Column: De weg kwijt

Voor Het Kontakt Harderwijk schrijf ik eens in de 2 weken een column. Harderwijk is sinds 2010 mijn woonplaats, en in deze column schrijf ik over die stad of de directe omgeving. Deze column verscheen op 23-08-2017.

Soms voel ik me een toerist in eigen stad. Niet dat ik de weg niet ken, het is meer dat ik niet weet hoe het heet waar ik loop. Zelfs de routebeschrijving naar de supermarkt zou ik niet duidelijker kunnen maken dan ‘eerst links, dan een hele tijd rechtdoor, en aan het eind weer links.’ De precieze straatnamen zou ik je niet kunnen geven. Nu word ik de laatste tijd op mijn wandelingetje van huis naar de super opvallend vaak staande gehouden door iemand die de weg wil weten, dus je zou kunnen zeggen dat dat nogal onhandig is. Klopt. Ik voel me ook altijd een tikje gegeneerd als ik resoluut ‘nee’ zeg op de vraag of ik hier bekend ben. De aanwezigheid van een volle boodschappentas maakt mijn antwoord er ook niet veel geloofwaardiger op.

Maar wat moet ik dan. Ik had ook kunnen zeggen: natuurlijk weet ik wel hoe de straat heet waar ik woon, plus de straat erachter en die daarachter, maar daarna wordt het wat lastiger – niet zozeer omdat het allemaal onmogelijke namen zijn; zo zitten we hier bijvoorbeeld in de muziekwijk, waarbij je een Jazzdreef én een Beboppad hebt, wat strikt genomen op het hetzelfde neer komt, aangezien bebop een jazzsoort is – en dan heb ik het nog niet eens over de Opera- en Operettedreef, die óók nog eens qua naam enorm op elkaar lijken – maar kijk eens naar het stratenplan; een gemiddeld doolhof is makkelijker te doorgronden dan deze wirwar van straten hier. Als u een Amerikaan was geweest, wat u niet bent, want u spreekt me zojuist in het Nederlands aan, of misschien bent u wel een Amerikaan, van oorsprong dan, en bent u gewoon ontzettend goed ingeburgerd, complimenten voor uw Nederlands in dat geval, maar als u Amerikaan was geweest, wat u natuurlijk niet bent, want wat zou u in Harderwijk moeten of all places, en u zou de plattengrond van deze wijk van boven zien, dan zou u denken dat u naar een legpuzzel van het stratenplan van New York aan het kijken was, zó onduidelijk loopt het hier allemaal. Dus nee, ik heb géén idee.

Had ik ook kunnen zeggen. Weet je in elk geval zeker dat degene die de weg wil weten tien minuten te laat aankomt op de plaats van bestemming. Dus hou ik het maar op een nee.

Laatst kwam er een koerier op me af die overduidelijk de weg kwijt was, en aangezien ik in mijn voortuin stond viel niet langer te ontkennen dat ik een native wijkbewoner ben. Hij vroeg me waar de Tjoopindreef was. ‘De wat?’ vroeg ik. Hij herhaalde: Tjoopindreef. ‘O, zei ik,’ je bedoelt de Sjoo-pèèndreef.’ ‘Ja, de Tjoopindreef,’ hield hij stug vol. ‘Nee, zei ik, je zegt ‘Sjoo-pèèn, dat is een Franse naam, hoewel het eigenlijk een Pool was – ja, later is hij naar Frankrijk verhuisd, maar dat was dus een componist, vooral van pianomuziek, echt mooi hoor, je zou eens de impromptus moeten luisteren bijvoorbeeld.’

‘Ja ja,’ zei hij. ‘Maar weet je nou ook waar die Chopindreef is?’ ‘Nee,’ zei ik, ’dat niet.’