Into the Groef: Duiken

 Into the Groef is een maandelijkse column voor de website nieuweplaat.nl. Deze column werd gepubliceerd in februari 2017.

Ik weet niet meer wie het zei en waar ik het zag of las ben ik ook vergeten. Ergens, op de televisie of in de krant, begon iemand over Nick Drake. Mensen hebben het zelden over Nick Drake. Ook niet zo gek: slechts weinigen hebben ooit van hem gehoord. Hij stierf in 1974 en liet slechts drie platen na. Platen waarop een fabelachtige stem te horen is, zacht en dromerig, breekbaar, evenals hijzelf. Er zijn maar weinig mensen aan te wijzen die minder geschikt zijn voor het artiestenleven dan Nick Drake. Optreden deed hij liever niet; hij was te verlegen om het publiek aan te kijken en vond het arrogant om de mensen tot stilte te manen. En dus kakelden ze dwars door zijn delicate muziek heen. Werd niet gehoord, letterlijk en figuurlijk. Hij ploeterde vijf jaar voort, schreef hartverscheurend mooie liedjes, legde er zijn ziel en zaligheid in, voor wie het wel horen wilde. Maar hij bleef ook de eeuwige buitenstaander, een loner, onbegrepen en onbemind, kreeg nooit de erkenning waar hij zo naar hunkerde, die hij verdiende. De nacht van 24 op 25 november 1974 was de zwartste in zijn leven; de depressie waar hij in zat kwam hij niet meer te boven. Hij nam een overdosis anti-depressiva en stierf in zijn slaap, 26 jaar oud. Zelfs dood was hij een loser; te jong voor de club van 27.

 
Dat zijn naam viel mag je gerust een wonder noemen. Zelfs als je weet van zijn bestaan vergeet je hem zo makkelijk. Het is alsof hij in een heel klein, intiem, halfdonker hoekje van de muziekgeschiedenis staat. Verscholen, bang om ontdekt te worden. En dan, BAM, in het volle licht gezet; zoiets als schreeuwen in een stiltegebied – on-Nick Drakes zou je kunnen zeggen.

 
Ineens weet ik het weer. Het was op tv, tijdens de Top 2000 quiz. Iemand, wie weet ik nog steeds niet, gaf Nick Drake als antwoord op de vraag wie de grootste artiest aller tijden was. Mooi, al zal hij de Top 2000 er niet mee halen. Hits heeft hij immers nooit gehad, gedraaid op de radio wordt hij niet. Hoewel, ik kan me herinneren dat Paul Rabbering ooit zijn liefde voor hem op de radio uitsprak en Northern Sky draaide. Door het noemen van zijn naam werd hij weer even uit mijn eigen vergetelheid gehaald. Ikzelf had een nachtprogramma op 3FM en besloot in mijn eigen stille, donkere hoekje van de programmering een Nick Drake Week te houden. Elke dag een track van Nick Drake dus. Ik geloof dat ik er maar weinig mensen blij mee heb gemaakt. Dat had ik ook niet verwacht: op de radio wordt meestal dezelfde voorspelbare meuk gedraaid. Om een parel te vinden kun je ook niet aan de oppervlakte blijven, moet je dieper duiken. Sms’jes in de trant van ‘ik zit nu tegen de vangrail aan’ en erger waren het gevolg. Op één of twee berichten na. Mensen die het toch wel heel mooi vonden, waren geraakt, het snapten. Ook al waren het er maar een paar; daar deed ik het voor. Voor die paar mensen die het vuur weer verder zouden verspreiden.

 
Inmiddels heb ik een nieuwe muzikale missie. Anders dan Nick Drake, maar met dezelfde bezieling, even breekbaar en vooral fabelachtig mooi. In tegenstelling tot Nick Drake leven zij nog wel, en kun je ze ook live gaan zien. Over the Rhine heten ze. Neem die duik, dompel jezelf onder en laat je overtuigen. Je kunt haast niet anders. Ik ken niemand die ik het heb laten horen die het niet mooi vond: beginnen met één pianoakkoord en dan die engelachtige vrouwenstem die de hartverscheurende woorden zingt: ‘what a beautiful piece of heartache this has all turned out to be.’ Nick Drake kijkt van zijn wolk goedkeurend toe. Hij had het zelf niet mooier kunnen zeggen.