Column: Groen

Voor Het Kontakt Harderwijk schrijf ik eens in de 2 weken een column. Harderwijk is sinds 2010 mijn woonplaats, en in deze column schrijf ik over die stad of de directe omgeving. Deze column verscheen op 04-04-2018. 

Aan het begin van het jaar kregen we een brief in de bus van de gemeente met daarin de mededeling dat de groenvoorziening in de buurt zou worden aangepakt. Dat leek me geen overbodige luxe: in de twee perkjes vlak achter het huis tierde het onkruid welig, en dat niet alleen: het verloederde stukje grond is al tijden een magneet voor allerhande zwerfafval. Blikjes, flesjes, uitgeknepen pakjes drinken, plastic omhulsels, zakjes, tasjes; u noemt het, en het wordt er neergekwakt. Niet alles tegelijk natuurlijk, maar als je niet zelf zo nu en dan voor vuilnisman speelt zou er op termijn vanzelf een mini-vuilnisbelt ontstaan.

Rommel trekt rommel aan blijkbaar. Bovendien liggen de perkjes langs een doorgaande fietsroute, naast een parkeerplaats en -dit is beslist een pré voor alle amateur-zwerfafvalwerpers- op ideale gooiafstand van auto of fiets. Dat verklaart overigens nog niet de gevulde luier die ik eens vond. Dat wil zeggen; ik vond eerst de luier, waarbij ik nog dacht: ‘hij zal toch niet gevuld zijn,’ waarna mijn bange vermoeden dus werd bewaarheid. Die luier was overigens niet in het perkje gekwakt, maar keurig tussen de planken van de schutting gevouwen. Mijn schutting. En dus voelde ik me verantwoordelijk om de luier zelf weg te gooien – waarbij ik nog twijfelde tussen de groene of grijze kliko; bij gebrek aan kinderen was ik niet eerder in mijn leven voor dit dilemma gesteld.

Aan dit alles zou dus spoedig een einde komen dankzij het opschroeven van het groenvoorzieningsniveau. Dan mochten we onszelf nog in de handen knijpen, want volgens de gemeentelijke website is in het groenstructuurplan vastgesteld dat voor Harderwijk kwaliteitsniveau C geldt. Dat is gemeentejargon voor: laat maar waaien. Niveau D is namelijk het absolute minimum aan groenonderhoud, en daar zitten we dus maar één niveautje boven. Daarbij mogen plantvakken bijvoorbeeld helemaal volstaan met onkruid, tot een max van 50 cm. Dat alles wordt nauwkeurig gecontroleerd tijdens een maandelijkse schouw, zo lees ik. Ik stel me voor hoe dat dan gaat. ‘Nou, het is staat hier helemaal vol met onkruid hè?’ ‘Klopt baas, helemaal niets aan gedaan.’ ‘Uitstekend, precies volgens het protocol. Koffie?’

Ik was kortom allang blij dat de snoeischaar er eens overheen zou gaan. Die snoeischaar bleek echter een botte bijl. De daaropvolgende week kwamen ze inderdaad, en met grof geschut ook. Tien minuten lang klonk een oorverdovend lawaai. Daarna werd het stil. Toen ik ging kijken bleek het complete perk gebulldozerd. Althans: één van de twee. Nog eens een paar weken later kwamen dezelfde monsterlijke machines om hetzelfde te doen met perkje nummer 2. Daarna bleef het wederom stil. Tot de dag van vandaag bestaan de perkjes uit omgewoelde aarde. Al is hier en daar alweer een stukje groen te zien. Onkruid waarschijnlijk. Of een stukje plastic, dat kan ook.