klanken. Het daaropvolgende Amnesiac bood van hetzelfde laken een pak, daarna ben ik het spoor een beetje bijster geraakt. Thom Yorke bracht een solowerk uit, In Rainbows vind ik op een dromerige dag nog wel te pruimen, verder liet ik Radiohead meer en meer links liggen. Zo heb ik een jaar geleden de release van hun album The King of Limbs compleet gemist. Anders had ik wel veel eerder dit hoeraberichtje kunnen typen, om op z’n minst de loftrompet te steken over The Daily Mail. Had ik kunnen roepen: Radiohead is terug, of op z’n minst in dit nummer dan. Dit klinkt weer als een liedje. Ok, een meezingbaar refrein ontbreekt nog steeds, maar soit. Die opbouw, die klagende stem, die melodie, die gitaren die halverwege invallen, die afwezigheid van enige vorm van bliepjes, piepjes en ander pc-lawaai. Voor drie en een halve minuut is Radiohead terug in 1997. En dat vind ik dus goed nieuws.

Over snooker & zieltjes winnen

Deze column verscheen eerder op www.snookerwereld.com, naar aanleiding van de World Championships en daarmee het einde van het snookerseizoen 2010-2011. Intussen worden in Londen de Masters gehouden, met het WK het meest prestigieuze snookertoernooi.

Hoe het zover gekomen is? Het was die keer dat ik, meer hangend dan zittend, al zappend langs het rustgevende beeld van dat groene laken, het voorzichtig wrijven over de zwarte bal en het krijten van de keu, eens een keer niet langzaam in slaap sukkelde. Sinds het verdwijnen van het testbeeld had weinig mijn televisiesiësta kunnen vervangen: Dr. Phil en Lingo had ik al links laten liggen, en bij de dvd met rondzwemmende goudvis ging je toch liggen turen tot de goudvis dankzij het montagemoment in zijn kom versprong. Maar dat spelletje met die twee spelers in dat oberpakkie; het voldeed aan alle criteria. Rustgevend, tergend traag eigenlijk, en bovendien onbegrijpelijk.

Deze keer vielen m’n ogen niet dicht. Daadwerkelijk iets doen vond ik gezien de temperatuur die de thermometer aangaf ook geen optie, dus bleef ik kijken. En probeerde te begrijpen wat ik zag. Tuurlijk, ik had wel eens aan een pooltafel gestaan, maar dit was duidelijk andere koek. Dan kwam er weer één punt bij, dan weer zeven, dan werd er een bal teruggelegd, en dan weer niet; ik begreep er eh… de ballen van. Maar bleef kijken.

De dag erop keek ik weer. En die dag daarop. Inmiddels zijn we vele dag en jaren verder, volg ik elk toernooi op tv en hoef je me niets meer uit te leggen over long pots, plants, safety shots en 147s. Vraag ik me af of Ronnie ooit nog een finale weet te winnen, wanneer Hendry zijn keu aan de wilgen hangt en of Trump echt de sensatie van de toekomst is. Abacadabra voor de rest van de wereld, getuige het aantal followers dat me de rug toekeert op twitter; elke keer als ik iets over snooker de wereld in slinger daalt het getal der geïnteresseerden drastisch. Dat halve timelines volgespamd worden met verhalen over voetbal lijkt niemand te deren; snooker is not sexy. Dat het, net als football, in Engeland big & booming is, maakt niet uit. Ze rijden daar toch links en eten patat met vis? Nou dan. Dat er in China miljoenen mensen voor de buis zitten als een snookerspleetoog staat te spelen, boeit niet: daar punniken kinderen van 6 onze iPhones in elkaar en eten ze ’s avonds toch bami met gebakken hond? Ik bedoel maar.

Alle hoon en spot ten spijt: mijn missie ging voort. Tijdens het laatste WK besloot ik mijn tactiek te wijzigen. Ik ging ondergronds. Niet meer voor de massa, maar één op één. Ik had mijn vrijwillige slachtoffer gevonden. Zo iemand die er hooguit eens was langs gezapt, erbij in slaap viel en er de ballen van begreep. O ja, aanvankelijk ging het van ‘ik kan niet snookeren, ik heb geen keus’ en ‘ik denk dat die in dat oberpakkie gaat winnen.’ Maar na een week werd het serieus. Ik legde uit over long pots, plants, safety shots en 147s. En we vroegen ons af of Higgins zijn comeback kon vervolmaken en of Trump zijn beginnerssucces kon verzilveren.

Het werd een memorabel WK. Niet langer was ik de roepende in de woestijn, die ene man langs de lijn. Ok, het gaat misschien niet met miljoenen, maar zieltje voor zieltje wordt gewonnen voor de snookerzaak. Nieuw snookerseizoen, here I come! Who’s next?

Inspiratie

‘Maak er wat van, maak er wat van, en als je ontevreden bent; doe er dan wat an,’ zongen Bert & Ernie al in achtienhonderdzoveel en waren met deze Middeleeuwse wijsheid hun tijd ver vooruit. Niet dat wij Nederlanders veel doen met de toegezongen suggestie van deze twee educatieve muppets: wij zetten het liever op een zeuren. Klagen liever de complete brievenrubriek van de Volkskrant vol – drupje azijn erbij, strik erom, en dan kunnen de katten erop kakken – dan dat we onszelf ferm toespreken, even de tanden opelkaar doen en de versnelling in volle kracht vooruit zetten. Zeker, ik doe er zelf ook aan mee. Liever lui dan moe laat ik ook het kopje eerder hangen dan ik mezelf in dat glorieuze visioen – waarin ik mijn welgevormde spieren toon in een masculien blauw pak met de S van Supermuis erop geplakt – zag.

En dus klaagde ik in mezelf dat het toch wel erg veel werk was: een uur typen voor zes lezers en die ene enkeling die verdwaald op het wereldwijde web niet op de voornaam van Bas Muijs was gekomen en bij het zien van mijn foto dacht dat die acteur uit Onderweg naar GTST niet bepaald lekker was opgedroogd. Onder die zeven min één belangstellenden zat nog wel eens een echte fanatiekeling, die na het lezen van zelfs de allerlaatste alinea besloot tot het plaatsen van een positieve reactie, maar steeds vaker bleef de teller op nul steken. Waar doe ik het allemaal voor, verzuchtte ik, en waar moet ik in het godsnaam nog over hebben. Ik weet het aan de inspiratie, en hoorde Pia Douwes Mathilde Santing in mijn hoofd kwelen. ‘Je noemde het iiin-spiii-ra-tiiiiiieeeeee’ en de inspiratie was verder weg dan ooit. Sterker nog: zittend met de handen in het haar heb ik geen idee hoe het nu verder moet. Gewoon opschrijven wat er in je opkomt, zegt een stemmetje in m’n hoofd. Zou Pia Douwes Mathilde Santing twitter hebben? schrijf ik op, en bedenk me daarna dat twitter de oorzaak van alle ellende is. Met de komst van dat sociale medium praten we slechts nog in teksten van maximaal 140 tekens. Alsof de krant alleen nog bestaat uit koppen. Beatrix, Abu Dabhi, moskee, hoofddoekje, Geert Wilders, boos, belachelijk, onderdrukking. Is all you need to know. Wat zal je jezelf belasten met meer info, in de volgende tweet dient zich namelijk een kat aan die figureert in een grappig filmpje. Of andersom. En de wereld draait doorrrrrr. In Syrië zijn naar schatting 3000 doden gevallen, vermoedelijk gedood door het leger die met harde hand optreedt tegen betogers. Jan Mulder is mijn tafelheer. Jan, sta jij eigenlijk nog steeds achter Cruijff? ‘Matijs ze haar zit egt vaag’ lees ik in mijn tweede scherm op twitter. En meteen daar achteraan: Wordfeud ligt plat, oh my God, mijn leven staat stil!

Waar twitter nog zorgde voor een conversatie van 140 tekens, daar praat de allerjongste generatie slechts nog in woorden van maximaal 8 letters. En ook ik lees steeds minder vaak een boek. Je weet wel, zo’n ding met woorden van ongelijke lengte, soms zelfs meer dan acht letters achter mekaar, behalve bij Ronald Giphart, die zich heeft bekwaamd in het zo vaak mogelijk opschrijven van drieletterige lichaamsdelen. Liever lui dan moe stop ik een bladwijzer bij pagina 6 en leg nog eens een achtletterwoord, zoals Vumqnen, Qnueeep en Ieefyan. Waar gaat het heen met de wereld? mijmer ik en at random bedenk ik: en waar gaat het heen met je weblog?

Donderdag 12 januari 2012. Ik heb een veilige tijdsmarge ingebouwd om het niet op een goed voornemen te laten lijken. Vorig jaar deed ik ook alsof ik hernieuwde inspiratie had, en die stokte dan weer een paar maanden later. Of was het luiheid? Het gebrek aan belangstelling misschien? De reactieteller die op nul bleef staan? Twitter? Wordfeud, waar ik overigens wel heel goed in geworden ben het afgelopen jaar?

Allemaal onzin. Al leest helemaal niemand dit, ik vind het prima. Wordfeud lekker verder. Mijn nickname is trouwens Flipperdieflapflap, ik ben er nog niet uit of dat een gebrek of overschot aan inpsiratie was. Ik typ vrolijk door, inspiratie te over. Zo heb ik nu al een idee voor mijn volgende stukje: daarin lijkt het net alsof ik Geert Wilders vergelijk met Hitler, maar dat blijkt dan uiteindelijk toch niet zo te zijn. En dat brengt Pia Douwes Mathilde Santing en Geert Wilders tezamen in één stukje; wat een heerlijke creatieve jongen ben ik toch. Knap trouwens dat je bent blijven doorlezen na het noemen van de naam Pia Douwes Mathilde Santing. Ik dacht: laat ik ook maar even doen alsof ik in het volgende stukje ga doen dat ik Geert Wilders vergelijk met Hitler, dan heb ik voor de volhoudende lezer nog even de aandacht weten vast te houden. Want zelfs al ben je de enige overgebleven lezer van deze zin; al is er maar één iemand die me opzoekt als ik in de gevangenis zit naar aanleiding van een stukje waarin ik Geert Wilders met Hitler vergelijk, en waar ik op een cel van twee bij twee zit te Wordfeuden met mezelf omdat ik geen contact mag hebben met de buitenwereld; voor die ene lezer doe ik het.

Ik schrijf dit voor niemand, alleen voor jou. Ik noem je inspiratie.

Happy Birthday Bob

Bob Dylan wordt dinsdag 24 mei 70 jaar. Dat is een heugelijke dag. Omdat hij eigenlijk in 1966 al dood ter aarde had moeten storten, getuige de wallen die tot op z’n sokken hingen en een naar vandaag bekend is geworden hardnekkige heroineverslaving daarenboven. Dat hij dat jaar heeft overleefd en er meteen 40 plus aan vast knoopte geeft dus reden voor dankbaarheid. Temidden van alle festiviteiten op en rondom die dag had ik het weinig originele maar daarom niet minder gemeende idee om ook een steentje bij te dragen aan de feestvreugde. Bob is immers mijn muzikale held. Nu kan ik zelf niet zingen -ja, kom maar op met die grap dat er dan weinig verschil is met Dylan- dus een muzikale ode zit er niet in. Ook een historische uiteenzetting over het belang van Bob door de jaren heen en een chronologisch overzicht waarin alle wetenswaardigheden zijn verwerkt ligt niet helemaal in lijn met mijn karakter. Een beetje plaatjes draaien, dat is wat ik kan. En wat ik dus ga doen.

Dinsdagavond heb ik een uurtje zendtijd gestolen op mijn zo geliefde hobbystation KX Radio. Allemaal luisteren tussen 22:00 en 23:00 uur 21:00 en 23:00 uur, want dan hoor je… Nou ja, je raadt het al: mij met plaatjes van Bob Dylan. En misschien ook wel eentje van jou erbij, als je effe mailt naar martijn.muijs@kxradio.nl. En met Bertolf, want die kan wel zingen, en gaat dus vrijdag de 27e een muzikale ode brengen aan één van zijn muzikale meesters. Daarnaast Tom Willems, waarschijnlijk Bobs grootste fan binnen onze landsgrenzen en daarnaast oprichter van deze Bobblog. Er is wat mij betreft zelfs ruimte voor Dylanhaters, want ik ben de eerste om toe te geven dat het heus niet alleen hosanna en halleluja is wat de klok slaat. Kortom: een uurtje ongecompliceerde heldenverering.

Dat je helden eren nog niet het makkelijkste is dat er bestaat, bewijst wel de uitzending van De Wereld Draait Door, waar afgelopen week aandacht werd besteed aan de zeventigste verjaring van Bobbie. Met Jan Donkers, eminence grise onder de popstukjesschrijvers en daarnaast een jeugdige schrijfster wier naam ik vergeten ben en waar ik ook nimmer iets van zal lezen naar alle waarschijnlijkheid. Beide bewonderaars van Bob, maar niet bepaald de beste verspreiders van het evangelie. Want de beginjaren werden weggezet als overdreven gekweel van een protestzanger (heb je die Nobelprijswinnende teksten wel eens goed gehoord?), die gospelplaten van begin jaren 80 waren al helemaal een gotspe (ok, hij had er zomaar headliner mee kunnen zijn op de EO Jongerendag, maar ik hoor menig muzikaal hoogtepunt), Bob had zich door de Chinese overheid laten ringeloren (helemaal niet waar, er is weliswaar een setlist ingeleverd bij de partijbonzen, maar die verschilde niets met de lijstjes buiten het communistische land) en live concerten van ‘m kun je sowieso beter mijden vanwege de deplorabele staat van Bobs stem. Hm, da’s misschien wel een beetje waar, hoewel ik er eind juni toch weer aan ga toegeven in Duitsland. Want: het is en blijft Bob en zo lang hij leeft wil ik ‘m zien.

Dus kunnen we voor deze ene keer, omdat hij maar één keer 70 wordt, gewoon even ongecompliceerd aan irrationele heldenverering doen? Kijk dan vooral onderstaand fragment niet. Maar wel luisteren, dinsdagavond tussen 22 en 23 21 en 23 uur, KX Radio!

Elbow

Ik kan er lang en kort over zijn. Kan zeggen dat het een voorproefje is van het nieuwe album dat op 7 maart gaat uitkomen. Het vervolg op het toch al zo mooie The Seldom Seen Kid, jeweetwelmetdiemooiesingle One Day Like This. En dat dat volgens ingewijden ruimschoots overtroffen gaat worden met Build A Rocket Boys, want dat is de titel van het nieuwe album. En dat het voorproefje daarvan eind vorig jaar al langzaam maar zeker doorsijpelde en dat nu de halve wereld de band lijkt te hebben ontdekt en ze meteen een mooie toekomst toedicht. U hoort er zangtechnisch een beetje Peter Gabriel in? Dat kan kloppen, want het werd in de studio van Peter opgenomen, in Bath.

Zou ik allemaal kunnen zeggen. Maar ik kan er ook kort over zijn: holy moly, wat is dit mooi!

Dylan Dertig

Yep, I know. It’s been quiet quite a while. Niet vanwege een writersblock, winterdip of iPad: ik was ondertussen heus wel druk aan het typen. Het zit zo. Ik kreeg een mailtje van Tom, webmaster van het blog Bob Dylan in het Nederlands. U weet: ik ben Bob Dylan fan. U weet: daar val ik niemand lastig mee, houd ik puur privé. U weet: dat is niet helemaal waar, want u weet: ik hobby één keer in de week bij op de piraat van Rob Stenders, beter bekend als KX Radio. U weet: ik draai dan elke week iets van Bob Dylan. U weet: dat heet de Dylan Dertig, oftewel de dertig paradepaardjes uit zijn omvangrijke ouevre. Wist u niet? Bij deze dan. Anyhow: Tom wilde mijn 30 notities bij die 30 nummers op zijn blog plaatsen. Wat hij niet weet: ik ben een slecht archivaris. Dus was het snel shows terugluisteren, meetypen, bestanden uit de prullenbak vissen, en enkele dingen uit het blote hoofd herschrijven. En terwijl de ontknoping van de Dylan Dertig nadert, kun je mijn beschouwingen over die beste dertig liedjes nog eens nalezen op zijn en mijn site. Coming up next op a blog near you. In de tussentijd: Bob Dylan bij de uitreiking van de Grammy Awards, de meest prestigieuze muzikantenprijzen ter wereld. Waar de hele muziekbizz bijeen komt en de crème de la crème van muzikantenland zich presenteert op het podium. Zo ook Mumford & Sons. Daags na de awardshow nog één van de trending topics op twitter. Dat betekent: het was of heel slecht, of heel goed. Het was het eerste. Maar er was meer: een special appearance. Van His Bobness. Die had alle poliepen van Jan Smit, Frans Bauer en Caro Emerald bij elkaar verzameld, en zong uit schorre borst Maggies Farm. Spoel door naar 5:15 voor zijn acte de presence. Zonder piano, zonder gitaar. Just his voice. Verbazingwekkend hoe zijn stem jaar na jaar devalueert. Let in dat verband ook even op J-Lo, die aan het end braaf applaudiseert maar erbij kijkt alsof ze zojuist besloten heeft dat haar oren echt nodig uitgespoten moeten worden.

New York, New York

Ben er effe niet. Een weekie weg. Naar de city that never sleeps. The Big Apple. Blizzard strikes New York. In beter Nederlands: ding dong. De vlucht naar New York is geannuleerd vanwege een sneeuwstorm. U kunt uw koffers ophalen en daarna uw vlucht omboeken bij balie 19 in de ontvangsthal. Waar je vervolgens twee uur in een rij staat om uiteindelijk te horen dat de eerstvolgende vlucht op 31 december is. De dag dat je zou terugkomen van vakantie. Kortom: bummer. Of in beter Nederlands: reis geannuleerd. De volgende keer dan maar als de zon schijnt. En in de tussentijd: een top 10 van leukste liedjes over New York.

10. Alicia Keys – Empire State Of Mind
9. Bob Dylan – Hard Times In New York Town
8. Frank Sinatra – New York, New York
7. Lou Reed – Coney Island Baby
6. Ryan Adams – New York, New York
5. Leon Russell – Manhattan Island Serenade
4. Pogues – Fairytale Of New York
3. The Drifters – On Broadway
2. Simon & Garfunkel – The Only Living Boy In New York

James Blake

Kerst maakt de mensheid altijd een beetje week. Of zou het komen omdat er in de most wonderful time of the year echt betere muziek gemaakt wordt? Het nieuwe album van Adele gaat het nét niet halen onder de kerstboom, maar de eerste single is er al wel. Zing voor me van Lange Frans met Thé Lau, ook tranentrekkend mooi. Of wat te denken van Lost van Jonathan Jermiah? Op de valreep van dit jaar ontdekt. Dat geldt ook voor James Blake. Nooit gehoord van de man, en enig googlewerk leverde een uitgebreide bio op van een tenniser uit Amerika. Maar James Blake ook een engelse producer te zijn. Getipt door de BBC, en die weten van wanten, als hou-in-de-gaten-voor-2011. Dan komt ook z’n album uit, maar maak vast kennis met zijn wonderschone liedje. Zelden zoveel stiltes in één single gehoord. En dan die stem. En de muziek die je lichtelijk in verwarring brengt. Wat is couplet, wat is refrein? Ach, wat. Gewoon een wonderschoon liedje!

Weblogwoordvandeweek: twitter

Loggen over twitter. En dan weer twitteren dat je hebt gelogd over twitter. M’n moeder is me nu al kwijt. Maar dat was ze al toen ik zei dat ik op Napster in een recordtijd van 34 minuten een liedje had gedownload. In 96 k/bit weliswaar, maar toch. Op vrijdagavond vraagt half achter de geraniums zittend Nederland zich af of de Red Room bij The Voice of Holland soms een geheime afdeling van de NASA is waar gecodeerde berichten from outher space binnen druppelen. Hekje TVOH? Een hek staat om een weiland, waarbinnen koeien grazen, eens per half uur opgeschrikt door de stoomtrein van Haarlem naar Zandvoort, zegt de boer die niet vreet wat hij niet kent. Ok, en na de gekozen artikelen die je doorgaf aan de sprekende computer bij de besteltelefoon moest je ook op het hekje drukken. Dan stond er de volgende dag een medewerker van het postorderbedrijf voor de deur met de bestelde artikelen. Tjee, wat leefden we in een moderne wereld.

En toen kwam het moment dat overal iedereen altijd wilde weten wat iedereen overal deed. En altijd ook. En iedereen wilde laten weten wat ‘ie deed. Overal. Mijn moeder zag er het nut niet van in. Dan weet iedereen altijd maar alles over je. Dat wil ik helemaal niet, zei ze. En ik wil ook niet altijd alles van iedereen weten. Ik legde uit dat er inderdaad mensen waren die de hele dag leegliepen, lijdend aan de digitale diarree. Die zelfs echo’s van hun nog niet geboren baby op hun hyves plaatsten. Maar ja, dat was hyves, en dat was eigenlijk alweer 2009. Facebook was helemaal hot, bleek ook wel uit het feit dat Mark Zuckerberg, oprichter van Facebook, werd verkozen tot persoon van het jaar door tijdschrift Time. Maar ja, dat was een tijdscrift, en dat was eigenlijk alweer 1986. Dus download je ‘m op je I-Pad. Een soort laptop, maar toch ook weer niet. Meer… En daarmee was ik alweer de draad kwijt in het digitale woud waar ik door de bits en bytes de bomen niet meer zag en ik besloot dat dit de generatiekloof was. MSN was al uit voordat je aan de gepensioneerden van deze aarde kon uitleggen wat het was, de opvolger van ICQ natuurlijk, maar dan moest je nog uitleggen hoe het werkte. Maar vooral het waarom ontging haar. Via internet je rekening betalen, ok. Een mailtje sturen, prima. Maar wat is dan toch in vredesnaam het nut van twitteren tijdens een televisieuitzending? Ik kon het niet uitleggen. Ja, ik vertelde dat het heel slim was van John de Mol om elke kandidaat van The Voice een eigen twitteraccount te geven en er vooral veel aandacht aan te besteden in de uitzending. Dat hij daarmee de allerjongste doelgroep aansprak, die smsen eigenlijk al ouderwets vond, en die normaal gesproken hooguit met een half oog televisie hadden gekeken, maar nu ineens via hun tweede scherm betrokken werden bij het programma, en dat creeërde weer awareness op het web, en dat betekende een boel mention, en misschien werd je wel trending topic. Als die hashtag maar vaak genoeg werd gebruikt. Hoewel, met retweeten kom je ook een heel end natuurlijk. Tijdens een adempauze ontmoet ik twee ogen op steeltjes. Eigenlijk had ik die met m’n mobiel op twitpic moeten zetten.

Een mens gaat met zijn tijd mee. En dus opende ik een jaar geleden mijn eigen twitteraccount.

Ik was bang dat ik na twee keer te hebben gemeld dat ik een scheet had gelaten er wel klaar mee zou zijn, maar een jaar later en 1600 followers verder is de lol er nog steeds niet vanaf. Die zin kun je nog net binnen de 140 tekens kwijt, want twitter is behalve onuitlegbaar aan je moeder ook kort en bondig. Ok, je kunt langere teksten publiceren, maar alles boven de toegestane hoeveelheid verdwijnt achter een apart te openen link. Dat doe je dus niet. Hierbij nog 10 andere dingen die ik als don’ts beschouw op twitter.

1. Volg je mij, dan volg ik jou: een veelgehoorde vraag op twitter. Negeren! Tweets moeten interessant genoeg zijn om te lezen. Onderhoudend. Om te lachen. Of je bent Barack Obama. Dan mag je best vragen of ik je wil volgen.
2. Verklap niet teveel over je privéleven. Tenzij je een afspraak hebt met Barack Obama natuurlijk.
3. Wees niet te vaag. Dat lijkt op interessantdoenerij. Of je hebt niks te melden. Ja hij is echt ovaal! mag je alleen twitteren als je op bezoek bent bij Barack Obama.
4. Twitter nooit over eten. Tenzij je een lunchafspraak hebt met Barack Obama natuurlijk.
5. Twitter niet naar bekende of beroemde mensen in de hoop dat ze reageren en dat jij daardoor weer meer volgers krijgt. Tenzij je Barack Obama echt goed kent natuurlijk.
6. Twitter persoonlijk. Vertel wat je zelf leuk vindt. Al is het snooker. Of gekleurde Amerikaanse presidenten door de eeuwen heen.
7. Volg niet teveel mensen, dan staat je timeline binnen no time vol met dingen die je niet interesseren of die je niet kan volgen. Heb je zelf niet al teveel volgers, dan is break even een mooi concept: je volgt evenveel mensen als het aantal mensen dat jou volgt. En anders afronden op mooie getalen. 221 mensen volgen is niks, kies er dan nog één uit en maak er 222 van. Of rond het af naar ronde getallen. 10, 20, 30, enzovoorts. Barack Obama volgt momenteel 707,654 mensen. Dat is veel te veel, en het is een lelijk getal ook nog eens.

Waarom ik dit hier allemaal uitkraam? Omdat het op twitter niet past. En omdat het onderwerp werd aangedragen door Jordy Dijkhuizen. Beter gezegd @jordydijk. Volg hem op twitter!

[ Wil jij het weblogwoordvanvolgendeweek bepalen, laat 'm dan achter in de comments! ]

Oudere berichten »
Weblog      Beste Bob      Muijs gemist      Muijst wanted      Contact
© Martijn Muijs 2012