Column: Op Bezoek bij Bruce


Deze column verscheen eerder in Veronica Magazine.

Een regenachtige herfstavond in Londen. Hier zie ik voor het eerst Western Stars, de film bij het gelijknamige album van Bruce Springsteen. Het contrast met de beelden kan niet groter. Beelden die als vanzelf opdoemden bij beluistering van het album: een zonovergoten landschap, zinderende lucht boven een stoffige landweg. Ergens in dat landschap staat een grote schuur. Onder het houten gewelf van de hooizolder speelt Bruce met orkest de sterren van de hemel. Tussendoor vertelt hij. Over de liedjes, over het leven. De teksten zijn een stuk minder zonnig dan het landschap waar hij doorheen loopt. ‘Everybody is broken in some way. Nobody gets away unhurt,’ hoor ik hem zeggen, met die kenmerkende, hese stem. Als ik mijn ogen langs het doek laat glijden, zie ik hem zitten, op een metertje of 15 van me verwijderd. Bruce zelf, kijkend naar zijn eigen film. Ik weet dan niet dat ik nog veel dichterbij zal komen.


Als we even later in een zijzaaltje staan, maakt zich een bij-de-paus-op-audiëntie-achtig gevoel van me meester. Meter voor meter komen we dichterbij de deur waarachter het gebeurt.


De volgende dag. Opnieuw een vertoning, op de benedenverdieping van een hotel, voor een select publiek. Een dame van de platenmaatschappij vertelt dat Bruce er wederom bij is, dat hij na afloop wellicht hier en daar een handje zal schudden. Ik denk nog: zal wel niet, wat versterkt wordt als Bruce na de film de zaal verlaat via de nooduitgang. In de foyer gaan hapjes en drankjes rond, journalisten praten na, langzaam gaat ieder zijns weegs. Dan komt dezelfde dame weer op ons af. Of we ons dadelijk links vooraan willen melden, dan kunnen we Bruce even spreken. Dus toch.

Als we even later in een zijzaaltje staan, maakt zich een bij-de-paus-op-audiëntie-achtig gevoel van me meester. Meter voor meter komen we dichterbij de deur waarachter het gebeurt. Als die opengaat en we naar binnen mogen, zie ik hem staan, er zijn slechts enkele voetstappen tussen Bruce en mij verwijderd. Dan zijn we aan de beurt. ‘Hi, nice to meet you,’ zegt hij terwijl hij de hand drukt. Na wat complimenten over de film begin ik aan een vraag waarom-ie eigenlijk in rainy Londen wordt vertoond, en niet in de zonnige States. Bruce verstaat me niet goed, ik herhaal de vraag, maar het komt er minder lekker uit dan de eerste keer. ‘Yeah, I love Londen,’ antwoordt-ie. Dat was dan dat, mijn beurt is voorbij. Voor we het weten worden we weer richting de uitgang gedirigeerd. Buiten regent het nog steeds. Het kan me niet schelen.