Radio 538KX Radio
Weblog Beste Bob Muijs Gemist Muijst Wanted Muijsmail
Geen commentaar!

Bob Dylan zong het al in 1966: Everybody must get stoned! en nee, hij bedoelde daar niet de kennelijke staat waarin je verkeert na het roken van een pretsigaret mee, maar steniging door de stem: een verbale kei tegen je kop. Ken je die scène uit Monthy Python’s Life of Brian, waarin een vrouw verkleed als man -gespeeld door een man, lang leve de Britse humor- naar een steniging gaat, alwaar je voor een paar penny een steen kan kopen, die je op het afgesproken tijdstip -half 3- mag werpen naar de veroordeelde? De stenengooiers zijn echter iets te enthousiast, waardoor ze te vroeg beginnen met gooien, waardoor de verkeerde geraakt wordt, waardoor weer moet worden uitgezocht wie de eerste steen wierp.

Tja, steniging. Daar doen we allang niet meer aan, evenmin als het gooien van rotte eieren, het publiekelijk aan de schandpaal nagelen of een gezellige openbare ophanging. Of toch. Het volk wil immers brood en spelen, en zo kregen we onze eigen hofnar, die iedere week iemand tot kop van Jut maakte en deze Jan of alleman vervolgens verbaal onthoofde. Theo van Gogh was zijn naam, en de vrijheid van meningsuiting zijn faam. Alles moest gezegd kunnen worden, dat vonden wij ook, en hij zei het, en wij vonden het goed. Tot iemand besloot dat hij het niet goed vond en zijn mening best met een messteek mocht verkondigen. Theo werd voor altijd het zwijgen opgelegd, en wij hielden collectief onze adem in.

Maar de wereld draaide door, de Nieuwe Revu werd allang niet meer gelezen, en we hadden ondertussen 16 miljoen bondscoaches die hun zegje wilden doen. Die niet alleen hun mening laten gelden over voetbal, maar ook datgene wat er -vanwege het voetbal vandaag iets korter- voor zit. Volkssport nummer 1, de nieuwe nationale hobby is een feit: commentaar leveren op DWDD. Kijk voor de gein eens op je tweede scherm, zoek op #dwdd en berg je voor de twitterlawine die er dagelijks wordt uitgebraakt. Naar de uitzending kijken elke dag meer dan een miljoen mensen, en het lijkt erop dat er evenzoveel Theo’s online actief zijn. Tijd van handeling: half 8. Veroordeelde: Matthijs van Nieuwkerk. Elke dag wordt hij opnieuw gestenigd, en elke dag krabbelt hij op en staat er weer. Tot zover, tot morgen. En als er de volgende dag iemand anders zou staan, staat er in no time op je second screen iets in de trant van ‘was dit voor ‘n prutser, doe Matthijs trug, dit is egt waardeloos!’

Doe Maar zong het al zolang gelee, nog ver voor de eerste aflevering van DWDD: hé, er zit een knop op je teevee, die helpt je zo uit de puree. Nou wil ik mezelf absoluut niet vergelijken met Matthijs, hoewel ik zo’n 8000 followers meer heb dan hij, maar ik voel een beetje met hem mee. En verbaas me over de eindeloze stroom commentaar die er dagelijks wordt gegeven op alles wat er gebeurd op de televee. En, this is where I step in, ook op de radio. Moest je vroeger nog een brief schrijven, en dus maar net een pen en papier bij de hand hebben, een postzegel plakken, naar de brievenbus lopen en alleen bij die gedachte al je voornemen laten varen, tegenwoordig kun je met één druk op de knop wereldkundig maken wat je er van vindt. Van wat dan ook. En dat doen we dan ook. Massaal. Want we leven toch in een vrij land? En je moet toch kunnen zeggen wat je wil?

Ja.

Maar.

Waarom eigenlijk?

Waarom beginnen we niet een televisieprogramma, elke dag om half 9 precies, waarbij we elke uitzending een azijnzeiker aan het woord laten, met naam- en toenaam onder in beeld, die z’n hoofd op het hakblok mag leggen en voor het oog van de camera -en vooruit, u mag er ook bij zijn als publiek, u kunt nu bellen met VARA’s publiekservice op het nummer 0900…- mag uitleggen of zijn afstandsbediening soms niet werkt of wat dan de reden is dat hij toch elke dag weer kijkt terwijl ie het een programma zo klote vindt, of dattie soms thuis niks heeft te vertellen, gepest wordt op z’n werk, en by the way: wat doe je eigenlijk voor werk en zullen we dan voor de vorm even zeggen dat je zelf ook waardeloos werk aflevert, gewoon om eens te laten voelen hoe dat is, dat je de grootste prutser in je branche genoemd wordt en, nu we je c.v. toch aan het doorlichten zijn, wat je dan zelf helemaal gepresteerd hebt in het leven… waarom beginnen we niet gewoon zo’n programma?

Ik snap wel waarom Matthijs nooit een twitteraccount heeft aangemaakt. De dagelijkse drek zou niet te overzien zijn. Tuurlijk mag je je mening geven, maar gek genoeg is degene die loftrompet steekt ook de roeptoeter in de woestijn. Hartstikke mooi die vrijheid van meningsuiting, maar waarom is dat verworden tot het recht op tot de sokken toe afbranden van iemand? O, en wee degene die de kritiek pareert of -nog erger- een andere mening daar tegenin brengt. Dan moet je namelijk RESEPCT HEBBE VOOR ME MENING! Nee, je kan beter blijven stilzitten tijdens het geschoren worden.

Zelf reply ik allang niet meer op kritiek, zeker niet als ik beticht wordt van het vallen op mensen van hetzelfde geslacht of een verwensing van het krijgen van een ernstige ziekte naar m’n hoofd geslingerd krijg: helaas, je bent te dom om op te reageren. Maar af en toe jeuken mijn handen, en moet ik me inhouden om te zeggen dat er eens een bom in iemands gezicht zou moeten ontploffen – o nee, dat is al gebeurd gezien je profielfoto op twitter. Maar dat doe ik dan niet.

Tot ik afgelopen zaterdag in de fout ging. Iemand, toevallig ene Theo, riep iets in de strekking van: 538 is leuk, behalve Martijn Muijs, wat is dat een abominabel slechte DJ. Waarop ik reageerde: Da’s ook toevallig. Ik vind namelijk alle luisteraars lief, maar jou een klootviool. Dat had ik natuurlijk niet moeten doen, want hij kreeg spontaan bijval van Michel, die meldde: is het met je eens, Martijn Muijs staat niet voor niets in de nacht geprogrammeerd. Theo retweette dat uiteraard ogenblikkelijk, waarop ik niet kon nalaten om te antwoorden: En hoe verklaar je in je onmetelijke wijsheid dan mijn aanwezigheid in de zaterdagmiddagprogrammering? Ik dacht nog: puntje voor mij, maar ik had het mis. Michel reply’de binnen een minuut: heeft wat issues met geintjes die opgevat kunnen worden als kritiek?

En toen begreep ik het ineens. Ik deed het helemaal verkeerd. Het was helemaal niet de bedoeling dat ik reageerde. Ik moest gewoon lijdzaam op het schavot gaan staan, deemoedig mijn hoofd buigen en zwijgzaam mijn lot ondergaan. Kommaarkommaarkommaarkommaar.

Ik zuchtte en zakte achterover. Ik ging maar eens naar de herhaling van De wereld draait door kijken.

Wie is de Bob?

Dat wat verborgen is wil je graag zien.

Na afloop van het concert van Mark Knopfler en Bob Dylan loop ik over het parkeerterrein naar de auto. Naast het gebouw waar ik ben uitgekomen staan hoge hekken beplakt met zwarte folie, waar nog net het dak van de tourbus bovenuit piept. De lampjes zijn aan, hij staat met draaiende motor te wachten. Een man en een vrouw proberen tussen de spijlen door een glimp op te vangen. Ik loop naar ze toe en vraag of er wat te zien valt. ‘Hij stapt net de bus in, maar hij stond hier net, vlak voor de bus, een sigaretje te roken denk ik. Hij had nog hetzelfde aan als op het podium.’ Ik baal dat ik niet een halve minuut eerder ben komen aanlopen, en kijk tegen beter weten in toch even door hetzelfde gaatje. Met één oog toegeknepen en de ander open zie ik de bus in beweging komen. Daar, ergens achter één van de geblindeerde ramen, zit Bob. Misschien kijkt hij naar buiten, misschien kijkt hij naar mij. Dat is wat ik denk als de bus een draai maakt en op twee meter afstand van het hek voorbij zoeft en in het donker verdwijnt. Tegelijkertijd voel ik me een bakvis, desperaat hopend op een glimp van zijn idool, die ik nota bene net anderhalf uur lang op niet al te grote afstand -ik kom altijd vroeg, dan sta ik nog een beetje vooraan- heb kunnen aanschouwen. Maar in het echt is het toch anders, bedenk ik me.

In het echt. Ik vraag me wel eens af hoe hij in het echt is. Van alle onbereikbare artiesten is hij misschien wel de meest onbereikbare. Alleen als je 80 euro neertelt wordt het gordijn even opgetrokken, zie je de artiest aan het werk, 17 nummers lang en als je geluk hebt nog ééntje extra. Vooraf met je oor tegen de deuren van de nooduitgang luisteren naar de soundcheck levert alleen wat gitaargeluid en drumgebulder op. Van een zanger is geen sprake. Die komt even voor showtime aangereden en stapt na afloop meteen van het podium de bus in. De rest van de band mag een bus later.

Zouden ze elkaar treffen in de lobby van het hotel? Drinken ze een glaasje op de goede avond? Ik fantaseer erover, maar een antwoord heb ik niet. Eigenlijk wil ik het ook niet weten, ik koester de mythe van de man. ‘Ook de koningin moet naar de wc’ wordt er dan altijd door die ene oom geroepen op verjaardagsfeestjes, doelend op het feit dat het ook maar een mens is. Ik geloof liever dat de koningin gewoon niet poept. Ik wil geloven in de artiest, niet in die zorgzame opa die zijn kleinkinderen een weekendje te logeren heeft, ze warme melk brengt voor het slapen gaan en nog even een verhaaltje voorleest. Ik wil niet dat hij zomaar een mens is. Anders had ik net zo goed een plakboek kunnen beginnen over mijn buurman, die geeft net zo weinig interviews als degene over wie ik wel de spaarzame stukjes uit de krant knip.

In het najaar van 2003 cross ik met een vriend dwars door Duitsland. Ik heb nog geen rijbewijs, dus hij rijdt de groene bestelauto naar Oberhausen. Waar zijn we al niet geweest. Braunschweig, Hamburg, Dortmund en we moeten nog naar Brussel. We gaan 6 concerten op rij af, we noemen het zelf de Bob Dylan tour. Als hij me voor het eerste concert komt oppikken zie ik dat zijn auto bestickerd is. ‘Bob Dylan Tour 2003′ staat er groot op de zijkant van z’n auto, en daaronder de steden waarvoor we kaartjes hebben gekocht. Ik lach en zeg dat als we maar zelfverzekerd genoeg kijken we vast wel door de beveiliging heen komen en onze auto backstage kunnen parkeren. Onderweg trekken we bekijks, ook van de Polizei. Die maant ons tot stoppen bij een tankstation, maar als we de wagen volgen naar de afrit, geeft ‘ie ineens gas en verdwijnt. Bij het stadion aangekomen volgen we braaf de aanwijzingen van de parkeerwachters en stoppen uiteindelijk voor een hotel. Als we later die avond terugkeren bij de auto, stappen we vlug in, het regent pijpenstelen. Terwijl de auto start, zwiept de ruitenwisser over de voorruit. Ik zie dat er iets onder gestopt is. ‘Vast één of andere reclamefolder,’ denk ik, maar het blijkt een handgeschreven briefje te zijn, verpakt in plastic om het tegen de regen te beschermen. Het is ondertekend door een vrouwennaam. Het blijkt een oproep dat we contact met haar moeten opnemen. Ze logeert in het hotel waar we voor staan. Haar kamernummer is dat en dat en pleaeaeaease contact me. We barsten in lachen uit, zij denkt echt dat onze ex-telecomauto bij het gevolg van Bob Dylan hoort! 1-0 voor ons, hoewel het nog niet eens zo gek gedacht is: als je als artiest onopvallend wil blijven stap je niet in een limousine maar in een knalgroene bestelwagen, daar verwacht immers niemand je in aan te treffen. Had Bob ook niet ooit een onooglijk huis in de meest ongezellige buitenwijk van Los Angeles gekocht, omdat niemand verwachtte dat een ster van zijn kaliber daar zou wonen, inclusief de buren die jarenlang onwetend naast één van de grootste popartiesten hadden gewoond? En bleek hij ook niet jarenlang een relatie te hebben gehad met één van zijn achtergrondzangeressen zonder dat één paparazzo dat wist, en bleken ze pas na de scheiding dat ze ooit getrouwd waren geweest en dat hun dochter al een jaar of 15 oud was?

Of zag ze gewoon wat ze wilde zien?

Het is 29 mei 2012. Bob Dylan krijgt de hoogste onderscheiding voor een Amerikaans burger omgehangen door de president zelf. Voor de ceremonie zitten alle 13 prijswinnaars keurig in het gelid in het Witte Huis, terwijl Obama soepel zijn speech afsteekt en ze één voor één in het zonnetje zet. Eén van de geëerden kijkt stoïcijns voor zich uit. Hij heeft een zonnebril op zijn neus. Het is Bob. Ik vraag me af wat er achter die ondoordringbare glazen gebeurd. Wat hij denkt. Waarom hij voor de president van Amerika niet even zijn zonnebril afzet. Misschien denkt hij wel: ‘Obama moet ook naar de wc.’ Als hij aan de beurt is staat hij rusteloos te wiebelen op z’n benen, ondertussen zijn wenkbrauwen optrekkend en met een nerveuze grimas om de mond. Is het omdat hij geen gitaar om zijn hals heeft hangen en zich nu geen houding weet te geven? Hij zegt niks en bij de persoonlijke felicitaties van Obama slaat hij met zijn hand op de bovenarm van de president, niet als joviaal gebaar, eerder als teken dat hij zo snel mogelijk weer weg wil. Enkele ogenblikken later verdwijnen de gasten voor een hapje en een drankje in de naastgelegen zaal, buiten het oog van de camera. Daar had ik nou juist wel graag bij willen zijn. Zou hij zijn zonnebril af hebben gezet? Een koetjes-en-kalfjes-gesprek met de gasten zijn aangegaan? Een ‘sorry dat ik zo nukkig deed net’ aan Obama hebben gericht, om het af te maken met een goeie mop? Ik denk de antwoorden te weten, maar alles wat ik denk krijg ik niet te zien.

Totdat de maskerade heel even wegvalt. Ik speur naar filmpjes van concerten waar ik bij ben geweest. Ik tik op de bonnefooi een paar trefwoorden in, zolang Bob Dylan maar niet in de titel voor komt. Dan is de websheriff namelijk onverbiddelijk: die opnames zijn subiet van het wereldwijde web gewist. Ik mag zelfs niet zien wat ik ooit heb gezien. Via via via kom ik uit bij een filmpje waarbij halverwege All Along The Watchtower op de recordknop is gedrukt. Het is niet het kraakheldere geluid dat mij laat verder luisteren, en al helemaal niet het zwabberende beeld dat mij verder laat kijken. Ik herken dit. Ik herken deze plek. Het zijn de laatste noten van een concert in Gelsenkirchen. In een openluchttheater staat de band te spelen, terwijl achter hen een rivier stroomt, waarop bootjes voorbij drijven. Aan de overkant zitten mensen op de kade naar de ruggen van de muzikanten te kijken. En ze zien wat er allemaal backstage gebeurd. De bus staat al klaar, de lampjes branden. De camera registreert de laatste noten van het optreden, het publiek juicht, de muzikanten komen het trapje af. Bob loopt ergens tussen hen in, beveiligingsmensen lopen er omheen. Hij drukt joviaal de hand van iemand die al een tijdje staat te wachten, het zal de organisator van het concert zijn. Hij vraagt om een handtekening en krijgt ‘m ook. De gitarist is een paar meter verder gelopen en staat te praten met een dame in een zomers jurkje. Als Bob verder loopt wordt het beeld onduidelijk. De opname is al niet scherp, en door de vele mensen op dezelfde vierkante meter zie ik niet meer wie wie is. Ook het zomerse jurkje is ineens verdwenen. Ik moet even terugspoelen, knijp met mijn ogen, en zie dan ineens dat de dame is verdwenen in de tourbus. De rest van de muzikanten loopt door naar de volgende bus, maar waar is Bob gebleven? Nadat ik nog een keer heb teruggespoeld zie ik het ineens: Bob loopt het trapje op, direct gevolgd door de dame in het jurkje. De deur klapt dicht, en de bus rijdt weg. Om er zeker van te zijn dat ik het goed heb gezien bekijk ik het filmpje nog twee keer, en blijf zien wat ik zojuist zag.

Genoeg gezien om verder te fantaseren.

Genieten

Het is allemaal de schuld van Wendy van Dijk.

Het begon allemaal bij The voice of Holland. Of de X-Factor. Nee, Idols.

Het begon allemaal bij het vertrek van Reinout Oerlemans en Chantal Janzen. Reinout was een eigen bedrijfje begonnen, komt een vrouw bij een producent b.v., en Chantal was vanwege hogere idealen naar de AVRO overgestapt, waar ze een programma ging presenteren geproduceerd door Reinout, waardoor je meteen weet welke vrouw er bij de producent kwam. Afijn, er viel een gat te vullen, en Martijn Krabbé was ready to rumble. Soms leek het net of hij deejay bij de TROS was, maar zijn enthousiasme werkte aanstekelijk en hij had de David Letterman gebaartjes ook goed onder de knie, waardoor we besloten dat een nieuwe showman was geboren. Maar naast de spierballentaal van de bokser moest natuurlijk ook een bevallige rondemiss komen. Wendy van Dijk was haar naam. Ze deed een keurige aankondiging van de eerste kandidaat, Martijn vroeg na afloop wat hij of zij er eigenlijk zelf van vond, deed nog een gek gebaartje, toen kwam er 10 minuten reclame, Martijn riep iets van welkom terug, kondigde de tweede kandidaat aan alsof Justin Timberlake zojuist zelf het podium had beklommen, de tweede kandidaat deed een matige imitatie van Justin Timberlake maar de dansjes waren wel goed, en na de laatste hoge uithaal die er net naast zat, ging Wendy naast hem staan, duwde de microfoon richting gezicht en vroeg: heb je er van genoten?

Wendy was zichtbaar in haar nopjes met de haar zojuist ingegeven vraagstelling, en vroeg bij de volgende kandidaat hetzelfde. Toen het zangeresje in de dop bevestigend antwoordde zag ze pas echt dat ze goud in handen had. Tijdens de volgende reclamepauze overdacht ze haar zojuist binnengehaalde graal en kon maar nauwelijks haar euforie onderdrukken. Ze besefte: ik heb de kip met het gouden ei gevonden. Ze wilde het eurekamoment delen met Martijn, maar die was druk bezig met het oefenen van de X, onderwijl luid galmend ‘de lijnen zijn nu gesloten!’ Een beetje teleurgesteld droop Wendy af, maar dat kon haar gelukzalige gevoel niet onderdrukken. Ze had zojuist een ingeving gekregen van, ja wie eigenlijk? Kwam het uit haarzelf? Was het God? Of wellicht toch Boeddha? Wat deed het ertoe, ze telde haar zegening. Ze had zojuist De Vraag Der Vragen ingegeven gekregen. Pauw & Witteman & Van Nieuwkerk: eat your heart out! In de coulissen repeteerde ze nog even, waarbij Martijn verwonderd naast haar kwam staan. ‘Wat lispel je nou precies?’ Wendy antwoordde niet, nu zat zij even in haar eigen zone. ‘Ik geniet, wij genieten, jij genoot, wij hebben genoten’ mompelde ze. De regisseur riep: ‘Nog 10 seconden!’

Vanaf toen was er geen houden meer aan.

Ook de jury werd er bevattelijk voor. ‘Kind, wat was dat genieten!’ kirde Angela, waarna Gordon mokkend riep ‘nou, ik baal ervan dat ik geen hetero ben, want van zukke benen had ik ook wel willon kunnon genieton.’

O zeker, zo eens in de zoveel tijd werd de formule opgefrist. Sterker nog, alle mogelijke zinsconstructies en grammaticavormen kwamen voorbij. ‘Heb je ervan genoten?’ ‘Dat was genieten hè?’ ‘Ik heb ervan genoten, jij ook?’ en ‘Oei, je stem was even weg hè, maar heb je er wel van genoten?’

Het werd een plaag. Het maakte niet uit hoe je had gezongen, als je er maar van had genoten. Ook buiten de zaal breidde het virus zich uit. De snelle reclamejongens hadden zitten meekijken en waren overdonderd door de kracht van dat ene woord. Tuurlijk, het was belangrijk dat de boter niet te vet was, de verpakking er omheen er aantrekkelijk uit zag en dat de inhoud smaakvol was, maar… geniet van je ochtendritueel met boter van Becel, dat klonk toch veel beter? En zo bazuinden alle reclamejongens elkaar in no time na. Producten werden niet meer beoordeeld om wat ze kunnen, de vraag is of je er van kunt genieten. Geniet van de luxe van een heerlijke vakantie, dat kon nog, en ok, als het om koekjes of frisdrank ging snapte ik het ook nog wel. Het werd bedenkelijker toen mij werd medegedeeld dat een stofzuiger niet langer betrouwbaar hoefde te zijn, als je maar genoot van het zuigcomfort. Maar ‘geniet van de vrijheid die deze auto je biedt’ was voor mij de limit. Hallo, ik wil een auto met vier wielen, lekker veel pk’s onder de motorkap maar toch geen bezineslurper, die mij comfortabel en stil van A naar B brengt en niet na 100.000 kilometer uit mekaar valt! Pleur op met je genieten!

Overzie het slagveld. Het is een nationale plaag geworden. De volledige uitholling van één woord is voltooid. Bij de laatste reeks van The voice of Holland besloot ik te gaan turven. Voor elke keer dat het woord genieten werd gebruikt, zette ik een streepje op de genietmeter. Na niet eens alle afleveringen te hebben gezien kwam ik op de verontrustende eindstand van 45. Maar het meest schokkende moest nog komen. Van al die 45 keer was het aandeel van Wendy verbazingwekkend laag. Zij had het woord maar 6 keer uitgesproken. Was Wendy op een nieuw woord aan het broeden? Moeten we vrezen voor het volgende woord dat in de vaart der volkeren wordt opgestuwd door ambassadrice Van Dijk? Ik bladerde vlug door het woordenboek der Nederlandse taal. Want wat komt er na genieten?

Genitaliën.

Rendez-vous

Ik zat achter het stuur van de Mercedes van mijn vader, hij zat naast me op de bijrijderstoel. Zo af en toe wisselden we van plek. Ondertussen was het Franse asfalt alweer een uur of twee onder ons doorgeschoten, en besloten we dat het tijd was voor een frisse neus. Op de borden stond een mesje en een vorkje met nog 2 kilometer te gaan. We waren lekker opgeschoten, we zaten iets ten zuiden van Orléans. Over een uurtje reden we op de rondweg van Parijs, en dan zaten we op de helft. Ondertussen stuurde ik de auto richting de afrit. De ruitenwissers gingen nog een keer op en neer, het was een druilerige dag. We reden het parkeerterrein op, rechts voor vrachtwagens, links voor auto’s. We stopten vlak voor het tankstation, dat welhaast werd overwoekerd door het betonnen gebouw dat er achter en zelfs omheen gebouwd leek. Vanuit dat gebouw leek je naar de overkant van de snelweg te kunnen: er was een corridor over de weg, gemaakt van beton en glas. Sommige mensen keken door de ruitjes naar het voortrazende verkeer onder zich, anderen liepen stoïcijns door naar de andere kant. Ik stopte de auto naast een wit bestelbusje, twee vakken verder aan de linkerkant stond een blauwe Peugeot. Ondanks het miezerige weer besloot ik toch even uit te stappen om de benen te strekken.

Bij het ontgrendelen van de deur viel mijn blik op de Peugeot. Nog voor ik het portier helemaal had opengezwaaid zag ik ze door het raampje. Ik zag het silhouet, maar moest even met mijn ogen knipperen om te bepalen of ik het goed had gezien. In de auto, op de stoel rechtsvoor, daar was het. ‘Zie ik het nou goed?’ dacht ik bij mezelf, terwijl ik uitstapte. Ik had de deur nog in mijn handen, en kon mijn ogen niet van de Franse auto afhouden. Eigenlijk mocht ik van mezelf niet blijven staren, maar het was sterker dan ik zelf. Ik moest er wel naar kijken. Dit was een bijzonder moment, zo hield ik mezelf voor. Ik was zojuist voor het eerst in mijn leven oog in oog komen te staan met een Siamese tweeling. Daar zaten ze, of was het maar één mens met twee hoofden? Ja, op de rechter voorstoel, twee mensen in één. Ik deed een paar passen dichterbij, niet te opvallend, keek ook wat om me heen om het zo natuurlijk mogelijk te laten lijken, maar wendde snel weer mijn hoofd richting de auto zodra het kon. Ik voelde me even een ramptoerist. Maar zoals je ogen naar de ellende op de televisie worden toe gezogen en er niet los van kunnen komen ook al zou je willen, zo moest ik kijken naar dat rechter zijruitje en datgene wat zich erachter afspeelde. Ik liep richting het trottoir, passeerde de Peugeot op zo’n twee meter. Ter hoogte van het portier besloot ik nog één keer te kijken. Ik zag ze zitten. Een man, met bovenop hem een vrouw.

Bij het informatiebord stopte ik. Ik keek quasi geïnteresseerd naar de informatie die erop vermeld stond. ‘Bienvenue à nos autoroutes.’ Met een schuin oog keek ik naar de Peugeot en wat zich erin afspeelde. Een man en een vrouw dus. De man zat zoals een passagier op zijn stoel zit, maar de vrouw lag er vreemd gekronkeld bovenop. Ik vroeg me af waar ze haar benen had gelaten. Ze hadden hun gezichten naar elkaar gedraaid. Ze zoenden elkaar. De vrouw streelde de man door zijn haar, waar hij zijn handen had kon ik niet zien. ‘Zal ik het stuur zo weer even overnemen?’ Ik had niet gemerkt dat mijn vader naast me was komen staan. Ik keerde vlug mijn rug naar de Peugeot, probeerde aan zijn gezicht te peilen of hij ook iets gezien had. Het leek erop van niet. En wat dan nog, dacht ik bij mezelf, maar het voelde toch alsof datgene wat zich afspeelde in die auto alleen voor mijn ogen bestemd was, en misschien zelfs dat niet. ‘Eh ja, is goed,’ zei ik, en bedacht me dat ik dan alweer niet de auto door Parijs heen mocht laveren. Vertrouwde hij me dat niet toe of kwam het toevallig zo uit? Aan de andere kant, uit het raampje kijken was ook geen straf. Genoeg te zien. Vliegtuigen die vertrokken vanaf Orly, de eerste flats die opdoemden, en daarna de zeven heuvels, met daarop de eindeloze rijen huizen, betonkolossen, reclameborden, hier en daar zwervershuisjes van golfplaten en halverwege de Seine. En daartussen het krioelen van auto’s, bussen en vrachtwagens. Tot nu toe was het rustig geweest op de weg, maar dat zou spoedig veranderen. Misschien was het toch niet zo erg om niet zelf achter het stuur te zitten. Ik was ooit eens in Parijs geweest en kon me een hele avond vermaken door uit het hotelraam te kijken naar het verkeer beneden mij. Geen auto bleek deukloos en toen een Parijzenaar in zijn Citroën kwam aangereden bleek waarom. Hij parkeerde in een vak dat op voorhand al te krap leek, maar zette niettemin zijn plan door. Achter boem, naar voren, boem, nog een keer naar achter, nog eens boem, stukje naar voren en hij stond. Op het zebrapad.

‘Ik ga even een ommetje maken’ zei mijn vader en beende weg. ‘Is goed’ mompelde ik half, en bleef staan. In de Peugeot was de situatie onveranderd, behalve dan dat ze waren opgehouden met zoenen. Ze zaten er nog net zo bij, ze leken alleen op de wereld, alsof de wereld buiten de auto niet bestond. De ramen waren een beetje beslagen. Ik vroeg me af wie er nou een parkeerplaats langs de snelweg uitkiest voor wat romantische handelingen. En dat ook nog eens op klaarlichte dag. Ik kon wel betere plaatsen verzinnen, niet alleen romantischer maar ook gemakkelijker voor lijf en leden. Waarom reden ze niet even door naar hun huis, of het hare? Ik keek naar het nummerbord en probeerde aan de laatste twee getallen te zien uit welke regio ze kwamen. Moest in de buurt zijn, er stonden meer auto’s op de parkeerplaats met dezelfde twee cijfers op de nummerplaat. Ondertussen ging het liefdesspel in de auto door. De mond van de vrouw was maar een paar centimeter verwijderd van de zijne. Ze fluisterde vast lieve woordjes. Maar de man schudde plots nee, en wendde zijn hoofd af van haar. Hij keek door het raampje. Naar mij. Ik keek snel de andere kant op, maar hij had me vast gezien en dan ook ontdekt dat ik naar hun stond te staren. Dus liep ik weg, zo onopvallend mogelijk, waarbij het onopvallend weglopen me ineens opvallend moeilijk afging. Ik ging ineens letten of de bewegingen die ik maakte wel onopvallend genoeg waren, en bedacht me dat ik daardoor juist meer opviel. Voor mijn gevoel keek hij nu naar mij. En was zij ook zijn blik gaan volgen. Vier ogen priemden in mijn rug. Ik liep snel in de richting van een vrachtwagen, en verdween uit hun zicht.

Vijf minuten later kwam ik weer aan bij de auto. ‘Zullen we maar weer eens gaan?’ vroeg mijn vader. Ik knikte. Ik keek nog even snel naar de Peugeot en zag dat de vrouw zich had losgemaakt uit de armen van de man. Modern stel hoor, dacht ik, waarbij de vrouw rijdt en de man kaartleest. De vrouw manoeuvreerde zich terug op haar eigen stoel, maar in plaats van het stuur vast te pakken deed ze het portier open. Ze stapte uit. Ze bleef bij het geopende portier staan, terwijl de man naar haar keek. Ze keek niet terug. Langzaam richtte hij zich op, opende de deur en stapte net zo langzaam uit. Het leek in slow motion te gaan, terwijl hij via de voorkant van de auto naar haar kant liep. Ze liet hem er langs, hij stapte in. Ze deed de deur dicht, hij draaide het raampje open. Ze keek niet onvriendelijk, maar er was iets in haar blik dat geen volledig zorgeloos bestaan verried. Ze zeiden nog wat tegen elkaar, zij boog zich voorover en gaf hem een kus. Hij streelde met zijn hand over haar wang, gaf nog een zoen, en startte de auto. Ze was weer rechtop gaan staan, en wuifde langzaam met haar hand terwijl hij achteruit reed. Naast de Peugeot had al die tijd een grijze Renault gestaan, maar ik zag hem nu pas. De vrouw toverde een sleutel uit haar jaszak en liet de lichten van de Renault knipperen. De man in de Peugeot wachtte, zijn auto stond nog in de achteruit. De vrouw stapte in haar Renault en reed bruusk naar achter. De man in de Peugeot rolde nog een metertje naar achter om haar ruimte te geven. Ze zette de Renault in de eerste versnelling en reed weg. De man reed achter haar aan. Ze keek in haar spiegeltje en zwaaide nog één keer. Aan het kenteken zag ik dat ze uit een ander arrondissement kwam.

Mijn moeder, die al die tijd in de auto had gezeten, keek op uit het Franse woordenboek waar ze een paar woordjes uit had opgezocht en zei, terwijl onze auto zich eveneens in beweging zette: ‘da’s grappig, dat rendez-vous eigenlijk gewoon ontmoeting betekent.’

Rare reacties

Al sinds de onstuitbare opmars van het internet krijg je zo eens per week de vraag in je mailbox of je je penis wilt laten verlengen; ‘niet nodig, dank u’ zegt 50% van de bevolking en de andere helft reageert met ‘ik ben een vrouw.’ 3% kan niet rekenen en drukt alsnog zijn mening door, en vinkt aan dat het hem (of haar) ‘wel een uitkomst had geleken voor Napoleon, maar ja, Windows 1795 is nooit het succes geworden waar men op had gehoopt.’

De mailboxbedrijven kregen toen het lumineuze idee een speciale spambox voor je te maken, waar alle ongewenste weekendjes weg, miljoenenerfenissen van Nigerianen en the whole cigar lover’s package for just $19.95 in gekwakt werden en met één druk op de deleteknop konden worden verzonden naar het rijk der spamfabelen. En dus moesten de digitale drukwerkjes op een andere manier verspreid worden. De spamhoofden staken de koppen als ware het ijsmeesters bij elkaar, om te oordelen waar men op het gladde ijs nog kon oversteken. De voorzitter riep ‘iet giet oan’ toen één van de rayonhoofden (met een exclusieve sigaar tussen zijn zojuist gebleekte tanden en een onverklaarbare bobbel in zijn broek) opperde om websites als digidump te gebruiken. Beter nog: weblogs. Daar zette zo’n internetnitwit zo af en toe eens een berichtje op met foto’s van leuke poezen, en tussen de reacties van Jan en Annie kon je dan makkelijk reclame maken voor natte poe… ‘It giet oan’ zei hij dus. Nou was zijn Fries opperbest, maar zijn Nederlands wat minder, dus viel Katy van PanicAwayLindenMethod.com wel een beetje op tussen de oerhollandse kwebbelkontjes.

In allerijl werd een nieuwe vergadering belegd, en de voorzitter had wederom een eurekamoment. Sinterklaasgedichten.nl zei hij, waarop 22 glazige blikken (nu drie voor maar 2,95 bij de Xenos) volgden. Sinterklaasgedichten.nl zei hij dus nog maar eens, nu iets vetter aangezet, en de meest gevatte van het stel, Pete Paulmother (from DailyWeather, want to receive your local weatherforecast every day? sign up now!) reageerde met: ga je nu tijdens de vergadering ook al reclame maken? Nee, suste de voorzitter, in Nederland hebben ze een heel gek feest aan het eind van het jaar, iets met een man verkleed als katholiek en dan een negertje ernaast die persé door de schoorsteen naar binnen wil en dat moet dan rijmen en daar hebben ze dus een site voor gemaakt. Je tikt gewoon in: Olga, blonde, from Russia, lonely, wants to meet you, en er rolt een gedicht uit! Pff, riep één van de andere aanwezige spamhoofden verontwaardigd, moeten de berichtjes nou ook al rijmen? 99% van de ontvangers mietert onze berichten ongelezen in de prullenbak, en die ene sufkop die toch op het linkje klikt is of een virusfetisjist of te dom om te zien dat het rijmde. Of allebei. Neehee, reageerde de voorzitter nu wat ongeduldig: het hoeft niet te rijmen, we nemen alleen het concept over. Je pakt een paar woorden van zo’n weblog, plakt er een paar woorden uit De Dikke Van Dale (wanna lose weight fast? click here!) tussen, en hoppa: schoon is uw kunstgebit. Over kunstgebitten gesproken: here I have an offer you can’t ref… De voorzitter kon zijn zin al niet meer afmaken, want de spamhoofden waren in enthousiast gejuich losgebarsten en spoedden zich elk voor zich naar z’n eigen spamdisctrict. Er was geen tijd te verliezen! Aan de laatste die de zaal verliet vroeg de voorzitter: maak jij even de notulen? Hij antwoordde: of course, making notes wasn’t that easy before, thanks to palgrave.com!

En zo kon het gebeuren dat er tussen de cigars/dentures/a historical review on the Napoleontic times ineens berichten opdoken die voor echte reacties konden doorgaan. In het Nederlands. Taalkundig correct. ‘Het eerste half uur na het opstarten doet mijn voet nog pijn, maar daarna gaat het goed, dus wie doet je wat.’ Ik wilde op ‘accepteren’ drukken, maar zag nog net op tijd dat de reactie helemaal geen relatie had met de inhoud van mijn zelf geschreven stukje (dat ging over Bob Dylan, die weliswaar ook een dagje ouder wordt en dus moeilijker ter been, maar dit specifieke schrijfsel ging over 1965, dus hoe dan?) en dat bovendien de schrijver in kwestie Jayden Haig Drasperton heette, die vanaf cocochanel.tk.tk zijn bericht het web van de wereld in wilde sturen. Leuk dat je meeleest Jayden, welkom op mijn weblog! Ik ben een man!

Het is niet bij deze ene vreemde uiting van weblogspam gebleven. Het ene na het andere surrealistische bericht verscheen, en ik had al snel door dat de woorden lukraak waren gekozen, en -als je wat minder cynisch was- je zelfs kon spreken van poëzie. Maar dan wel poëzie in de categorie begrijp ik nie. Kortom: spammen 3.0 is een feit, hierbij de top 5 van raarste reacties enneh… reageren mag.

5. Het eerste half uur na het opstarten doet mijn voet nog pijn, maar daarna gaat het goed, dus wie doet je wat.
4. Mooi spel maar de gaten zijn te klein voor knoeiers zoals ik.
3. Aan de uitgang van het station vroeg ik mijn vriend Peter of ie nog eens mee wou gaan naar mijn huis.
2. We hadden al vele jubeljaren moeten hebben om de aarde haar rust en de kinderen van Adam kun vrede te geven.
1. Kijk Dan zitten we dicht tegen de bananenrepubliek aan Derhalve is aan de orde de GELOOFWAARDIGHEID van de overheid en de rapporten van de overheid.

Demasqué

Soms heb je van die dagen dat je bij het ontwaken al zin hebt om Geert Wilders met Adolf Hitler te vergelijken. Dit is niet zo’n dag. AIVD, leest u even mee: dit is niet zo’n dag. Al was het maar omdat het strafbaar is en ik geen zin heb om met volgepakte koffer richting het gevang te gaan, om aldaar de uiterst informatieve en prettig leesbare kloeke standaardwerken van de heer Prof. Dr. G. Wilders te lezen. Al is dat dan weer omdat Geert nooit één boek heeft geschreven, zelfs geen slecht geschreven prutswerk.

Nee, Geert Wilders met Adolf Hitler vergelijken (de AIVD’er die na de eerste schrik op z’n gemak koffie was gaan halen stokt nu toch even tijdens het roeren van de suiker) gaat te ver. Bovendien gaat de vergelijking mank: zo goed gekapt en gekleed is Geert niet. Bij de aanblik van het verwassen Mozart-kapsel zou hij zich omdraaien in het graf. Adolf dan hè. Als ‘ie een graf had gehad natuurlijk.

Echt, elke overeenkomst tussen Geert en Adolf gaat volledig mank. Zo heeft Geert geen miljoenen doden op zijn geweten, bij mijn weten zelfs niet één, maar ik ben dan ook zijn AIVD-dossier kwijtgeraakt toen ik het mapje tijdens het tanken op het dak van m’n auto heb laten liggen (dat was een grapje, lieve AIVD’er, gaat u rustig nóg een kopje koffie halen). Nee, Geert is anders. Niet van het militaire machtsvertoon, maar gedoogt graag de bezuinigingen op de defensiepost; laat geen sterren op Joodse jassen naaien, maar knuffelt de joodse gemeenschap waar hij kan, en komt ook graag uit de kast voor homoseksuelen. Bovendien is hij minder bedreven in het vasthouden aan je idealen tot het bittere einde: waar de leus ‘handen af van de pensioenleeftijd’ klonk tot aan de verkiezingsdag, was 24 uur later na het on-Duits democratisch binnenhalen van de buit 67 ineens toch ook een schitterende leeftijd om achter de geraniums te zitten.

Ja, echt een prima kerel. Die Geert dan hè. Toch zit me één ding dwars. Dat altijd maar roepen wat het volk willen horen. Dat wil zeggen: het volk minus jij en ik, want jij heet geen Henk en ik al helemaal geen Ingrid. Die zitten te stuiteren op de tweezits als Geert rot op met Europa roept, laat Griekenland verrekken en weet je wat – we halen de gulden ook meteen terug, terwijl een gemiddelde scholier met Economie I in z’n vakkenpakket nog op één hand kan uitrekenen dat het hele land failliet gaat als die plannen waar worden. Ondertussen stoomt Geert door met nieuwe verzinsels, en Henk en Ingrid likken hun rechterhand erbij af – ze eten namelijk niet met mes en vork. Trouwens, ik ken die Henk en Ingrid een beetje: ze zijn al 25 jaar met elkaar getrouwd, waarbij Henk sedert 24 jaar winden laat in het bijzijn van Ingrid, en sinds 4 jaar ook als er bezoek bij is. Ingrid gedoogt dat, of gaat naar de keuken om een Oudhollands gerecht te koken, want Henk bidt niet voor Knorr Wereldgerechten. ‘s Avonds kijken ze naar Lingo want daar steek je echt wat van op, en ‘s zomers gaan ze lekker 3 weekjes naar de camping een provincie verderop. Eén keer stonden ze in de Provence, maar die Fransen hadden geen bal gehakt in het assortiment, ook niet als je het met stemverheffing vroeg, en zeiden sowieso gekke dingen die ze nooit bij Lingo hadden geleerd, dus dat was ééns maar nooit weer. Eenmaal weer thuis leest Henk de Telegraaf. Nou ja, de koppen. Vooral die dingen die Geert zegt vindt hij goed. Dat de koran verboden moet worden (haha, zegt Henk, die tekens kan ik toch niet lezen), dat de overzeese eilanden maar eens op marktplaats moeten worden gezet (haha, zegt Henk, daar heb ik laatst nog heel goedkoop een eikenhouten bankstel op de kop getikt), dat het koningshuis moet verdwijnen (haha, zegt Henk, dat bankstel zou heel mooi staan op Noordeinde), dat de tsunami van islamisering moet worden tegengehouden (haha, zegt Henk, die woorden schrijf ik op voor Lingo), dat er een etnische registratie moet komen (haha, zegt Henk, we eten toch niet etnisch vanavond hè?) en dat er een kopvoddentaks moet komen (haha, zegt Henk, kopvoddentaks).

Geert zegt tenminste waar het op staat. Al is het dan alleen met koppen van chocoladeletters zonder bericht erbij. En het volk vreet het. Want Geert weet wat het volk wil horen. Nou ja, het volk min een paar mensen over wie het gaat – dat doet denken aan een groot redenaar uit de jaren 30. Want één ding moet je hem nageven: die zei tenminste waar het op stond. Wist wat het volk wilde horen. Nou ja, het volk min een paar mensen over wie het ging. Vriend en vijand zijn het erover eens: die man, laten we hem Adolf noemen, de AIVD is intussen toch in slaap gesukkeld, kreeg elke toehoorder in zijn greep. Oefende urenlang voor de spiegel. Toon, mimiek, beweging, tekst. Verheven tot kunst. Zeg wat het volk wil horen, en ze lopen massaal achter je aan. Dat heeft namelijk geen behoefte aan doorwrochte ideeën, een ideologie met argumentatie, verzonnen vanuit het verstand. Dat voelt namelijk aan z’n water dat er iets mis is in dit land, voelt zich onveilig en leest iets over Marokkanen in de krant. Met de economie gaat het ook al niet goed, ziet verdacht veel Poolse busjes door de straat rijden en heeft iets gehoord over politiek in achterkamertjes. Als je het zo op een rijtje zet – onvrede over de politiek en in het algemeen, gecombineerd met economische malaise, angst voor buitenlanders, grote werkloosheid en als laatste trefwoord Polen; dan doet het mij ergens aan denken, maar ben dankzij de bezuinigingen op het onderwijs (wel christelijk scholen, geen islamitische) even vergeten wat. En oh ja, we moeten ook aan de dieren denken. Blondie kon geen betere baas bedenken, als beloning voor zoveel dierlijke onschuld liep ze vrolijk kwispelend rond met een vers bot, terwijl aan tafel in dezelfde ruimte duistere plannen werden gesmeed. Heel toevallig moet ik altijd aan een Duitse herder denken als ik Dion Graus zie. Geef ‘m maar even lekker z’n Animal Cops botje, zo issie braaf hè, ja, gaan wij even met de echte mannen om tafel, koediekoediekoedie.

En ik denk: Geert, wanneer doe je weer eens normaal man? Of heb je soms te lang in die gepantserde auto met bodyguards aan elke zij gezeten, als ware het een Berlijnse bunker waar je nooit meer uit kan? Ben je het zicht op de werkelijkheid niet een beetje verloren? Heb je bij het angst zaaien per ongeluk ook een zaadje in je eigen hart geplant?

Ik denk: waar is de liefde, Geert?

Ik heb er nog eens een nachtje over geslapen en besloot bij het wakker worden: nee, elke overeenkomst berust op zuiver toeval. Bovendien is er één groot verschil: bij de één is het tot nu toe bij een papieren verzinsel gebleven, onuitvoerbare plannen waar geen meerderheid voor te vinden is. De ander voerde het daadwerkelijk uit, meerderheid of niet. Daarom zou ik Geert Wilders nooit met Adolf Hitler vergelijken. Nou ja, misschien kan ik hem een gek hoedje opzetten, wellicht een gezellig carnavalskostuum, undercover voor de AIVD. Nou, vooruit: Geert Wilders is Adolf Hitler verkleed in boerka, want dat mag tijdens carnaval. Maar dan wel in roze. Benieuwd wanneer het bal afgelopen is. Dan komt het demasqué. Mooi woord voor Lingo.

Radiohead komt met iets nieuws ouds

Misschien wel de beste band van het Engelse stukje continent, als je de Beatles & de Stones effe niet meerekent. En dan heb je natuurlijk Coldplay nog, al zou je die met een beetje goeie wil kunnen scharen onder de navolgers van de band in deze kwestie. Radiohead dus. Makers van het beste album uit de nineties, hoewel dan onmiddelijk ook Nevermind van Nirvana in m’n hoofd opdoemt. Nou ja, Nevermind.

Het cruciale derde album, en het album daarvoor bevatte al pareltjes als Fake Plastic Trees, High & Dry en niet te vergeten Street Spirits. Hoe dat te toppen. Nou, met Ok Computer dus. Wat een album. Midden in de nacht over een lege snelweg iets boven de toegestane maximum snelheid cruisen en deze cd in de speler. Zalig. Geopend door gitaren, dan van links naar rechts in hun persoonlijke Bohemian Rhapsody Paranoid Android, gevolgd door dromerige klanken, vage teksten en het ene pareltje na het andere.

Daarna sloeg de vernieuwingsdrang toe op Kid A, waar mooie liedjes werden verpakt in experimentele klanken. Het daaropvolgende Amnesiac bood van hetzelfde laken een pak, daarna ben ik het spoor een beetje bijster geraakt. Thom Yorke bracht een solowerk uit, In Rainbows vind ik op een dromerige dag nog wel te pruimen, verder liet ik Radiohead meer en meer links liggen. Zo heb ik een jaar geleden de release van hun album The King of Limbs compleet gemist. Anders had ik wel veel eerder dit hoeraberichtje kunnen typen, om op z’n minst de loftrompet te steken over The Daily Mail. Had ik kunnen roepen: Radiohead is terug, of op z’n minst in dit nummer dan. Dit klinkt weer als een liedje. Ok, een meezingbaar refrein ontbreekt nog steeds, maar soit. Die opbouw, die klagende stem, die melodie, die gitaren die halverwege invallen, die afwezigheid van enige vorm van bliepjes, piepjes en ander pc-lawaai. Voor drie en een halve minuut is Radiohead terug in 1997. En dat vind ik dus goed nieuws.

Over snooker & zieltjes winnen

Deze column verscheen eerder op www.snookerwereld.com, naar aanleiding van de World Championships en daarmee het einde van het snookerseizoen 2010-2011. Intussen worden in Londen de Masters gehouden, met het WK het meest prestigieuze snookertoernooi.

Hoe het zover gekomen is? Het was die keer dat ik, meer hangend dan zittend, al zappend langs het rustgevende beeld van dat groene laken, het voorzichtig wrijven over de zwarte bal en het krijten van de keu, eens een keer niet langzaam in slaap sukkelde. Sinds het verdwijnen van het testbeeld had weinig mijn televisiesiësta kunnen vervangen: Dr. Phil en Lingo had ik al links laten liggen, en bij de dvd met rondzwemmende goudvis ging je toch liggen turen tot de goudvis dankzij het montagemoment in zijn kom versprong. Maar dat spelletje met die twee spelers in dat oberpakkie; het voldeed aan alle criteria. Rustgevend, tergend traag eigenlijk, en bovendien onbegrijpelijk.

Deze keer vielen m’n ogen niet dicht. Daadwerkelijk iets doen vond ik gezien de temperatuur die de thermometer aangaf ook geen optie, dus bleef ik kijken. En probeerde te begrijpen wat ik zag. Tuurlijk, ik had wel eens aan een pooltafel gestaan, maar dit was duidelijk andere koek. Dan kwam er weer één punt bij, dan weer zeven, dan werd er een bal teruggelegd, en dan weer niet; ik begreep er eh… de ballen van. Maar bleef kijken.

De dag erop keek ik weer. En die dag daarop. Inmiddels zijn we vele dag en jaren verder, volg ik elk toernooi op tv en hoef je me niets meer uit te leggen over long pots, plants, safety shots en 147s. Vraag ik me af of Ronnie ooit nog een finale weet te winnen, wanneer Hendry zijn keu aan de wilgen hangt en of Trump echt de sensatie van de toekomst is. Abacadabra voor de rest van de wereld, getuige het aantal followers dat me de rug toekeert op twitter; elke keer als ik iets over snooker de wereld in slinger daalt het getal der geïnteresseerden drastisch. Dat halve timelines volgespamd worden met verhalen over voetbal lijkt niemand te deren; snooker is not sexy. Dat het, net als football, in Engeland big & booming is, maakt niet uit. Ze rijden daar toch links en eten patat met vis? Nou dan. Dat er in China miljoenen mensen voor de buis zitten als een snookerspleetoog staat te spelen, boeit niet: daar punniken kinderen van 6 onze iPhones in elkaar en eten ze ’s avonds toch bami met gebakken hond? Ik bedoel maar.

Alle hoon en spot ten spijt: mijn missie ging voort. Tijdens het laatste WK besloot ik mijn tactiek te wijzigen. Ik ging ondergronds. Niet meer voor de massa, maar één op één. Ik had mijn vrijwillige slachtoffer gevonden. Zo iemand die er hooguit eens was langs gezapt, erbij in slaap viel en er de ballen van begreep. O ja, aanvankelijk ging het van ‘ik kan niet snookeren, ik heb geen keus’ en ‘ik denk dat die in dat oberpakkie gaat winnen.’ Maar na een week werd het serieus. Ik legde uit over long pots, plants, safety shots en 147s. En we vroegen ons af of Higgins zijn comeback kon vervolmaken en of Trump zijn beginnerssucces kon verzilveren.

Het werd een memorabel WK. Niet langer was ik de roepende in de woestijn, die ene man langs de lijn. Ok, het gaat misschien niet met miljoenen, maar zieltje voor zieltje wordt gewonnen voor de snookerzaak. Nieuw snookerseizoen, here I come! Who’s next?

Inspiratie

‘Maak er wat van, maak er wat van, en als je ontevreden bent; doe er dan wat an,’ zongen Bert & Ernie al in achtienhonderdzoveel en waren met deze Middeleeuwse wijsheid hun tijd ver vooruit. Niet dat wij Nederlanders veel doen met de toegezongen suggestie van deze twee educatieve muppets: wij zetten het liever op een zeuren. Klagen liever de complete brievenrubriek van de Volkskrant vol – drupje azijn erbij, strik erom, en dan kunnen de katten erop kakken – dan dat we onszelf ferm toespreken, even de tanden opelkaar doen en de versnelling in volle kracht vooruit zetten. Zeker, ik doe er zelf ook aan mee. Liever lui dan moe laat ik ook het kopje eerder hangen dan ik mezelf in dat glorieuze visioen – waarin ik mijn welgevormde spieren toon in een masculien blauw pak met de S van Supermuis erop geplakt – zag.

En dus klaagde ik in mezelf dat het toch wel erg veel werk was: een uur typen voor zes lezers en die ene enkeling die verdwaald op het wereldwijde web niet op de voornaam van Bas Muijs was gekomen en bij het zien van mijn foto dacht dat die acteur uit Onderweg naar GTST niet bepaald lekker was opgedroogd. Onder die zeven min één belangstellenden zat nog wel eens een echte fanatiekeling, die na het lezen van zelfs de allerlaatste alinea besloot tot het plaatsen van een positieve reactie, maar steeds vaker bleef de teller op nul steken. Waar doe ik het allemaal voor, verzuchtte ik, en waar moet ik in het godsnaam nog over hebben. Ik weet het aan de inspiratie, en hoorde Pia Douwes Mathilde Santing in mijn hoofd kwelen. ‘Je noemde het iiin-spiii-ra-tiiiiiieeeeee’ en de inspiratie was verder weg dan ooit. Sterker nog: zittend met de handen in het haar heb ik geen idee hoe het nu verder moet. Gewoon opschrijven wat er in je opkomt, zegt een stemmetje in m’n hoofd. Zou Pia Douwes Mathilde Santing twitter hebben? schrijf ik op, en bedenk me daarna dat twitter de oorzaak van alle ellende is. Met de komst van dat sociale medium praten we slechts nog in teksten van maximaal 140 tekens. Alsof de krant alleen nog bestaat uit koppen. Beatrix, Abu Dabhi, moskee, hoofddoekje, Geert Wilders, boos, belachelijk, onderdrukking. Is all you need to know. Wat zal je jezelf belasten met meer info, in de volgende tweet dient zich namelijk een kat aan die figureert in een grappig filmpje. Of andersom. En de wereld draait doorrrrrr. In Syrië zijn naar schatting 3000 doden gevallen, vermoedelijk gedood door het leger die met harde hand optreedt tegen betogers. Jan Mulder is mijn tafelheer. Jan, sta jij eigenlijk nog steeds achter Cruijff? ‘Matijs ze haar zit egt vaag’ lees ik in mijn tweede scherm op twitter. En meteen daar achteraan: Wordfeud ligt plat, oh my God, mijn leven staat stil!

Waar twitter nog zorgde voor een conversatie van 140 tekens, daar praat de allerjongste generatie slechts nog in woorden van maximaal 8 letters. En ook ik lees steeds minder vaak een boek. Je weet wel, zo’n ding met woorden van ongelijke lengte, soms zelfs meer dan acht letters achter mekaar, behalve bij Ronald Giphart, die zich heeft bekwaamd in het zo vaak mogelijk opschrijven van drieletterige lichaamsdelen. Liever lui dan moe stop ik een bladwijzer bij pagina 6 en leg nog eens een achtletterwoord, zoals Vumqnen, Qnueeep en Ieefyan. Waar gaat het heen met de wereld? mijmer ik en at random bedenk ik: en waar gaat het heen met je weblog?

Donderdag 12 januari 2012. Ik heb een veilige tijdsmarge ingebouwd om het niet op een goed voornemen te laten lijken. Vorig jaar deed ik ook alsof ik hernieuwde inspiratie had, en die stokte dan weer een paar maanden later. Of was het luiheid? Het gebrek aan belangstelling misschien? De reactieteller die op nul bleef staan? Twitter? Wordfeud, waar ik overigens wel heel goed in geworden ben het afgelopen jaar?

Allemaal onzin. Al leest helemaal niemand dit, ik vind het prima. Wordfeud lekker verder. Mijn nickname is trouwens Flipperdieflapflap, ik ben er nog niet uit of dat een gebrek of overschot aan inpsiratie was. Ik typ vrolijk door, inspiratie te over. Zo heb ik nu al een idee voor mijn volgende stukje: daarin lijkt het net alsof ik Geert Wilders vergelijk met Hitler, maar dat blijkt dan uiteindelijk toch niet zo te zijn. En dat brengt Pia Douwes Mathilde Santing en Geert Wilders tezamen in één stukje; wat een heerlijke creatieve jongen ben ik toch. Knap trouwens dat je bent blijven doorlezen na het noemen van de naam Pia Douwes Mathilde Santing. Ik dacht: laat ik ook maar even doen alsof ik in het volgende stukje ga doen dat ik Geert Wilders vergelijk met Hitler, dan heb ik voor de volhoudende lezer nog even de aandacht weten vast te houden. Want zelfs al ben je de enige overgebleven lezer van deze zin; al is er maar één iemand die me opzoekt als ik in de gevangenis zit naar aanleiding van een stukje waarin ik Geert Wilders met Hitler vergelijk, en waar ik op een cel van twee bij twee zit te Wordfeuden met mezelf omdat ik geen contact mag hebben met de buitenwereld; voor die ene lezer doe ik het.

Ik schrijf dit voor niemand, alleen voor jou. Ik noem je inspiratie.

Happy Birthday Bob

Bob Dylan wordt dinsdag 24 mei 70 jaar. Dat is een heugelijke dag. Omdat hij eigenlijk in 1966 al dood ter aarde had moeten storten, getuige de wallen die tot op z’n sokken hingen en een naar vandaag bekend is geworden hardnekkige heroineverslaving daarenboven. Dat hij dat jaar heeft overleefd en er meteen 40 plus aan vast knoopte geeft dus reden voor dankbaarheid. Temidden van alle festiviteiten op en rondom die dag had ik het weinig originele maar daarom niet minder gemeende idee om ook een steentje bij te dragen aan de feestvreugde. Bob is immers mijn muzikale held. Nu kan ik zelf niet zingen -ja, kom maar op met die grap dat er dan weinig verschil is met Dylan- dus een muzikale ode zit er niet in. Ook een historische uiteenzetting over het belang van Bob door de jaren heen en een chronologisch overzicht waarin alle wetenswaardigheden zijn verwerkt ligt niet helemaal in lijn met mijn karakter. Een beetje plaatjes draaien, dat is wat ik kan. En wat ik dus ga doen.

Dinsdagavond heb ik een uurtje zendtijd gestolen op mijn zo geliefde hobbystation KX Radio. Allemaal luisteren tussen 22:00 en 23:00 uur 21:00 en 23:00 uur, want dan hoor je… Nou ja, je raadt het al: mij met plaatjes van Bob Dylan. En misschien ook wel eentje van jou erbij, als je effe mailt naar martijn.muijs@kxradio.nl. En met Bertolf, want die kan wel zingen, en gaat dus vrijdag de 27e een muzikale ode brengen aan één van zijn muzikale meesters. Daarnaast Tom Willems, waarschijnlijk Bobs grootste fan binnen onze landsgrenzen en daarnaast oprichter van deze Bobblog. Er is wat mij betreft zelfs ruimte voor Dylanhaters, want ik ben de eerste om toe te geven dat het heus niet alleen hosanna en halleluja is wat de klok slaat. Kortom: een uurtje ongecompliceerde heldenverering.

Dat je helden eren nog niet het makkelijkste is dat er bestaat, bewijst wel de uitzending van De Wereld Draait Door, waar afgelopen week aandacht werd besteed aan de zeventigste verjaring van Bobbie. Met Jan Donkers, eminence grise onder de popstukjesschrijvers en daarnaast een jeugdige schrijfster wier naam ik vergeten ben en waar ik ook nimmer iets van zal lezen naar alle waarschijnlijkheid. Beide bewonderaars van Bob, maar niet bepaald de beste verspreiders van het evangelie. Want de beginjaren werden weggezet als overdreven gekweel van een protestzanger (heb je die Nobelprijswinnende teksten wel eens goed gehoord?), die gospelplaten van begin jaren 80 waren al helemaal een gotspe (ok, hij had er zomaar headliner mee kunnen zijn op de EO Jongerendag, maar ik hoor menig muzikaal hoogtepunt), Bob had zich door de Chinese overheid laten ringeloren (helemaal niet waar, er is weliswaar een setlist ingeleverd bij de partijbonzen, maar die verschilde niets met de lijstjes buiten het communistische land) en live concerten van ‘m kun je sowieso beter mijden vanwege de deplorabele staat van Bobs stem. Hm, da’s misschien wel een beetje waar, hoewel ik er eind juni toch weer aan ga toegeven in Duitsland. Want: het is en blijft Bob en zo lang hij leeft wil ik ‘m zien.

Dus kunnen we voor deze ene keer, omdat hij maar één keer 70 wordt, gewoon even ongecompliceerd aan irrationele heldenverering doen? Kijk dan vooral onderstaand fragment niet. Maar wel luisteren, dinsdagavond tussen 22 en 23 21 en 23 uur, KX Radio!

Oudere berichten »
Weblog      Beste Bob      Muijs gemist      Muijst wanted      Contact
© Martijn Muijs 2013