Into the Groef: Cassette

 

Into the Groef is een maandelijkse column voor de website nieuweplaat.nl. Deze column werd gepubliceerd in september 2017.

Vinyl beleeft al een tijd een revival, en nu is ook het cassettebandje aan de beurt, las ik. Thomas Baur heeft net de enige cassettebandjesfabriek van de Benelux gekocht. Die staat in Nederland. In het Overijssels Wierden om precies te zijn. Baur heeft grootste plannen met zijn pas gekochte bandjesfabriek, want zoiets koop je natuurlijk niet voor de hobby alleen. Hij wil, zo staat er, de muziekcassette naar een nieuwe generatie brengen.

Terwijl ik dit lees, vechten de herinneringen om voorrang in mijn hoofd. Hoor ik weer dat typische cassettebandjesgeluid, met een beetje ruis en dat sissende hoog. Zie ik in gedachten het bureau op mijn slaapkamer en de stapel huiswerk. In mijn etui de benodigde schoolspullen, en dat onmisbare voorwerp voor elke cassettedeckbezitter: een pen. Niet zomaar een pen. Een Bic pen. Waar was je als cassettedeckbezitter zonder Bic pen. Helemaal nergens dus. Ja, dat je ermee kon opschrijven wat op het cassettebandje stond was mooi meegenomen, maar hallo – het was meer dan dat. Veel meer. Een noodzakelijk stuk gereedschap. Handig om de tape op te kunnen draaien tot het transparante gedeelte overging in de bruine sliert. Maar on-mis-baar op het moment dat die sliert zich op onverklaarbare wijze had vastgedraaid in de koppen van je cassettedeck. En dat gebeurde nogal eens. O wee als er dan geen Bic pen in de buurt was. Met je vinger zat je te priegelen tot je RSI had – en dat in het pre-computertijdperk. Maar had je zo’n Bic pen, dan zwaaide je het bandje in no time weer in z’n cassette. Ik verdenk Bic er zelfs van dat ze hun bestaan volledig te danken hebben aan de casettebandjesrondzwaaiende consument. Feitelijk iedereen in die jaren dus.

Als het bandje niet geknapt was tenminste. Zuinige mensen kochten een tape van 3 uur. Veel te dun, zei mijn vader, neem gewoon die van maximaal 90 minuten. En dan deed ik. De TDK SA-90. Dat was mijn merk. Zoiets als de Marlboroman, maar dan met cassettebandjes. Liefst in grootverpakking. ‘Doe mij een slof van die tapes,’ had ik kauwgom kauwend willen zeggen tegen de verkoper. Want ze gingen er snel doorheen. Dat kwam door mijn drumleraar. Iedere week kopieerde hij een nieuw liedje op mijn cassettebandje. Dat moest ik dan leren voor de volgende week. Af en toe vergat hij het cassettedeck uit te zetten. Dan stonden er vier nieuwe liedjes op in plaats van één. Maar ja, zonde om te wissen, want op die bandjes werd een muzikaal universum geopend waar ik in kon blijven ronddwalen. Dat ging van Dr. John naar Aretha Franklin, en van John Coltrane naar de Neville Brothers. Veel van die muziek kocht ik later op cd, maar da’s voor een ander verhaal. Die cassettebandjes dus. Die raakten nogal snel vol, sneller dan ik van mijn zakgeld nieuwe kon kopen. Dus moest ik er zo nu en dan ééntje opofferen. ‘Wat is dit?’ vroeg hij met een mengeling van spot en afkeer als ik een bandje overhandigde waar dan 2 Unlimited op bleek te staan. Ik stamelde wat excuses. Ik had hem zojuist mijn allereerste cassettebandje overhandigd. Overgenomen van een klasgenootje. Dat luisterde ik dan op mijn walkman.   

Die walkman kreeg ik na lang zeuren van mijn ouders. Je eigen muziek op je oren, overal waar je maar ging! Tenminste, als ik van mijn moeder toestemming had gekregen om ‘m buitenshuis mee te nemen. Veel te gevaarlijk, vond ze, dan hoorde ik het verkeer niet meer. Bovendien, het wandelingetje naar school duurde hooguit 10 minuten, daar had je helemaal geen muziek bij nodig. ‘Maar iedereen heeft zo’n ding en mag ‘m gewoon mee,’ probeerde ik nog. Niks daarvan – op het schoolplein praatte je met elkaar, en dat ging niet met zo’n geval op je oren. Kom daar nog maar eens om, zo’n moeder met zo’n mening. Toen ik naar de middelbare school ging negeerde ik al haar raadgevingen wijselijk; met het cassettebandje van Frank Zappa waren die veertig minuten fietstijd ook nog eens in een kwartier voorbij. Gevoelsmatig dan.

Die walkman is allang de deur uit. De enige cassettebandjes die ik nog heb zijn die van mijn eerste radio-uitzendingen. Een cassettebandje leverde me ook mijn eerste betaalde baantje bij de radio op: ik stuurde een demo op naar Rebecca Radio, een commercieel station bij mij in de buurt. En werd nog aangenomen ook. Dankzij mijn laatste cassettebandjesaankoop – een TDK SA-90 natuurlijk, what else.

Dat alles komt boven als ik lees over de cassettebandjesfabriek. Ik zou bijna zin krijgen om weer eens een bandje af te spelen. Die ruis weer te horen, dat gesis. Heel in de verte het geluid van iets wat er daarvoor heeft opgestaan. Dat typische geluid van de jaren 80.

Nou nog een cassettedeck.