Het is donderdagmiddag, een uur of 5. Ik hoor het nieuws op de radio. Dat hoorde ik een uur geleden ook al. Ik rij met een gangetje van hooguit 20 kilometer per uur. Ik ben expres vroeg van huis gegaan, want hoewel de persoon waarvoor ik in de auto zit vaak te laat komt, ben ik zelf liever op tijd. 2 over 5. Een uur geleden werd een vertraging voorspeld van 26 minuten, nu meldt de verkeersinfo drie kwartier. Normaal gesproken had ik een cd’tje van huis meegenomen om alvast in de stemming te komen, maar die ben ik vergeten. Ik graai met mijn linkerhand in het portiersvak. Deo meegenomen, maar die heb ik nu niet nodig. Ik pak het briefje met erop een paar regels routebeschrijving. Terwijl ik links aanhou om de A12 op te rijden is het navigatiesysteem nog op de Fokkerweg in Hoogeveen. ‘Waiting for GPS signal.’ Tegen de tijd dat het apparaat begint te werken rij ik Arnhem in, en lees op een bord dat ik linksaf moet, terwijl de stem uit het kastje dicteert dat ik na 100 meter rechtsaf moet slaan.
Ik rij het parkeerterrein op van Burger’s Zoo. Ik parkeer tussen de bomen. ‘Waar moeten we heen?’ vraagt een vrouw voor me aan niemand in het bijzonder. Ik haal m’n schouders op. ‘Weet het ook niet.’ Ik ontwaar een pendelbus. Een parkeerwachter foetert op een bestuurder in een Audi TT. ‘Zo’n klein wagentje en dan nog 15 parkeerplaatsen nodig hebben.’ Ik loop verder, achter de meute aan. Parkeren + pendelbus: 12 euro. Gelieve gepast te betalen. Ik vraag aan de kassa om één kaartje en betaal met een briefje van 20. Als ik naar de bus loop staan de deuren nog open. Ik stap in het achterste gedeelte van de harmonicabus in, kijk in het rond en vind een plaatsje in het hoekje van de achterste rij. Terwijl ik uit het raampje tuur komt er een vrouw naast me zitten. Ze lijkt te schrikken van de bobbel in mijn linkerjaszak. De deuren doen pfssst. De buschauffeur vermeldt dat het ongeveer 20 minuten gaat duren en dat we straks niet in de verkeerde bus moeten stappen als we terug willen. P10 moeten we onthouden, desnoods even op het kaartje opschrijven, adviseert hij. Ik doe de oordopjes in van m’n Ipod en druk op shuffle. Elvis Costello begint Pump It Up te zingen. Uit mijn jaszak haal ik een flesje cola. De vrouw naast me lijkt zich te ontspannen. Pfssst doet de dop. In mijn oor hoor ik INXS. Suicide Blonde. Ik heb niet zoveel zin in dit nummer, maar luister ‘m toch uit. Tegenover me zitten een man en een vrouw. De man lijkt me architect. Of misschien dokter. Hij ziet er met z’n grijzende krullen en lijnen in het gezicht ouder uit dan de vrouw naast hem. Ze stuurt een smsje. Stopt dan de telefoon in haar BH, terwijl ze de man aankijkt. De man glimlacht vaag. Dan wrijft ze met haar hand over haar buik. Daarna legt ze haar arm om hem heen. Zou hij een cabrio hebben? Misschien heeft hij al kinderen, uit een eerder huwelijk. Nee, bedenk ik me, hij is getrouwd geweest, een kinderloos huwelijk, dat maakte het ook makkelijker om weg te gaan. Zij is in de bloei van haar leven en denkt: nu of nooit.
Als we uitstappen merk ik dat ik moet plassen. Ik loop tegen de massa in richting de Mc Donalds. Voor de wc staat een enorme rij. Terwijl ik me wil omdraaien zie ik dat het alleen vrouwen zijn. Ik loop langs de rij, links de hoek om, richting de herenwc. Als de deur van het slot gedraaid wordt, zie ik een vrouw naar buiten lopen. De rest van de vrouwen blijft geduldig wachten in hun eigen rij. Maar de rij voor de vrouwentoiletten is nog niks vergeleken bij de rij voor de balie in het restaurant zie ik als ik terugloop. Ik besluit naar buiten te lopen. Op het plein is een grote tent waar eten en drinken verkocht worden. Ook daar is het druk, maar ik besluit toch in de rij te gaan staan. Dan zie ik dat ik eerst munten moet kopen. Die worden per vier verkocht. Ik besluit er vier te nemen. Dat is dan 10 euro. Ik kan pinnen. Ik ga opnieuw in de rij staan en wacht tot ik aan de beurt ben. De muziek op mijn Ipod wordt overstemd door het geluid uit de boxen. Het meisje dat broodjes open staat te snijden zingt mee. Can You Feel It, pom pom pom pompom. Ik bestel een broodje gyros. Met knoflook. Ik hou twee munten over.
Als ik even later al etend langs de beveiliging loop, vraagt de mevrouw of ze me mag fouilleren. Dat mag. Het flesje mag niet mee naar binnen. Ik drink nog snel een paar laatste slokken, en gooi het flesje samen met de verpakking van het broodje in de container. Nu heb ik niks meer te drinken. Maar ik heb ook nog honger, stel ik vast als ik het stadion binnen loop en zie dat ook daar standjes met eten staan. Ik bestel een broodje beenham. Dat is anderhalve munt. Ik geef mijn overgebleven twee en wil weglopen, maar de mevrouw zegt dat ik nog een halve terugkrijg. ‘Maar wat kan ik met een halve munt?’ vraag ik en besef me dat het iets aardiger uit mijn mond had mogen komen. ‘Ja, misschien dat je iets tegenkomt dat precies een halve munt kost, daar op de tribunes kun je ook nog snoep kopen voor een halve munt volgens mij.’ ‘Dat is ook weer zo,’ zeg ik zo vriendelijk mogelijk. Ik stop de halve munt in mijn zak en terwijl ik naar het midden van de zaal loop, zie ik beveiligers voor de tribune staan. Daar heb ik geen kaartje voor, dus daar kom ik nooit op. Een paar meter voor de mengtafel besluit ik mijn plek in te nemen. Mijn jas hou ik nog even aan. Een aantal mensen zit op de grond. Ik kijk op mijn horloge. Nog een uur. Dan ga ik ook maar zitten, terwijl ik mijn broodje opeet. Het servetje stop ik in mijn jaszak.
Om me heen komen steeds meer mensen staan. Ik ga ook weer staan. Ik kijk eens wat in het rond, hoor de gesprekken rondom mij. ‘Twee lullige schermpjes, meer niet. Lekker low budget,’ zegt iemand achter me. ‘Ja, behalve de artiest dan. Die is vast niet low budget.’ Ze vinden dat ze een mooie plek hebben. ‘Maar ja, als je vooraan staat, sta je ook helemaal vooraan hè,’ zegt de één. ‘Ja,’ beaamt de ander. Ik pak m’n mobiel. Ik open een berichtje. ‘Als je vooraan staat, sta je ook helemaal vooraan hè’ typ ik, en sla het op als een conceptbericht. Ondertussen kijk ik of ze niet meelezen. Ik voel me toch een beetje bespied. En dat terwijl je hen staat af te luisteren, fluistert een stemmetje in me. Als ik één van de jongens aankijk, kijkt hij terug. Net iets te lang. Ik wend m’n hoofd snel af. Als ze beginnen over welke nummers ze graag willen horen, kan ik me toch niet inhouden en kijk ik weer. ‘Jij mag ook meedoen hoor,’ zegt de jongen die me net ook al aankeek. ‘Eh… Dan ga ik voor Sometimes It Snows In April.’ ‘Als openingsnummer?’ vraagt de andere jongen. ‘Oh, op die manier, dat had ik niet meegekregen. Mag ik nog een keer?’ ‘Nee, je hebt nu al een antwoord gegeven.’ ‘Wat win je er eigenlijk mee als je het goed hebt?’ vraag ik. ‘Niks. Ja, de eer van de avond.’ ‘In dat geval ga ik voor Housequake’ zeg ik, ondanks dat ik niet meer mag meedoen. ‘Oh ja, da’s ook wel een goeie.’
Een meisje naast me foetert quasi-kwaad. ‘Wacht maar, als het dadelijk begonnen is kruip ik gewoon naar voor,’ zegt ze met zachte g. ‘Je hebt ze ook wel uitgezocht,’ zeg ik, wijzend naar twee mannen van bijna twee meter voor me. ‘Ja, da’s vervelend als mensen langer zijn dan jij en ze staan voor je,’ zegt een man naast me, die zelf nog langer is dan de twee mannen van bijna twee meter.’ ‘En dat zeg jij?’ merk ik lachend op. ‘Je mag best voor me staan hoor,’ zeg ik tegen de vrouw, ‘en jij ook,’ zeg ik tegen haar man, of vriend, ‘maar dan moet je me wel het komende half uur vermaken.’ Een man die in de buurt staat heeft een krant meegenomen en leest eruit. Hij heeft een blauwe polo aan, draagt een serieuze bril en kijkt ernstig. Type accountant uit Nijkerk, of Ermelo. Ik vraag me af of hij soms verkeerd is. Op m’n horloge is het bijna 8 uur. ‘Benieuwd of die op tijd begint,’ zegt de vrouw voor me. De accountant pakt z’n telefoon, speurt de zaal rond, onderwijl op z’n mobiel kijkend. Dan doet hij zijn telefoon aan zijn oor. Er gebeurt niks. Hij belt nog een keer, terwijl hij steeds ernstiger gaat kijken. Ik bedenk me op wie hij lijkt, maar ik kan geen persoon bedenken. Hij heeft wel z’n vrijetijdsschoenen aangetrokken zie ik nu. Afwasborstel, bedenk ik me, hij lijkt op een afwasborstel. Hij kijkt nog één keer ernstig de zaal rond, het is al kwart over 8. Dan gaat het licht uit. Het gaat beginnen.
[ Wil jij het weblogwoordvanvolgendeweek bepalen, laat 'm dan achter in de comments! ]