Radio 538KX Radio
Weblog Beste Bob Muijs Gemist Muijst Wanted Muijsmail
Dylan Dertig: 30 t/m 26

30.

Ik ben een Bobcat. Een Bobcat, voor de duidelijkheid, is naast een type graafmachine ook de aanduiding voor een Bob Dylan fan. Maar Bob Dylan fans bestaan niet, hoewel je misschien als je met een lantaarntje zoekt die ene iemand vindt, die dagelijks in een Bob Dylan shirt naar school fietst, op de Ipod uiteraard Bob Dylan, eenmaal op school aangekomen haar met Bob Dylan kaftpapier overtrokken boeken uit haar Bob Dylan rugzak haalt, het Bob Dylan potlood nog eventjes een extra keer aanscherpt met de Bob Dylan puntenslijper, terwijl ze in haar Bob Dylan agenda ziet dat het vandaag een vrije dag is, waarna ze weer naar huis fietst om onder haar Bob Dylan dekbed nog een paar verloren uurtjes nachtrust in te halen, natuurlijk pas nadat ze de Bob Dylan poster op de muur een kusje heeft gegeven en vervolgens in slaap valt, dromend over haar idool, Bob Dylan. Dat noem ik een Bob Dylan fan. Ik ben dus een Bobcat. Hoewel ik moet toegeven dat ik een paar Bob Dylan t-shirts heb. En een Bob Dylan plakboek bij hou. Maar daar heb ik al heel lang niet meer met schaar en pritt-stift aan gewerkt. En ik luister heus wel eens naar iets anders op m’n Ipod. Jimi Hendrix bijvoorbeeld. All Along The Watchtower. Zoals hij dat speelt, met die snerpende gitaren, beukende drums, haast apocalyptisch, oud-testamentisch, ik vind ‘m stiekem beter dan het origineel. Maar ik ben dan ook een waardeloze Bob Dylan fan.

PLAY: All Along The Watchtower (Liefst de versie zoals Dylan ’m sinds een jaar en dag speelt, gebaseerd op de versie van Hendrix, maar aangezien die nooit officieel is uitgebracht, dan toch maar de cover van Jimi. Op twee de live-versie van Bob Dylan & The Band op Before The Blood, op drie het origineel van John Wesley Harding.)

29.

De geschiedenis zal zich altijd blijven herhalen: we leren maar weinig van vroeger. Vroeger was alles beter. Of op z’n minst goed. Alle vlekken en rimpels strijken we glad, we vochten immers voor een hoger ideaal, dan telt alleen het resultaat. Of had je soms gewild dat die arme mensen nog steeds in de Middeleeuwen leefden? Goed nieuws moet gedeeld worden, desnoods met harde hand verspreid. En zo trokken we met fakkels en zwaarden oostwaarts om de boodschap van heil te brengen. En toen onze religie uitdoofde maakte ze plaats voor democratie. Of had je soms gewild dat die onwetende mensen nog steeds onder de tiran leefden? Vrijheid moet gedeeld worden, desnoods met tanks verspreid. En zo trokken we met bommen en granaten opnieuw oostwaarts om de boodschap van vrede te brengen.

Waarom weten we alles beter? Waarom willen wij de baas zijn? Waarom trekken wij ten strijde terwijl niemand ons aanvalt? Waarom helpen we de wereld de vernieling in en noemen het dan opbouwwerkzaamheden?

Omdat we denken dat we God zijn. May God bless us and America.

PAY: With God On Our Side (Live, MTV Unplugged)

28.

Hee. Knocking On Heavens Door. Die is toch van Guns ‘n Roses? Ja, maar dit is de versie van die eh… hoe heet ‘ie ook alweer. Bob nogiets. Dylan bedoel je? Ja. Hoe lang is die nou al dood? Geen idee, jaar of 10 toch al zeker wel dacht ik. Waardeloze versie is dit ook hè. Zonder die gillende gitaarsolo op het end. En zo kort ook. Twee minuut nog wat, baf, weg. Ja, net zoals I’ll Be Your Baby Tonight. Oh ja, van UB40. Ja, en laatst nog, met dat liedje van Adele. Schijnt ‘ie ook een versie van te hebben gemaakt. Meen je dat nou? Die van Adele is toch prima? Uitstekend zelfs, dat mens kan tenminste wel zingen. Je bedoelt dat Bob Dylan dat liedje heeft gezongen? Ja, met z’n schorre stem. Vals jongen, vals. Dat meen je toch niet. Zo’n liedje, daar moet je toch met je tengels vanaf blijven. Maar ja, dat was al met Mr Tambourine Man, moest ‘ie ook zo nodig met z’n gitaar zelf nog eens een keertje laten horen dat hij dat liedje ook kende. Niet eens geld voor een fatsoenlijke band erbij. Ja, en heeft ‘ie een band, gaan ze zo zijig oeh-hoe-hoe-hoe-hoe doen. Hij vergeet ook helemaal ‘just like so many times before.’ Het is dat Axl nog niet dood is, anders zou hij zich ook omdraaien in z’n graf. Nee, doe mij maar die van Guns ’n Roses. Er gaat toch niks boven het origineel hè.

PLAY: Knockin’ On Heaven’s Door (Pat Garret & Billy The Kid)

27.

God is dood, aldus Nietschze. Geloof het of niet; tweeduizend jaar geleden werd God mens, twintig eeuwen verder is de mens God geworden. God werd verwezen naar de eeuwige jachtvelden, we kunnen het nu zelf wel. Bedankt Heer voor alles wat U gedaan hebt, we hebben gelachen om die gekke beestjes onderin de oceaan, die overstromingen en aardbevingen waren wel iets minder tof, maar even goeie vrienden. Punt is alleen: we vinden dat we nu zo’n beetje wel op eigen benen kunnen staan. Ok, we hebben heel wat eeuwen maar wat lopen klooien in ons berenvel, maar zeg zelf; de uitvinding van het wiel was een goeie stap voorwaarts. En helemaal zelf bedacht hè. Hadden we U niet bij nodig. Vervolgens hebben we wat hiaatjes opgelost, hebben we her en der wat dijkjes aangelegd, en elektriciteit niet te vergeten. En nu hebben we een world wide web met google als oplossing voor al onze levensvragen, dus eh… Toedeledoki!

Het is 1978. Tijdens een concert in San Diego wordt er een crucifix op het podium gegooid. Avond aan avond zijn er voorwerpen die richting de hoofdpersoon worden geworpen. Bloemen, brieven. Soms dwarrelen ze neer voor zijn voeten, schopt hij het weg, grist een roadie het mee, blijft het liggen. Deze keer is anders. Hij raapt het op. Een week later heeft hij het om tijdens een concert.

Op een avond in de kroeg zak ik door met iemand die alle platen van Bob Dylan heeft. Ik sta aan het begin van de ontdekkingsreis en stel triviale vragen. Wat is zijn beste plaat? Die is er niet begrijp ik, want elke dag draagt een andere stemming met zich mee en daarmee een andere voorkeur. Wel hoor ik dat ik de jaren 80 zoveel mogelijk moet mijden. Die gospelplaten bedoel je? Nee, die zijn hartstikke goed, wat de popencyclopediën en naslagwerken ook beweren. Tegenover me zit een gezworen atheist, en nu zegt hij dit. Ik weet van de ophef die Slow Train Coming veroorzaakte. Dat werd alleen maar erger met Saved, een plaat die tijdens de pauze van de EO Jongerendag niet zou misklinken uit de speakers. Ik bestel nog een biertje. Andere vraag dan maar. Wat vind jij zijn beste liedje? Hij kijkt me aan en zegt: raad maar. Ik begin te malen. Er is natuurlijk een verschil tussen het meest relevante liedje en wat je persoonlijk het mooist vindt. Begin jaren 60 is heel relevant, maar reken ik niet tot persoonlijke favoriet. Ik ben ingestapt bij Time Out Of Mind, in 1997 gekroond tot album van het jaar bij de Grammys, maar da’s meer een heel album dan één afzonderlijk liedje. Toch maar Like A Rolling Stone? Nee, te standaard voor een fanaticus. Tangled Up In Blue dan maar? Of toch iets onbekenders, zoals Man In The Long Black Coat? Of nee, wacht, die outtake met Mark Knopfler, hoe heet ie ook alweer… Blind Willie McTell! Mis mis mis, zegt hij. Dat kan er maar één zijn: het gaat over Het Leven, zijn leven, ons aardse bestaan en alles daarboven, de levensloop van geboren worden en doodgaan en weer verder leven, de ommekeer, het Er Is Meer. Nee, niet prekerig, maar eerlijk en oprecht. Zonder God te noemen, maar Hem niet doodverklaren. En trouwens, het publiek klapt weer uit alle macht bij het horen van de eerste tonen van dit lied. En dat terwijl ze destijds met spandoeken rondliepen met daarop ‘Jesus loves your old songs too.’ Ik kan het alleen maar met hem eens zijn. Het moet wel. Het is Every Grain Of Sand.

PLAY: Every Grain Of Sand (Shot Of Love)

26.

Heel even. Heel even maar. Doe je ogen dicht en laat je meevoeren. Vergeet alles om je heen. Vergeet de tijd. Vergeet honger. Vergeet dorst. Vergeet oorlog en vergeet vrede. Als je vergeet wat vrede is, ken je ook de oorlog niet meer. En vergeet alle vormen, alle regels, alles wat je geleerd hebt, zelfs de goeie dingen. Het zijn schoolse zaken, het doet er niet meer niet toe. Vergeet wie je bent, waar je woont, wat je doet. Vergeet je vrienden, vergeet alles wat je ooit gehoord en gezien hebt. Weet je wat, vergeet alles wat ik gezegd heb.

Een schone lei, een leeg vel papier. Beweeg je hand. En kleur het maar in. Beweeg je voet. En loop door de poort. Voetje voor voetje verken je de wereld. Een lege wereld. Vul het in. Bedenk wat je ziet en je ziet wat je bedenkt. Het is van jou, het levenslot ligt in jouw handen. Doe nu langzaam je ogen open. Knipper tegen het felle zonlicht, de zon die nooit meer dooft. Je vraagt je af waar je bent? In je eigen hof van Eden.

PLAY: Gates of Eden (Bringin’ It All Back Home)

Elbow

Ik kan er lang en kort over zijn. Kan zeggen dat het een voorproefje is van het nieuwe album dat op 7 maart gaat uitkomen. Het vervolg op het toch al zo mooie The Seldom Seen Kid, jeweetwelmetdiemooiesingle One Day Like This. En dat dat volgens ingewijden ruimschoots overtroffen gaat worden met Build A Rocket Boys, want dat is de titel van het nieuwe album. En dat het voorproefje daarvan eind vorig jaar al langzaam maar zeker doorsijpelde en dat nu de halve wereld de band lijkt te hebben ontdekt en ze meteen een mooie toekomst toedicht. U hoort er zangtechnisch een beetje Peter Gabriel in? Dat kan kloppen, want het werd in de studio van Peter opgenomen, in Bath.

Zou ik allemaal kunnen zeggen. Maar ik kan er ook kort over zijn: holy moly, wat is dit mooi!

Dylan Dertig

Yep, I know. It’s been quiet quite a while. Niet vanwege een writersblock, winterdip of iPad: ik was ondertussen heus wel druk aan het typen. Het zit zo. Ik kreeg een mailtje van Tom, webmaster van het blog Bob Dylan in het Nederlands. U weet: ik ben Bob Dylan fan. U weet: daar val ik niemand lastig mee, houd ik puur privé. U weet: dat is niet helemaal waar, want u weet: ik hobby één keer in de week bij op de piraat van Rob Stenders, beter bekend als KX Radio. U weet: ik draai dan elke week iets van Bob Dylan. U weet: dat heet de Dylan Dertig, oftewel de dertig paradepaardjes uit zijn omvangrijke ouevre. Wist u niet? Bij deze dan. Anyhow: Tom wilde mijn 30 notities bij die 30 nummers op zijn blog plaatsen. Wat hij niet weet: ik ben een slecht archivaris. Dus was het snel shows terugluisteren, meetypen, bestanden uit de prullenbak vissen, en enkele dingen uit het blote hoofd herschrijven. En terwijl de ontknoping van de Dylan Dertig nadert, kun je mijn beschouwingen over die beste dertig liedjes nog eens nalezen op zijn en mijn site. Coming up next op a blog near you. In de tussentijd: Bob Dylan bij de uitreiking van de Grammy Awards, de meest prestigieuze muzikantenprijzen ter wereld. Waar de hele muziekbizz bijeen komt en de crème de la crème van muzikantenland zich presenteert op het podium. Zo ook Mumford & Sons. Daags na de awardshow nog één van de trending topics op twitter. Dat betekent: het was of heel slecht, of heel goed. Het was het eerste. Maar er was meer: een special appearance. Van His Bobness. Die had alle poliepen van Jan Smit, Frans Bauer en Caro Emerald bij elkaar verzameld, en zong uit schorre borst Maggies Farm. Spoel door naar 5:15 voor zijn acte de presence. Zonder piano, zonder gitaar. Just his voice. Verbazingwekkend hoe zijn stem jaar na jaar devalueert. Let in dat verband ook even op J-Lo, die aan het end braaf applaudiseert maar erbij kijkt alsof ze zojuist besloten heeft dat haar oren echt nodig uitgespoten moeten worden.

New York, New York

Ben er effe niet. Een weekie weg. Naar de city that never sleeps. The Big Apple. Blizzard strikes New York. In beter Nederlands: ding dong. De vlucht naar New York is geannuleerd vanwege een sneeuwstorm. U kunt uw koffers ophalen en daarna uw vlucht omboeken bij balie 19 in de ontvangsthal. Waar je vervolgens twee uur in een rij staat om uiteindelijk te horen dat de eerstvolgende vlucht op 31 december is. De dag dat je zou terugkomen van vakantie. Kortom: bummer. Of in beter Nederlands: reis geannuleerd. De volgende keer dan maar als de zon schijnt. En in de tussentijd: een top 10 van leukste liedjes over New York.

10. Alicia Keys – Empire State Of Mind
9. Bob Dylan – Hard Times In New York Town
8. Frank Sinatra – New York, New York
7. Lou Reed – Coney Island Baby
6. Ryan Adams – New York, New York
5. Leon Russell – Manhattan Island Serenade
4. Pogues – Fairytale Of New York
3. The Drifters – On Broadway
2. Simon & Garfunkel – The Only Living Boy In New York

James Blake

Kerst maakt de mensheid altijd een beetje week. Of zou het komen omdat er in de most wonderful time of the year echt betere muziek gemaakt wordt? Het nieuwe album van Adele gaat het nét niet halen onder de kerstboom, maar de eerste single is er al wel. Zing voor me van Lange Frans met Thé Lau, ook tranentrekkend mooi. Of wat te denken van Lost van Jonathan Jermiah? Op de valreep van dit jaar ontdekt. Dat geldt ook voor James Blake. Nooit gehoord van de man, en enig googlewerk leverde een uitgebreide bio op van een tenniser uit Amerika. Maar James Blake ook een engelse producer te zijn. Getipt door de BBC, en die weten van wanten, als hou-in-de-gaten-voor-2011. Dan komt ook z’n album uit, maar maak vast kennis met zijn wonderschone liedje. Zelden zoveel stiltes in één single gehoord. En dan die stem. En de muziek die je lichtelijk in verwarring brengt. Wat is couplet, wat is refrein? Ach, wat. Gewoon een wonderschoon liedje!

Weblogwoordvandeweek: twitter

Loggen over twitter. En dan weer twitteren dat je hebt gelogd over twitter. M’n moeder is me nu al kwijt. Maar dat was ze al toen ik zei dat ik op Napster in een recordtijd van 34 minuten een liedje had gedownload. In 96 k/bit weliswaar, maar toch. Op vrijdagavond vraagt half achter de geraniums zittend Nederland zich af of de Red Room bij The Voice of Holland soms een geheime afdeling van de NASA is waar gecodeerde berichten from outher space binnen druppelen. Hekje TVOH? Een hek staat om een weiland, waarbinnen koeien grazen, eens per half uur opgeschrikt door de stoomtrein van Haarlem naar Zandvoort, zegt de boer die niet vreet wat hij niet kent. Ok, en na de gekozen artikelen die je doorgaf aan de sprekende computer bij de besteltelefoon moest je ook op het hekje drukken. Dan stond er de volgende dag een medewerker van het postorderbedrijf voor de deur met de bestelde artikelen. Tjee, wat leefden we in een moderne wereld.

En toen kwam het moment dat overal iedereen altijd wilde weten wat iedereen overal deed. En altijd ook. En iedereen wilde laten weten wat ‘ie deed. Overal. Mijn moeder zag er het nut niet van in. Dan weet iedereen altijd maar alles over je. Dat wil ik helemaal niet, zei ze. En ik wil ook niet altijd alles van iedereen weten. Ik legde uit dat er inderdaad mensen waren die de hele dag leegliepen, lijdend aan de digitale diarree. Die zelfs echo’s van hun nog niet geboren baby op hun hyves plaatsten. Maar ja, dat was hyves, en dat was eigenlijk alweer 2009. Facebook was helemaal hot, bleek ook wel uit het feit dat Mark Zuckerberg, oprichter van Facebook, werd verkozen tot persoon van het jaar door tijdschrift Time. Maar ja, dat was een tijdscrift, en dat was eigenlijk alweer 1986. Dus download je ‘m op je I-Pad. Een soort laptop, maar toch ook weer niet. Meer… En daarmee was ik alweer de draad kwijt in het digitale woud waar ik door de bits en bytes de bomen niet meer zag en ik besloot dat dit de generatiekloof was. MSN was al uit voordat je aan de gepensioneerden van deze aarde kon uitleggen wat het was, de opvolger van ICQ natuurlijk, maar dan moest je nog uitleggen hoe het werkte. Maar vooral het waarom ontging haar. Via internet je rekening betalen, ok. Een mailtje sturen, prima. Maar wat is dan toch in vredesnaam het nut van twitteren tijdens een televisieuitzending? Ik kon het niet uitleggen. Ja, ik vertelde dat het heel slim was van John de Mol om elke kandidaat van The Voice een eigen twitteraccount te geven en er vooral veel aandacht aan te besteden in de uitzending. Dat hij daarmee de allerjongste doelgroep aansprak, die smsen eigenlijk al ouderwets vond, en die normaal gesproken hooguit met een half oog televisie hadden gekeken, maar nu ineens via hun tweede scherm betrokken werden bij het programma, en dat creeërde weer awareness op het web, en dat betekende een boel mention, en misschien werd je wel trending topic. Als die hashtag maar vaak genoeg werd gebruikt. Hoewel, met retweeten kom je ook een heel end natuurlijk. Tijdens een adempauze ontmoet ik twee ogen op steeltjes. Eigenlijk had ik die met m’n mobiel op twitpic moeten zetten.

Een mens gaat met zijn tijd mee. En dus opende ik een jaar geleden mijn eigen twitteraccount.

Ik was bang dat ik na twee keer te hebben gemeld dat ik een scheet had gelaten er wel klaar mee zou zijn, maar een jaar later en 1600 followers verder is de lol er nog steeds niet vanaf. Die zin kun je nog net binnen de 140 tekens kwijt, want twitter is behalve onuitlegbaar aan je moeder ook kort en bondig. Ok, je kunt langere teksten publiceren, maar alles boven de toegestane hoeveelheid verdwijnt achter een apart te openen link. Dat doe je dus niet. Hierbij nog 10 andere dingen die ik als don’ts beschouw op twitter.

1. Volg je mij, dan volg ik jou: een veelgehoorde vraag op twitter. Negeren! Tweets moeten interessant genoeg zijn om te lezen. Onderhoudend. Om te lachen. Of je bent Barack Obama. Dan mag je best vragen of ik je wil volgen.
2. Verklap niet teveel over je privéleven. Tenzij je een afspraak hebt met Barack Obama natuurlijk.
3. Wees niet te vaag. Dat lijkt op interessantdoenerij. Of je hebt niks te melden. Ja hij is echt ovaal! mag je alleen twitteren als je op bezoek bent bij Barack Obama.
4. Twitter nooit over eten. Tenzij je een lunchafspraak hebt met Barack Obama natuurlijk.
5. Twitter niet naar bekende of beroemde mensen in de hoop dat ze reageren en dat jij daardoor weer meer volgers krijgt. Tenzij je Barack Obama echt goed kent natuurlijk.
6. Twitter persoonlijk. Vertel wat je zelf leuk vindt. Al is het snooker. Of gekleurde Amerikaanse presidenten door de eeuwen heen.
7. Volg niet teveel mensen, dan staat je timeline binnen no time vol met dingen die je niet interesseren of die je niet kan volgen. Heb je zelf niet al teveel volgers, dan is break even een mooi concept: je volgt evenveel mensen als het aantal mensen dat jou volgt. En anders afronden op mooie getalen. 221 mensen volgen is niks, kies er dan nog één uit en maak er 222 van. Of rond het af naar ronde getallen. 10, 20, 30, enzovoorts. Barack Obama volgt momenteel 707,654 mensen. Dat is veel te veel, en het is een lelijk getal ook nog eens.

Waarom ik dit hier allemaal uitkraam? Omdat het op twitter niet past. En omdat het onderwerp werd aangedragen door Jordy Dijkhuizen. Beter gezegd @jordydijk. Volg hem op twitter!

[ Wil jij het weblogwoordvanvolgendeweek bepalen, laat 'm dan achter in de comments! ]

Weblogwoordvandeweek: bloemen

Bloemen houden van mensen. Een gevleugelde uitdrukking, hoewel nooit empirisch bewezen, maar dat heeft waarschijnlijk meer te maken met het feit dat bloemen nooit terugpraten als er tegen ze aangebabbeld wordt, wat wel meteen verklaart waarom vooral vrouwen van bloemen houden: dan kunnen ze eindelijk eens ongebreideld hun emoties de vrije loop laten zonder dat ze hinderlijk onderbroken worden door zo’n rationalistische lul die heel pragmatisch maar gevoelloos in twee kernachtige zinnen de oplossing voor het zojuist voorgelegde probleem aanreikt om vervolgens weer met z’n black & decker te gaan spelen. Theorietje mijnerzijds. Hoe dan ook: wat wel wetenschappelijk vaststaat is dat bloemen niet van metalmuziek houden. Hoewel, ook dat moet ik even nuanceren: bloemen houden meer van klassieke muziek dan van metal. Daar is dus ooit wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Vraag me niet waarom, maar iemand, waarschijnlijk een headbanger met hersenbeschadiging, kwam ooit op het idee twee identieke kassen te bouwen, met daarin identieke bloemen en een identiek klimaat. Er was één verschilletje: in de ene kas werd muziek van Mozart gedraaid en in de andere metalmuziek van Your Sister Was Killed By A Circular Saw And Now There’s Blood Everywhere – Jif Everythingcleaner, Where Are You? Of zoiets. En zeg nou zelf: which one do you prefer? Waarschijnlijk die eerste, waarmee je jezelf kunt feliciteren nooit in één ruimte te zijn geweest met een pianoautodidact die zichzelf Für Elise heeft aangeleerd en daar zo trots op is dat hij dat jou 49 wil laten horen, steeds sneller spelend op het klavier. Dan verlang je naar een goed stukje metal hoor. Voor de klassiek geschoolden onder ons: inderdaad, Für Elise werd door Beethoven gecomponeerd. Anyhow: het resultaat van het onderzoek laat zich raden, en inderdaad: de plantjes in de kas met metal groeiden beduidend minder snel dan de plantjes in de kas met Mozart. Voor de biologisch geschoolden onder ons: inderdaad, eerst had ik het nog over bloemetjes, en nu over plantjes.

Moraal van dit verhaal? Ik hou niet van metal, noch van Für Elise, koop zelden of nooit bloemen, en al helemaal niet voor mezelf, ben niet biologisch geschoold, en ook tuinieren is not my middle name. Maar ik heb wel twee bloemtjesblousen. Omdat ik hou van mensen met bloemetjesblousen. Mensen met bloemetjesblousen zijn namelijk cool. Ga maar na: Hugo Borst is van de bloemetjesblousen. Meestal met één knoopje teveel los, maar hij is cool. Jeroen Pauw is van de bloemetjesblousen. Hij is beyond cool. Albert Verlinde is van de bloemetjesblousen. Hij is absoluut niet cool, maar toch cooler dan wanneer hij een coltrui draagt. Martin Bril was van de bloemetjesblousen. Hij is niet meer, maar was zeker cool. Matthijs van Nieuwkerk zou een bloemetjesblouse kunnen dragen. Bovendien is hij bijna net zo cool als Jeroen Pauw. Zijn muzikale wapenbroeder Leo Blokhuis is van de bloemetjesblousen. Hij weet onwaarschijnlijk veel van muziek, veel meer dan ik, da’s niet cool, maar het is niettemin toch een toffe peer. Conclusie: bloemetjesblousen zijn cool. Waarom de door mij geintroduceerde Foute Bloemtjes Vrijdag, de dag waarop heel Nederland collectief z’n coolheid in de strijd had moeten gooien, dan nimmer van de grond is gekomen is me dan ook een raadsel. Gelukkig vriest het momenteel dat het kraakt, en staan de bloemetjes op de ramen. Het is koel. Ik ga een trui aantrekken.

[ Wil jij het weblogwoordvanvolgendeweek bepalen, laat 'm dan achter in de comments! ]

Tallest Man On Earth

Dit krijg je als je Mumford & Sons met Bob Dylan kruist. Zoiets. Zoiets als de opzwepende folk van Mumford & Sons maar dan met alleen gitaar meets Bob Dylan anno 1993 met alleen gitaar. Zoiets. Als je Tallest Man On Earth zou moeten beschrijven. Een klein beetje linksdraaiende yoghurtmuziek, dat wel, but I like it. Net als Mumford & Sons en Bob Dylan. Over die laatste gesproken: het is vast niet toevallig dat hij zingt over boots of spanish leather. Lijkt mij een verwijzing naar eh… juist, Boots of Spanish Leather. Van Bob Dylan dus. Afijn: Tallest Man On Earth, 1 meter 72 lang, afkomstig uit Zweden, King of Spain, check:

Ryan Shaw @TivoliUtrecht

Weblogwoordvandeweek: afwasborstel

Het is donderdagmiddag, een uur of 5. Ik hoor het nieuws op de radio. Dat hoorde ik een uur geleden ook al. Ik rij met een gangetje van hooguit 20 kilometer per uur. Ik ben expres vroeg van huis gegaan, want hoewel de persoon waarvoor ik in de auto zit vaak te laat komt, ben ik zelf liever op tijd. 2 over 5. Een uur geleden werd een vertraging voorspeld van 26 minuten, nu meldt de verkeersinfo drie kwartier. Normaal gesproken had ik een cd’tje van huis meegenomen om alvast in de stemming te komen, maar die ben ik vergeten. Ik graai met mijn linkerhand in het portiersvak. Deo meegenomen, maar die heb ik nu niet nodig. Ik pak het briefje met erop een paar regels routebeschrijving. Terwijl ik links aanhou om de A12 op te rijden is het navigatiesysteem nog op de Fokkerweg in Hoogeveen. ‘Waiting for GPS signal.’ Tegen de tijd dat het apparaat begint te werken rij ik Arnhem in, en lees op een bord dat ik linksaf moet, terwijl de stem uit het kastje dicteert dat ik na 100 meter rechtsaf moet slaan.

Ik rij het parkeerterrein op van Burger’s Zoo. Ik parkeer tussen de bomen. ‘Waar moeten we heen?’ vraagt een vrouw voor me aan niemand in het bijzonder. Ik haal m’n schouders op. ‘Weet het ook niet.’ Ik ontwaar een pendelbus. Een parkeerwachter foetert op een bestuurder in een Audi TT. ‘Zo’n klein wagentje en dan nog 15 parkeerplaatsen nodig hebben.’ Ik loop verder, achter de meute aan. Parkeren + pendelbus: 12 euro. Gelieve gepast te betalen. Ik vraag aan de kassa om één kaartje en betaal met een briefje van 20. Als ik naar de bus loop staan de deuren nog open. Ik stap in het achterste gedeelte van de harmonicabus in, kijk in het rond en vind een plaatsje in het hoekje van de achterste rij. Terwijl ik uit het raampje tuur komt er een vrouw naast me zitten. Ze lijkt te schrikken van de bobbel in mijn linkerjaszak. De deuren doen pfssst. De buschauffeur vermeldt dat het ongeveer 20 minuten gaat duren en dat we straks niet in de verkeerde bus moeten stappen als we terug willen. P10 moeten we onthouden, desnoods even op het kaartje opschrijven, adviseert hij. Ik doe de oordopjes in van m’n Ipod en druk op shuffle. Elvis Costello begint Pump It Up te zingen. Uit mijn jaszak haal ik een flesje cola. De vrouw naast me lijkt zich te ontspannen. Pfssst doet de dop. In mijn oor hoor ik INXS. Suicide Blonde. Ik heb niet zoveel zin in dit nummer, maar luister ‘m toch uit. Tegenover me zitten een man en een vrouw. De man lijkt me architect. Of misschien dokter. Hij ziet er met z’n grijzende krullen en lijnen in het gezicht ouder uit dan de vrouw naast hem. Ze stuurt een smsje. Stopt dan de telefoon in haar BH, terwijl ze de man aankijkt. De man glimlacht vaag. Dan wrijft ze met haar hand over haar buik. Daarna legt ze haar arm om hem heen. Zou hij een cabrio hebben? Misschien heeft hij al kinderen, uit een eerder huwelijk. Nee, bedenk ik me, hij is getrouwd geweest, een kinderloos huwelijk, dat maakte het ook makkelijker om weg te gaan. Zij is in de bloei van haar leven en denkt: nu of nooit.

Als we uitstappen merk ik dat ik moet plassen. Ik loop tegen de massa in richting de Mc Donalds. Voor de wc staat een enorme rij. Terwijl ik me wil omdraaien zie ik dat het alleen vrouwen zijn. Ik loop langs de rij, links de hoek om, richting de herenwc. Als de deur van het slot gedraaid wordt, zie ik een vrouw naar buiten lopen. De rest van de vrouwen blijft geduldig wachten in hun eigen rij. Maar de rij voor de vrouwentoiletten is nog niks vergeleken bij de rij voor de balie in het restaurant zie ik als ik terugloop. Ik besluit naar buiten te lopen. Op het plein is een grote tent waar eten en drinken verkocht worden. Ook daar is het druk, maar ik besluit toch in de rij te gaan staan. Dan zie ik dat ik eerst munten moet kopen. Die worden per vier verkocht. Ik besluit er vier te nemen. Dat is dan 10 euro. Ik kan pinnen. Ik ga opnieuw in de rij staan en wacht tot ik aan de beurt ben. De muziek op mijn Ipod wordt overstemd door het geluid uit de boxen. Het meisje dat broodjes open staat te snijden zingt mee. Can You Feel It, pom pom pom pompom. Ik bestel een broodje gyros. Met knoflook. Ik hou twee munten over.

Als ik even later al etend langs de beveiliging loop, vraagt de mevrouw of ze me mag fouilleren. Dat mag. Het flesje mag niet mee naar binnen. Ik drink nog snel een paar laatste slokken, en gooi het flesje samen met de verpakking van het broodje in de container. Nu heb ik niks meer te drinken. Maar ik heb ook nog honger, stel ik vast als ik het stadion binnen loop en zie dat ook daar standjes met eten staan. Ik bestel een broodje beenham. Dat is anderhalve munt. Ik geef mijn overgebleven twee en wil weglopen, maar de mevrouw zegt dat ik nog een halve terugkrijg. ‘Maar wat kan ik met een halve munt?’ vraag ik en besef me dat het iets aardiger uit mijn mond had mogen komen. ‘Ja, misschien dat je iets tegenkomt dat precies een halve munt kost, daar op de tribunes kun je ook nog snoep kopen voor een halve munt volgens mij.’ ‘Dat is ook weer zo,’ zeg ik zo vriendelijk mogelijk. Ik stop de halve munt in mijn zak en terwijl ik naar het midden van de zaal loop, zie ik beveiligers voor de tribune staan. Daar heb ik geen kaartje voor, dus daar kom ik nooit op. Een paar meter voor de mengtafel besluit ik mijn plek in te nemen. Mijn jas hou ik nog even aan. Een aantal mensen zit op de grond. Ik kijk op mijn horloge. Nog een uur. Dan ga ik ook maar zitten, terwijl ik mijn broodje opeet. Het servetje stop ik in mijn jaszak.

Om me heen komen steeds meer mensen staan. Ik ga ook weer staan. Ik kijk eens wat in het rond, hoor de gesprekken rondom mij. ‘Twee lullige schermpjes, meer niet. Lekker low budget,’ zegt iemand achter me. ‘Ja, behalve de artiest dan. Die is vast niet low budget.’ Ze vinden dat ze een mooie plek hebben. ‘Maar ja, als je vooraan staat, sta je ook helemaal vooraan hè,’ zegt de één. ‘Ja,’ beaamt de ander. Ik pak m’n mobiel. Ik open een berichtje. ‘Als je vooraan staat, sta je ook helemaal vooraan hè’ typ ik, en sla het op als een conceptbericht. Ondertussen kijk ik of ze niet meelezen. Ik voel me toch een beetje bespied. En dat terwijl je hen staat af te luisteren, fluistert een stemmetje in me. Als ik één van de jongens aankijk, kijkt hij terug. Net iets te lang. Ik wend m’n hoofd snel af. Als ze beginnen over welke nummers ze graag willen horen, kan ik me toch niet inhouden en kijk ik weer. ‘Jij mag ook meedoen hoor,’ zegt de jongen die me net ook al aankeek. ‘Eh… Dan ga ik voor Sometimes It Snows In April.’ ‘Als openingsnummer?’ vraagt de andere jongen. ‘Oh, op die manier, dat had ik niet meegekregen. Mag ik nog een keer?’ ‘Nee, je hebt nu al een antwoord gegeven.’ ‘Wat win je er eigenlijk mee als je het goed hebt?’ vraag ik. ‘Niks. Ja, de eer van de avond.’ ‘In dat geval ga ik voor Housequake’ zeg ik, ondanks dat ik niet meer mag meedoen. ‘Oh ja, da’s ook wel een goeie.’

Een meisje naast me foetert quasi-kwaad. ‘Wacht maar, als het dadelijk begonnen is kruip ik gewoon naar voor,’ zegt ze met zachte g. ‘Je hebt ze ook wel uitgezocht,’ zeg ik, wijzend naar twee mannen van bijna twee meter voor me. ‘Ja, da’s vervelend als mensen langer zijn dan jij en ze staan voor je,’ zegt een man naast me, die zelf nog langer is dan de twee mannen van bijna twee meter.’ ‘En dat zeg jij?’ merk ik lachend op. ‘Je mag best voor me staan hoor,’ zeg ik tegen de vrouw, ‘en jij ook,’ zeg ik tegen haar man, of vriend, ‘maar dan moet je me wel het komende half uur vermaken.’ Een man die in de buurt staat heeft een krant meegenomen en leest eruit. Hij heeft een blauwe polo aan, draagt een serieuze bril en kijkt ernstig. Type accountant uit Nijkerk, of Ermelo. Ik vraag me af of hij soms verkeerd is. Op m’n horloge is het bijna 8 uur. ‘Benieuwd of die op tijd begint,’ zegt de vrouw voor me. De accountant pakt z’n telefoon, speurt de zaal rond, onderwijl op z’n mobiel kijkend. Dan doet hij zijn telefoon aan zijn oor. Er gebeurt niks. Hij belt nog een keer, terwijl hij steeds ernstiger gaat kijken. Ik bedenk me op wie hij lijkt, maar ik kan geen persoon bedenken. Hij heeft wel z’n vrijetijdsschoenen aangetrokken zie ik nu. Afwasborstel, bedenk ik me, hij lijkt op een afwasborstel. Hij kijkt nog één keer ernstig de zaal rond, het is al kwart over 8. Dan gaat het licht uit. Het gaat beginnen.

[ Wil jij het weblogwoordvanvolgendeweek bepalen, laat 'm dan achter in de comments! ]

« Nieuwere berichten          Oudere berichten »
Weblog      Beste Bob      Muijs gemist      Muijst wanted      Contact
© Martijn Muijs 2012