Column: Poema

Voor Het Kontakt Harderwijk schrijf ik eens in de 2 weken een column. Harderwijk is sinds 2010 mijn woonplaats, en in deze column schrijf ik over die stad of de directe omgeving. Deze column verscheen op 09-08-2017.

Ik mis de poema op de Veluwe. Ik mis die onbezorgde zomers waarin de tijd maar heel langzaam vergleed, waarin het land piepend en krakend tot stilstand kwam, waarbij kranten net zo goed niet gedrukt hadden hoeven worden en het Achtuurjournaal beter het testbeeld had kunnen uitzenden; er gebeurde immers toch niks. Totdat er vroeg of laat een telefoon afging op de redactie binnenland. Een boa contrictor in het riool hier, een dozijn ontsnapte vogelspinnen in een woonwijk daar, of een poema op de Veluwe. Dan werd Gerri Eikchof opgetrommeld -op één of andere manier wordt Gerrie Eikhof altijd op dit soort dingen afgestuurd- die subiet met telelens naar de Veluwe toog. En ja hoor, daar in de verte was met moeite iets te zien dat wellicht een heel klein beetje op een poema zou kunnen lijken. Ach, iedereen wist wel dat het niet waar was, maar we wilden het graag geloven, al was het maar om de verveling te verdrijven. Ach, die heerlijk onbekommerde tijd. Komkommertijd.

Maar sinds terroristen geen rekening meer houden met onze vakanties en vluchtelingenstromen geen zomerreces kennen is er van komkommertijd bepaald geen sprake meer. Met de toenemende ellende in de wereld nam het aantal exotische dieren op nationaal grondgebied navenant af. De enige beesten die je nu nog tegenkomt op de Veluwe zijn wilde zwijnen. Daar zijn er inmiddels zoveel van, dat het bijna onmogelijk is om er niet één te spotten. Wat dan ook weer nieuws is.

Ook lokaal wilde die zorgeloze zomer maar niet doorbreken. Krantenkoppen als ‘Jonge Utrechter veroordeeld voor cocaïnehandel in Harderwijk,’ ‘Weer vechtpartij op asielzoekerscentrum,’ en ‘Zes jaar celstraf voor neersteken ex-zwager en neefje in Harderwijk’ maakten duidelijk dat ook hier de wereld gewoon doordraait. Totdat ik stuitte op een bericht over een Ferrari die in vlammen was opgegaan. Ook niet meteen heel grappig, zeker niet als je de eigenaar van zo’n peperdure bolide bent. Maar het bericht kreeg een wending. ‘Het leek op een Ferrari California, maar onder de opgedofte buitenkant zat een Nissan. Dat werd snel duidelijk toen de wagen in de nacht van zondag op maandag even na middernacht in Harderwijk in vlammen opging.’

Wat een volbloed Italiaanse sportbolide leek, bleek dus gewoon een Japanner te zijn. Alles rond de Nissan was van binnen en buiten vervangen, om de auto zo veel mogelijk op een Ferrari te laten lijken. Een schaap in wolfskleren dus. Van dat beeld moest ik een beetje lachen, en tegelijk kreeg ik medelijden met de eigenaar. Het laatste wat je wil is dat zo’n auto affikt immers. Dat vlammen het flinterdunne laagje vernis wegbranden. De ware aard aan het licht brengen. De illusie in rook doet opgaan. Het ‘waar-doet-ie-het-toch-van’ van de buren in één klap opheldert. Zo dus. Een Italiaans renpaard gereduceerd tot doodgewone Nissan Pony. Toch een soort van Poema op de Veluwe.