Radio 538KX Radio
Weblog Beste Bob Muijs Gemist Muijst Wanted Muijsmail
Weblogwoordvandeweek: gestampte muisjes

[photopress:gestamptemuisjes.jpg,thumb,pp_image]
Gestampte muisjes, niet te verwarren met gestampde muisjes. Leg aan een gemiddelde 15-jarige de vraag voor om gestampte muisjes te spellen, en ze spellen naar alle waarschijnlijkheid gestampde muisjes, maar naar alle waarschijnlijkheid sgrijfen se ook nar ale waarsgijnlijkhijt. Het onderwerp gestampde muisjes (die dus grammaticaal gezien een postzegel op hun rug geplakt hebben gekregen, vast familie zijn van de ooraangenaaide muizen, zelf nar ale waarsgijnlijkhijt op transport zijnde naar het volgende biomedische tussenstation, en die -omdat de TNT het ook niet makkelijk heeft nowadays- zich dus een postzegel aangenaaid hebben gekregen, dat scheelt likken) laten we bij deze even voor wat het is. Gestampt dus, want de stam van stampen is stamp en de p bevindt zich in ‘t kofschip, of het fokschaap zo u wilt, en dus stam + t. Of in dit geval: stamp plus t. Eén en ander kunt u niet nalezen op teletekstpagina 367, raadzamer is in dit geval een vierdejaarsleerling van de pabo te raadplegen, en het dan precies au contraire te doen. En hoe u dat moet doen vraagt u dan weer aan een doorgewinterde lerares Frans, niet te verwarren met een Franse lerares.

Trouwens. Even een vraag tussendoor. Wanneer was de laatste keer dat u een muis heeft gestampt? In mijn geval zal dat toch alweer een jaar of wat geleden zijn. Het was in elk geval in het tijdperk voordat de poes werd gestampt. Dat gebeurde naar ik mag aannemen door een voorbijrazende auto, maar een passerende trein kan het ook geweest zijn: de toedracht zal ik nooit te weten komen, aangezien Wally (oh, had ik al verteld dat ze Wally heette en vernoemd is naar charmezanger Eddy Wally? Nee? Ze heette Wally en is vernoemd naar charmezanger Eddy Wally. Het leek me logischer het poesje Wally te noemen en haar broer, een kater dus, Eddy dan andersom) van de ene op andere dag spoorloos verdween. Tot die tijd, met name tijdens de wat warmere maanden van het jaar, lag er voor de achterdeur en heel soms achter de voordeur wel eens een muisje. Ik twijfelde of er wel voldoende voer in het kattenbakje had gezeten, maar het hoopje voer was bijkans onaangeroerd, wat me meteen aan het twijfelen bracht over de kwaliteit van de Lidl-grootverpakking. Zo likkebaardend als die poezen in de Whiskasreclame had ik de viervoeters in mijn nabijheid sowieso nog nooit gezien, misschien dat ze daarom maar buiten de deur aten. Maar ik werd ruw gewekt uit mijn existentiële poezenvragen. Er bewoog iets. Geen vloeiende beweging, meer schokkend. Wat ik te zien kreeg schokte ook mij: het muisje was nog niet overleden. Levend kon ik het echter ook bepaald niet noemen. In poezenexistentialisme was het waarschijnlijk al te ver heen om nog als interessante prooi aangemerkt te kunnen worden. Wat dat betreft kunnen katten zich erop voorstaan de penoze uit het dierenrijk te zijn: meppen tot het half dood is, eventjes het slachtoffer op adem laten komen, laten aansterken, en als het zichzelf dan voldoende heeft opgelapt om iets van weerstand te kunnen bieden – hoppa, de volle laag erover heen. En dan ongeïnteresseerd weglopen. Of ze denken dat die vierkazenpizza van gisteravond toch niet toereikend is geweest voor de Godfather (eerbiedig de hand die u voedt) en werpen bij wijze van dank en een klein spoortje van protest wegens het niet mogen meedelen in de vierkazenpizzavreugde het muisje voor jouw voeten. There you go, it’s all yours. Tja, daar sta je dan. Terwijl het muisje kronkelt. Al snel zie je: laten leven is geen optie. Dus valt langzaam laten doodgaan ook af. De pil van Drion, die ze vast hebben getest op muizen, ligt niet in mijn medicijnenkastje, dus loop ik maar naar de schuur voor het groffere geschut. In een soort van instinct pak ik een schep en bedenk me dat het beestje uit zijn (of is het een haar?) lijden moet verlossen. So far, so good, één team, één taak, landmacht here I come. Maar dan sta ik opnieuw oog in oog met het hulpeloze beest en wordt mijn verplegersgeweten op de proef gesteld. Kan deze patiënt nog gered worden? Zwachteltje erom, drie maal daags een blokje kaas en het zal wel weer gaan. Maar ik zie dat het niet gaat. En ook die schep lijkt me ineens een minder effectief wapen: ik zal ermee plat op de grond moeten slaan, daarbij zelf bukkend naar de grond en dus richting het object dat ik nu juist liever niet wil raken en vooral niet wil zien in de verplettende val van het tuingereedschap. Dus hef ik in een soort van reflex mijn rechtervoet op, en stamp erop.

Ik heb vaker last van muizen gehad. Niet dat ze achter de plinten zaten: het waren exemplaren in gevangenschap. In een bakje. Iets zoals een aquarium, maar dan zonder water. Een soort van tussenstation tussen het konijn en de cavia. Twee stuks. Zwart waren ze. De namen die ik ze gegeven hebben weet ik niet meer. Het zal ongetwijfeld niet veel poëtischer dan knabbel en babbel zijn geweest. Op mijn slaapkamer. In een bakje. Met zo’n molentje. Waar ze dan leuk in kunnen lopen, zodat hun territorium toch nog oneindig lijkt. In een slaapkamer. Waar je wil slapen. Als de muizen in het molentje gaan. Terwijl jij de slaap wil vatten. Gaan zij rondrennen in hun molentje. Jij wil slapen. Zij niet. Skwiek skwiek skwiek. Onverenigbare combi, al dacht de smeeroliegigant daar heel anders over. Dan ging het een weekje goed. Hoorde je alleen nog skw skw skw. Maar na een week, misschien twee, klonk het weer in het holst van de nacht. Skwiek skwiek. Gek werd je er van. Kon ze wel de nek omdraaien. Of lekker met hun hoofdje tussen dat molentje en dan van je skwiek skwiek. Of gewoon domweg met je schoen erop gaan staan. Maar ja. Ik was nog een kind en vol onschuld, dus leed ik slapeloze nachten en deden zij van skwiek skiek. Wat ze sowieso nooit langer volhielden dan een jaar of wat. Dan kregen ze steevast een bult op hun rug. ‘Ja, dat is een bult op zijn rug,’ zei de dierenarts, een open deur intrappend. Dat had ik zelf ook wel gezien. Het woord kanker had ik nog niet vaak in mijn leven gehoord, en de dierendokter waagde zich er ook niet aan. Hij zou kijken wat hij eraan kon doen. Diezelfde dag ging Mission Muis van start onder de operatielamp. Mijn ouders betaalden uit dierenliefde voor mij een operatie waar de afloop eigenlijk al van vaststond. Ik wachtte de volgende dag de uitslag gespannen af. Op mijn slaapkamer was het stil. Ik miste het geswiek. Dat geluid zou niet meer terugkeren. Mijn vader had me er al op voorbereid. Dat het ook wel eens minder leuk zou kunnen aflopen dan ik had gehoopt. Het eindverslag kwam niet lang daarna. De operatie was geslaagd, maar de patiënt overleden. Of de dierenarts had per ongeluk het bakje laten vallen, de muis was op de grond gekletterd en de assistente vroeg nog ‘waar dan?’ maar zag bij haar achterwaartse manoeuvre het object van haar zoektocht over het hoofd en plette het beestje vakkundig tussen schoenzool en tegelvloer. Kan ook.

[ Wil jij het weblogwoordvanvolgendeweek bepalen, laat 'm dan achter in de comment! ]

Nieuw, new, neu, nouveau, nuovo!

[photopress:nieuw.gif,thumb,pp_image]
Hie. Ha. Hiehahoo. En van je hela hela hola. We dansen de compostella. Etcetera.

Na het laatste kwartaalafschrift leek het me een goed plan weer iets van waar te gaan bieden voor m’n eigen geld. Het is misschien 1.0, misschien is twitter wel veel meer de bom, misschien zijn weblogs gewoon zooo 2009, maar je hebt er één en dus vooruit met de geit. Maandenlang is het hier stil geweest, welnu: beschouw dit dan maar als een doorstart en martijnmuijs 2.0 enzo. Met veel schrijfels over muziek, een beetje radio én… het weblogwoordvandeweek. Heel 2.0 om dat aanmekaarteschrijven, liefs nog met een hashtag ervoor (u weet wel, #, de 2.0 onder de apestaartjes), en het werkt als volgt: drop een onderwerp in de comments, zoals ‘cda-congres,’ ‘huizenmarkt’ of ‘mijnwerker,’ maar ook ‘snor,’ ‘koffiebonen’ en ‘containerreiniging’ komt best wel door de ballotage (oeh, een woord op zich). Eh, kortom: you name it. Schrijf ik een epistel naar aanleiding van dat ene weblogwoord van de week. In hele zinnen, met meer dan 140 tekens, including interpunctie, heel erg niet twitter. Deal? Nu nog die miljoenen bezoekers terugkrijgen op martijnmuijs.nl. Welkom terug!

Solomon Burke 1940-2010

Elvis was The King. Michael Jackson dichtte zichzelf The King of Pop toe. Hij was de onmiskenbare King of Rock ‘n Soul. Every inch a soulman. En nu zijn de drie koningen dood. Afgelopen zondag overleed Solomon Burke. Na net te zijn geland op Schiphol, onderweg naar het volgende optreden dat hij met De Dijk zou geven. Schiphol. Dat heet officieel Haarlemmermeer, en dat staat niet echt rock ‘n roll op je wikipediapagina. Philadelphia, 21 maart 1940 – Haarlemmermeer, 10 oktober 2010. Maar let’s face the facts. Of zoals Huub van der Lubbe in DWDD zei: Solomon was op weg naar één van zijn volgende optredens toen hij door de dood werd ingehaald. Klinkt al iets romantischer.

Ik zag ‘m eens in de Oosterpoort in Groningen. Had toen net z’n comeback gemaakt met de plaat Don’t Give Up On Me. Een zoemend hammondorgeltje in de meeste van de liedjes en die rauwe maar warme stem van Solomon. In het echt was hij al net zo overdonderend, al was het maar omdat hij een kwart van het podium voor zijn troon nodig had, waar hij op zetelde omdat staan te moeilijk was geworden met zijn postuur. De band deed er een versnellinkje bij, de blinde hammondspeler roetsjte over de toetsen, er werden rozen uitgedeeld, dames mochten dansen op het podium, Solomon zong ontelbaar veel soulkrakers, of hij ze nou ooit zelf had geschreven of niet, en de avond was nog lang en onstuimig.

En nu is hij niet meer. Eén van de grootste soulzangers, zowel qua stem als lichaam, overleed op 70-jarige leeftijd. Ik twitterde een stukje tekst uit één van z’n liedjes en rest in peace enzo en had er op kunnen wachten: moet ik die gast ergens van kennen? Tja, tussen de Justin Biebers en Timberlakes viel hij niet meer zo op, al haalde onze eigen Junkie XL hem nog even uit de vergetelheid en naar Pinkpop. En ook de Blues Brothers is alweer even geleden. Echt grote hits had ‘ie nooit. Everybody Needs Somebody To Love kan iedereen nu meebrullen, maar zijn versie haalde de hitparade niet. Toch is hij een even grote legende als Otis Redding, Sam Cooke, Wilson Pickett en James Brown. To name a few. En nu dus toegevoegd aan het lijstje dode soulhelden. En dus een kleine ode. Don’t Give Up On Me.

Nachtegaaltje van Nederland

Bijna 3 miljoen kijkers can’t be wrong: The Voice of Holland is dan weliswaar talentenshow nummer zoveel op televee, maar toch weer een knallend kijkcijfersucces. Deze keer zonder afzeikvoorrondes en dus meteen door naar de gouden strotjes. En verbazingwekkend genoeg zijn dat er na 180 X-Factors, Hollands Got Talents, Idols en Popstars toch nog steeds meer dan je had gedacht. Eén van de namen die wordt getipt voor de grande finale is Ben Saunders. Eerder belden we al effe met hem in de 53n8club.

Ok, so far, zo weinig nieuws onder de zon. Tot ik afgelopen vrijdag een vreugdedansje rond de kijkbuis deed, al moet ik daar opnieuw een muur voor stucen, aangezien er helemaal geen rondje om de tv kan worden gedanst, maar dat terzijde. Tot mijn verbazing zag ik ineens Eva Auad in beeld. Eva wie? Ken je nu nog niet, maar you better should be. Een jaar of wat geleden kreeg ik een promo-cdtje in m’n handen gedrukt ter lering ende vermaack en -je raadt het al- promotie van de betere Zeeuwse popmuziek. Blof en Racoon ken je inmiddels. Maar het eerste liedje werd gezongen door ene Eva Auad. Nooit van gehoord dus.

Roll It Over Me vond ik vanaf dat moment echt een fantastisch liedje. Eva wilde het ‘s ochtends vroeg wel live komen zingen in de studio. Ze werd de eerste en enige die twee keer hetzelfde liedje live deed. Niet omdat ze een valse start had, omdat het zó goed was dat ik ‘m nog een keer wilde horen! Een ander liveliedje dat ze toen deed staat trouwens nog steeds op haar hyves. En toen kwam het grote zwarte gat. Goed zingende boys en girls kwamen en gingen, maar geen Eva Auad. Tot afgelopen vrijdag dus. Ze is glansrijk door naar de volgende ronde enneh… I vote for Eva! Check hier nog één keer waarom:

Depri Dertig

[photopress:sad.jpg,thumb,pp_image]

Ik geef het maar meteen toe: ik ben een melancholicus. Mocht je niet weten wat een melancholicus is: gefelicteerd met je met zuurstok gevulde dagen in je kliniekvrije leven! Tuurlijk: na regen komt zonneschijn, maar daarna heus wel weer regen. Altijd leuk om de nieuwste happy de peppy hits te horen, maar er is één ding dat me nog meer kan bekoren: als de artiest zijn ziel en zaligheid in z’n liedjes legt. Zijn emoties prijsgeeft. Niet alleen hela hola en hosanna, maar ook de mindere momenten vervat in muziek. Tegenslag, verdriet, ellende: het is een kunstcliché maar wel waar: ellende inspireert. De mooiste liedjes worden vaak geboren uit ongeluk. Een geluk bij een ongeluk. Dankzij dat liefdesverdriet, het hartenzeer en andere deprimerende dingen is de top 30 van minst vrolijke liedjes ooit tot stand gekomen. Je zou ook kunnen zeggen: de mooiste liedjes ooit. Luister ze alle 30 achter elkaar, en je bent rijp voor het RIAGG. Bij de start van de hersft ben ik begonnen met deze Depri Dertig, en inmiddels is de nummer 1 in zicht. Woensdag 19 mei hoor je ‘m tussen 11 en 12 op KX Radio. Hieronder de nummer 1, plus de resterende 29 liedjes met een zwart randje. Voel je ellendig, enjoy!

1. Tröckener Kecks – Het Komt Nooit Meer Goed
2. Bob Dylan – Love Sick
3. Moby – Why Does My Heart Feel So Bad
4. Beck – Loser
5. Nick Cave – Weeping Song
6. Rita Hovink – Laat Me Alleen
7. Johnny Cash – Hurt
8. Leon Russell – I’m So Lonesome I Could Cry
9. Eels – Novocaine For The Soul
10. Clouseau – Laat Me Nu Toch Niet Alleen
11. Smokey Robinson – The Tracks Of My Tears
12. Radiohead – Creep
13. Amazing Stroopwafels – Oude Maasweg
14. Manic Street Preachers – So Why So Sad
15. Amanda Marshall – Beautiful Goodbye
16. Silverchair – Suicidal Dreams
17. Chicago – If You Leave Me Now
18. Ray Charles – Crying Time
19. Bill Withers – Ain’t No Sunshine
20. Gilbert O’Sullivan – Alone Again (Naturally)
21. Elvis Costello – Good Year For The Roses
22. Het Goede Doel – Alles Geprobeerd
23. Travis – Why Does It Always Rain On Me?
24. Paul Young – Everytime You Go Away
25. Coldplay – Trouble
26. Frank Boeijen – Zeg Me Dat Het Niet Zo Is
27. Bruce Springsteen – Sad Eyes
28. The Verve – Bittersweet Symphony
29. Nazareth – Love Hurts
30. Roy Orbison – Only The Lonely

I Need Love 2.0

Luka Bloom. Wie? Luka Bloom dus. Geboren als Barry Moore, maar dan ken je ‘m ook niet. Heeft een handvol fans in Nederland, en ik ben daar één van. Misschien dat een enkeling zich in een waas (van het bier) zijn optreden in een volle tent op Pinkpop nog kan herinneren. Duizenden festivalgangers uit hun dak laten gaan met één gitaartje: dat is knap. Ik zag ‘m voor het eerst in Carré, een memorabel optreden waar later de cd ‘Amsterdam’ uit voortkwam. En zo is elk optreden memorabel. Dus ook als hij in Tivoli komt spelen, de eerste club waar hij buiten zijn geboorteland Ierland optrad. Een jaartje of 20 geleden. En nog steeds komt hij minstens één keer per jaar terug. Een man. Een gitaar. Meer niet. En voor je het weet is de avond om, heeft hij 2 uur gespeeld, heb je gelachen, meegezongen (ja, dat mag, sterker nog, dat mag alleen bij Luka Bloom) en heb je minstens 5 keer kippenvel gehad.

Een memorabel moment was zijn versie van I Need Love. Weet je nog, dat hiphopliefdesliedje van LL Cool J, looong time ago. Maak daar met een gitaar maar eens een eigen versie van. Luka zette het al eens op cd, en deed ‘m nu ook live. Maar ja, dan die lap tekst…

Alle 14 gitaren!

[photopress:herrie.gif,thumb,pp_image]

Lijstjes zijn leuk en met name mannen zijn er gek op. Categoriseren. Welke moet er echt in, wie kan er vanaf. De top 3 van slechtste films die je ooit hebt gezien. De top 5 van dingen die je wel eens in de magnetron hebt gestopt en de top 10 van je favoriete Belgische biertjes. Zoiets.

Een paar weken geleden werd ik door DJ Amber van KX Radio gevraagd om een top 14 te maken van de beste gitaarplaten ooit gemaakt. Oef. Een plotselinge hoofdpijn kwam op. Niet vanwege de herrie, maar de hersenen draaiden op overuren welke platen er zonder meer in moesten en vooral: in welke volgorde. Welke herriemakers er op 1 moesten wist ik al vrij snel en zeer zeker, dat was geschiedenistechnisch en persoonlijk hitsorisch gezien een uitgemaakte zaak, maar om met het eeuwige en uitgekauwde Smells Like Teen Spirit aan te komen was ook weer zo wat. En zo mijmerde ik verder, met een muur van gitaren om me heen.

En zo ontstond de Keiharde 14. En ja, er is zoveel meer. Soundgarden heeft het niet gehaald, misschien was het leuk om de Raggende Manne erin te zetten en er zijn de afgelopen jaren ook zoveel lekkere lawaaiplaten gemaakt. Nou ja, dit zijn ze: mijn 14 favoriete rockers:

1. Nirvana – Breed
2. Rage Against The Machine – Bulls On Parade
3. Smashing Pumpkins – 1979
4. Rainbow – Since You’ve Been Gone
5. Foo Fighters – Monkey Wrench
6. Live – Lakini’s Juice
7. Arctic Monkeys – Brianstorm
8. Bush – Everything Zen
9. Hives – Hate To Say I Told You So
10. Greenday – 21 Guns
11. Huey Lewis & The News – Do You Believe In Love
12. Weezer – Sweater Song
13. Filter – Hey Man, Nice Shot
14. ZZ Top – La Grange

Aspirine bij de hand en headbangen maar: de uitzending is hier te downloaden.

Partij van de Toekomst = Verleden Tijd

Al eerder deed Johan Vlemmix een gooi naar de landelijke verkiezingen: als Minister van Feest wilde hij het blauwe pluche in Den Haag eens lekker gaan opschudden. Want er werd te weinig gelachen in de politiek. Daar zagen weinig stemmers de humor van in en Johan bleef met nul kamerzetels achter. Maar Johan blijft altijd lachen en wilde het nog een keer proberen. Nederland was klaar voor zijn Partij van de Toekomst vond hij. En aangezien Balkenende IV even klaar was, moest de campagnekaravaan van Vlemmix snel uit de startblokken.

Johan deed zijn zegje in onze One Minute of Fame en ging vol goede moed de toekomst tegemoet. De laatste proeve van bekwaamheid kwam met de gemeenteraadsverkiezingen: de Partij van de Toekomst deed mee in Eindhoven. Johan zag zichzelf al als wethouder, het ministerschap was daarna slechts een formaliteit. Maar het lachen verging hem definitief: in de daarop volgende nacht hadden we een moegestreden, depressieve Johan Vlemmix aan de telefoon. Dat is net zoiets als een huilende Bassie. Bijna niemand had op hem gestemd, familie en vrienden hadden het laten afweten en één van de partijgenoten had op het moment supreme in plaats van de PvdT toch maar het hokje van de PvdA roodgekleurd.

En dus was er nog maar één conclusie: de stekker eruit. De Partij van de Toekomst werd verleden tijd. Een politieke droom ging in rook op. Letterlijk, want Johan kwam effe langs bij Radio 538 om zijn partijposters, flyers en ander campagnemateriaal voor de verkiezingen op 9 juni in de hens te steken. En dat brandde uitstekend:

Tattoo

Het is een gek idee. Vereeuwigd zijn op het lichaam van iemand anders. Iemand die je niet kent. Nog niet zo lang geleden liet een groot fan van Mick Harren (wie? jahaa, die!) het gezicht van zijn idool tatoeren op z’n rug. Waarop Kim & ik gekscherend op de radio zeiden: dan zijn er vast ook wel mensen te vinden die meteen twee eeuwige plakplaatjes van ons op hun lijf willen. En ja hoor. Gerard meldde zich. Wij geloofden hem niet. Gerard hield vol. We vroegen of hij het zeker wist. Gerard wilde. We zeiden dat hij er spijt van zou krijgen. Gerard twijfelde geen seconde. En zie hier het resultaat:

Met props voor Jans Tatoo Studio in Zaltbommel die 3 uur lang de rug van Gerard bewerkte. Kim lijkt nu nog op een indiaan, maar dat rood trekt weg en dan is het me toch een plaatje… Geen plakplaatje, en ook nog niet volledig: binnenkort wordt de tattoo verpest met mijn harses erbij. Gek idee!

Umbrella 2.0

En ineens gaat iedereen aan de haal met de liedjes van Rihanna. Jamie Cullum maakt een jazzy uitvoering van Don’t Stop The Music en nu is er ook een nieuwe versie van Umbrella. The Baseballs doen ‘m old skool style. Stiekem een stuk leuker dan het origineel!

« Nieuwere berichten          Oudere berichten »
Weblog      Beste Bob      Muijs gemist      Muijst wanted      Contact
© Martijn Muijs 2012