Into the Groef: Backstreet Boys

backstreet-boys-04Into the Groef is een maandelijkse column voor de website nieuweplaat.nl. Deze column werd gepubliceerd in november 2013.

‘De Backstreet Boys waren in Nederland. Bij aankomst werden ze opgewacht door een menigte uitzinnige fans.’ Dat had het begin kunnen zijn van een krantenartikel in 1998, ware het niet dat het zich een paar weken geleden afspeelde. Begin november deden de Boys die ondertussen allang Men zijn een promotoer langs de diverse radiostations ter gelegenheid van… ja, van wat eigenlijk? Omdat er een nieuw album uit is? Om aan te kondigen dat ze volgend jaar een Europese tournee gaan doen? Een goed excuus om even van moeder de vrouw af te zijn? Want ondertussen zijn ze dus bijna allemaal papa en als ze niet getrouwd zijn dan op z’n minst verloofd. De meisjes, pardon vrouwen, gilden als vanouds toen de mannen hun iets minder strakke maar nog steeds knappe koppies lieten zien. Alsof er niet 15 jaren overheen waren gegaan.

15. Zo oud was ik toen de klas waar ik in zat geterroriseerd werd door een tweetal Backstreet Boys fans. De één hartstochtelijk fan van A.J., de ander verliefd op Nick. De hele dag bediscussieerden ze wie van de twee het leukst was, wisselden ze plakplaatjes van hun helden uit en zongen ze luidkeels de liedjes mee op hun walkman. Tot overmaat van ramp was er tijdens de tekenles de gelegenheid om je eigen meegebrachte muziek te draaien tijdens een uurtje vrije expressie. Dat lieten de dames zich geen twee keer zeggen, en drukten meteen hun bandje in de recorder. Om een beetje tegengewicht te bieden zou één van de jongens uit de klas de week erop een cassettebandje van Nirvana meenemen, maar zoals dat gaat met liefhebbers van Nirvana: of ze vergeten het bandje mee te nemen of ze komen helemaal niet opdagen omdat ze buiten zitten te blowen. En dus schalden de Backstreet Boys niet veel later weer door het lokaal.

15 jaar later zijn de Backstreet Boys te gast in de ochtendshow van Radio 538. Al om kwart voor 2 ’s nachts melden zich de eerste fans voor de deur. Sommigen mogen het intieme optreden van dichtbij meemaken, anderen komen alleen voor een foto, maar een glimp van ze opvangen doen ze het ook voor. De pubermeisjes van 15 zijn intussen volwassen vrouwen. Sommigen misschien wel moeder. Aan één van hen vraag ik plagerig of twintig jaar niet genoeg is om erachter te komen dat er ook goeie muziek bestaat. Ze wordt niet eens boos, en antwoordt geduldig dat de Backstreet Boys het nog steeds helemaal zijn. Ja, zijn het nog steeds lekkere hapjes? vraag ik. Er wordt geknikt, het is nog steeds Nick die het goed doet bij de achterban, maar het is niet alleen het uiterlijk. Je bedoelt dat ze lekker inhoudelijke muziek maken? denk ik schamper. Het is alsof ze m’n gedachten raadt en begint uit zichzelf te vertellen. Over bruiloften, maar ook begrafenissen. En hoe de Backstreet Boys er altijd bij waren. Dat er altijd wel een liedje was dat paste bij dat moment. Hoe ze daarin steun vond. Het werd de soundtrack van haar leven.

En ineens snap ik het. Terwijl al die andere meisjes elk seizoen voor een ander fenomeen gilden, bleven de Boys. Links en rechts werden fans verweesd achter gelaten. Waren het niet The Beatles, dan wel Take That. Boyzone kwam, Westlife ging en de Jonas Brothers zijn er ook al mee genokt. Maar de Backstreet Boys bleven. Al die tijd. Ok, toen ze eenmaal vrijgezel af waren was het niet meer opstellen in rijen van drie, en ok, toen ze in het huwelijksbootje stapten was dat even slikken – met die?! Maar ach, zelf vonden ze ook een vriendje en die ging ook op de knieën. En werden de meisjes moeder, de Boys vader – op die ene novembermorgen was voor even alles hetzelfde, was er niks veranderd, was alles bij het oude gebleven. Het waren nog steeds de Backstreet Boys en zij bleven de fans. Al twintig jaar.

Voor de mannen zijn er altijd nog voetbalclubs of de Rolling Stones.