Radio 538KX Radio
Weblog Beste Bob Muijs Gemist Muijst Wanted Muijsmail
Weblogwoordvandeweek: geurkaars

Geurkaars. Klinkt als romantiek voor blinden. Bij gebrek aan uitzicht op een flakkerend vlammetje herkennen ze nu aan de geur van citronella, dennenappel of mirre het ‘zeg-hè-gezellig’ momentje. Of zou het luchtje eraan toegevoegd zijn uit veiligheidsoverwegingen, zoals aan gas een geurtje is toegevoegd, zodat je na drie weken zomervakantie op een camping in de Dordonge bij terugkomst in je eigen huis in ieder geval ruikt dat je je gas hebt aan laten staan? Naar alle waarschijnlijkheid is het vrouwenuitvinding, aangezien vrouwen de enige soort op aarde zijn die geurkaarsen kopen. Nou, ok, mannen zouden het ook kunnen doen, omdat er naast de brood, melk en eieren ook geurkaarsen stond vermeld op het boodschappenbriefje. Het nut van geurkaarsen is mij als man dan ook een compleet raadsel. Als ik er een geur aan zou mogen toevoegen, dan zou het de geur van de net afgestreken lucifer zijn. Daar kan geen bos dennenbomen tegenop. Of zou het een uitvinding zijn van een aantal wetenschappers die na werktijd toch niks beters te doen heeft (want geen vriendin en vrienden) en onder kaarslicht (de baas heeft uitgevonden dat de elektriciteit uitdraaien na vijfen geld bespaart) en na een proefje van enkele chemische restanten uit het laboratorium tot het voortschrijdende maar verder volkomen overbodige inzicht zijn gekomen om iets aan het wiel, of in dit geval, het waxinelichtje, toe te voegen? Hahaaaaa. Weet je wát we doen? We voegen er voor de gein een geur aan toe! Terwijl ze om beurt nog een hallucinerende haal boven de dampende zwavelpot opsnuiven. Laat ze dan ook meteen de geluidkaars uitvinden. Zoéén die je waarschuwt vlak voor het uitdoven. Of zegt: pas op, ik heb een druiper. Of de wetenschappelijke kaars. ‘Hallo, ik heb een pit van katoen met daaromheen stearine, paraffine en bijenwas.’ Of één die het volledige repertoire van Nana Mouskouri laat horen. De fètakaars.

Kaarsen. Raar eigenlijk dat die dingen nog steeds gebruikt worden. Ok, iets oostelijker gelegen, achter het voormalige ijzeren gordijn, begrijp ik het nog: daar is het niet de vraag óf de stroom gaat uitvallen, eerder wanneer en vooral: hoe lang moeten we deze keer bij kaarslicht ganzenborden? Hier in het moderne West-Europa hebben we daar een Wii voor, en die doet het altijd, evenals de gloeilamp boven het apparaat. Bovendien hebben we Philips als nationaal erfgoed hoog te houden. En met de komst van deze Edison-uitvinding is de kaars volledig overbodig geworden. Overigens: zouden de gebruikers van de eerste gloeilamp na het indraaien ook tegen elkaar hebben gezegd: ‘hè, gezellig’?

Wist je trouwens dat mensen bij een hogere temperatuur elkaar gezelliger vinden dan bij een lagere? Mensen die met elkaar in één ruimte zitten waar de kachel op 14 graden staat hebben meer moeite elkaar aardiger te vinden dan als de thermostaat in diezelfde ruimte 21 graden aangeeft. Dat hoorde ik tenminste in het programma Labirinth van de VPRO op Radio 1. Dus dan zal het wel waar zijn. Daar vertelden ze trouwens ook dat mensen geneigd zijn elkaar na te apen als ze in dezelfde ruimte zitten: zitten er drie mensen met hun rechterhand onder hun kin; grote kans dat een vierde man die de kamer binnenkomt dat onbewust ook doet. Net als je een voorkeur voor de linker- of rechterrij hebt als je een bus binnenstapt. Sterker nog: in een lege bus ga je waarschijnlijk altijd op ongeveer dezelfde plek zitten. In een volle bus heb je je second opinion ook al onbewust bepaald waar te zitten als je favo plek bezet is. Wat meteen de vraag opwerpt of je als mens eigenlijk nog wel zelf kunt nadenken en beslissingen kunt nemen, of dat alles op voorhand al is vastgelegd in je onbewuste. Onbewuste, zei de wetenschapper op de radio, wat weer iets anders is dan het onderbewuste. Het onderbewuste is vooral een uitvinding van Freud, die bedacht dat iedereen uiteindelijk eigenlijk liever met z’n moeder was getrouwd. Maar hoe zit het dan met sublimale communicatie hoor ik een voormalig Kijk-abonnee vragen. Je zit naar een film te kijken en in een split second laat Coca Cola een flesje van eigen merk zien. Je ziet het niet, maar je brein heeft het wel gezien. Heb je dat dan niet in je onbewuste opgeslagen? Het antwoord is: ja. Heeft het effect? Nee. Tijdens een wetenschappelijk onderzoek testten ze twee groepen mensen die naar dezelfde film keken. De ene groep kreeg de film te zien waarin korte frames met colaflesjes waren verwerkt; de andere groep zag de onbewerkte film. Resultaat: ondanks dat je die colaflesjes niet bewust hebt opgemerkt, registreert het brein ze wel. Heeft het enig effect in de pauze? Maar het aantal verkochte colaflesjes was gemiddeld genomen bij beide groepen even groot. Conclusie: je brein in onbewust te beinvloeden, maar gedrag beinvloeden is een stuk moeilijker.

Nu nog een eind verzinnen voor dit stukje. Daar ga ik maar eens een nachtje over slapen. Dat was goed volgens de wetenschapper: je onbewuste rangschikt tijdens de nachtrust alle bewust opgeslagen informatie van de dag of weken ervoor, waardoor je de volgende dag betere beslissingen kan nemen. Dat kan kloppen, want dit einde had ik gister al zo’n beetje bedacht en na een nachtje slapen tik ik het er zonder problemen uit. Al gaat het stukje zo wel een beetje als een geurkaars uit.

[ Wil jij het weblogwoordvanvolgendeweek bepalen, laat 'm dan achter in de comments! ]

Musea of nee

[photopress:kunst.jpg,thumb,pp_image]
Jaja, het museum. Zo’n gebouw met schilderijen. Of voorwerpen uit de zoveelste eeuw voor Christus uit de Ming dynastie die je vooral niet wilt omstoten omdat je dan de rest van je leven meuseumkaarthouder bent zonder gereduceerd tarief. Vroeger, als in: mijn middelbare schooltijd, had je nog wel eens een excursie naar het museum. Het Van Gogh museum ofzo. Nou heb ik die zonnebloemen wel gezien, maar telkens in een split second, omdat we altijd zo hard mogelijk door de gangen renden op zoek naar de uitgang. Dat formulier met vragen lieten we later wel invullen door het braafste jongetje van de klas dat bij elk schilderij 10 minuten stond te peinzen, en wij gingen de grote stad in.

Intussen heb ik de kunstklassiekers wel van m’n lijstje afgevinkt. Rijksmuseum, Kröller-Muller, het Louvre. Weinigen met mij vrees ik vaak, aangezien ik meestal tussen de grijze permanentjes loop. Kunst is kijken. En daar hebben de meeste mensen geen tijd voor. Ik kan ook niet uitleggen waarom ik het dan wel leuk vind om een paar minuten voor een vaas zonnebloemen te staan. Misschien is het de gedachte ‘dat kan ik zelf ook.’ Of: hoe krijg je het voor elkaar om het er zo echt uit te laten zien. Of: wat een geklieder. Of: geen idee wat dit moet voorstellen. Of: wat is dit mooi, ik zou het zo boven m’n bank willen hangen. Of: wat is dit mooi, maar ik zou het niet boven m’n bank willen hangen. Weet ik het. Mensen lezen tegenwoordig ook geen boeken meer, naar de film gaan gaat nog net, maar een toneelvoorstelling is natuurlijk hopelijk ouderwets, laat staan dat je de moeite neemt een geolieverfd doek uit zestienhonderdzoveel te bekijken.

Kortom: het zal niet zo veel zin hebben om je warm te laten lopen voor een tentoonstelling die momenteel te zien is in Museum De Fundatie in Zwolle. Maar ik doe toch een poging. Wellicht is je interesse gewekt als ik er een naam van een BN’er ingooi. Dus zeg ik: Wubbo Ockels. Maar die schildert dan weer niet. Poging twee. Jeroen Krabbé, bekend als acteur, maar daarnaast ook schilder. Niet dat je hem nou meteen kan vergelijken met een Rembrandt of Van Gogh, maar zijn schilderijenserie maakt toch indruk. Negen zijn het er in totaal. Getiteld: de ondergang van Abraham Reiss. Wat dan weer de grootvader van Jeroen was. Een joodse man, opgegroeid in Amsterdam, en tijdens de oorlog via Westerbork op transport gezet naar Sobibor, waar hij bij aankomst werd vergast. Een heftig verhaal, uitgebeeld in 9 schilderijen, of statiën zoals Krabbé ze noemt, zoals de 14 statiën de lijdensweg van Jezus uitbeelden. Vrolijk wordt je er niet van, indrukwekkend is het wel.

Ben je er nog of al afgehaakt? In het eerste geval: de schilderijen van Krabbé, op megagroot formaat, zijn nog tot begin december te zien in Zwolle. En op de benedenverdieping hangt nog meer geklieder. En olieverfschilderijen uit zestienhonderdzoveel. Aanrader.

Weblogwoordvandeweek?

[photopress:error.jpg,thumb,pp_image]
Fail. Zou het weblogwoordvandeweek kunnen zijn. Want na twee afleveringen zit de klad er al in. Klad. Ik zou er een viertal pagina’s over kunnen volschrijven… Dus hallo, Nappies van Nederland, steek die hand eens in eigen boezem en tiep ondertussen met de nog resterende hand een woord! Welk woord? Maakt niet uit! Een woord. Wat dan weer het weblogwoordvandeweek wordt. Zodat ik wat te tikken heb. En hier iets te lezen valt. Kom maar kom maar kom maar!

Prince: heerlijk!

[photopress:prince_1.jpg,thumb,pp_image]
Oei. In grote staat van verwarring. Noem het een intern conflict. Ik heb ooit eens met mezelf afgesproken nooit meer naar het Gelredome te gaan voor een concert. En een tochtige herfstachtige zaterdagochtend beschouw ik in principe als uitslaapmoment. In principe. Want ineens komen al mijn principes op een herfstige tocht te staan. Veroorzaakt door één man. Prince. En die staat toch echt wel op het lijstje om twee keer te zien in m’n leven.

De eerste keer was in 2002. Toen Prince nog TAFAP heette. Wat dan weer het antwoord was op het onuitsprekelijke symbooltje, wat later The Symbol werd, nadat hij zichzelf The Artist noemde. Of zoiets. Hij had zich even daarvoor bekeerd, was Jehova’s Getuige naar verluidt, en ik had De Wachttoren nog wel zingend uit zijn mond willen horen. Dat is ook zo ongeveer de samenvatting van The Rainbow Children, het album dat toen net uit was, met tot grote opluchting veel vette funk en tot grote ergernis van menigeen ook doorspekt met vage spirituele boodschappen. Whatever. Prince, pardon TAFKAP, had in elk geval muzikaal de smaak weer te pakken en zo vaak trad ‘ie nou ook weer niet op, en dat hij iets te glijerige liedjes als Cream, Get Off en Sexy MF niet meer mocht doen van zijn hoogste Heer namen we dan maar op de koop toe. Dus naar Ahoy.

Al had ‘ie zich misschien bekeerd; de ster uithangen had ‘ie nog niet verleerd: ruim 2 uur kwam hij te laat voor de soundcheck. Die we mochten bijwonen, dat dan weer wel. Dankzij een NPG-membership kreeg een deel van het publiek het voorrecht plaats te nemen in het voorste vak voor het podium en als toef op de taart mochten we de meester een beetje zien aanklooien voorafgaand aan de show. Terwijl de temperatuur opliep in de Rotterdamse catacomben -een aantal mensen viel flauw, nog zonder iets van de grote kleine man te hebben gezien- hoorden we toch duidelijk iets. Een bas plokte, een bassdrum dreunde. Sound? Check. Dit was toch de soundcheck waar we bij mochten zijn? Mis. Dit was de soundcheck voor de soundcheck en de deuren bleven dicht. Om het inmiddels rusteloze geroezemoes te sussen sprak een beveiliger de legendarische woorden: zometeen gaan de deuren open, maar er gebeurt niks. Dat klopte. Na nog langer wachten en dankzij de geopende deuren een beetje frisse lucht, mochten we dan eindelijk het sportpaleis betreden, waar Prince zowaar met zijn beentjes over het podium bungelde. Hij had een basgitaar in z’n hand. En bleek beter bas te kunnen spelen dan zijn eigen basgitarist.

Het uiteindelijke concert was knetterhard, maar keigoed. Maceo Parker en onzuh eiguh Candy Dulfer toeterden dat het een aard had, de funk knalde tot in je diepste poriën. Dat het openingsnummer The Rainbow Children door niemand meegezongen kon worden en maar liefst 20 minuten duurde deerde helemaal niemand meer. De grote hits kwamen later, verpakt in een medley. Purple Rain kennen jullie nu wel, leek hij maar te willen zeggen. En zo is het maar net. Of hij mijn favo Prince nummer nog gedaan heeft, Sometimes It Snows In April, weet ik niet meer, maar ik doe gewoon net alsof. Zo euforisch ging ik weer weg.

Des te groter was de deceptie toen we aankwamen in Nighttown, een klein clubje, even verderop in Rotterdam. Prince is beroemd om zijn aftershows, en dat geldt zowel bij doorgaan als afzeggen. 50% kans dat hij een paar uur na het concert zou komen opdagen, dus voor de zoveelste keer stonden we te wachten in de rij voor de deur. Waar nog eens 20 euro werd gevraagd voor een onzekere afloop. Of Prince daadwerkelijk kwam afteren kon de kassajuffrouw natuurlijk niet zeggen. Bij binnenkomst stond er alleen een DJ te draaien; geen instrument te bekennen en na 5 minuten trokken we de conclusie: die aftershow van Prince was een illusie. Mijn Princevriend belde de volgende dag: na het tweede concert was Prince wel komen opdagen in Nighttown. Het was natuurlijk te gek en bladiebla… de rest wilde ik niet eens meer horen.

Het was meteen de laatste keer dat Prince optrad in Nederland. Tot ineens bekend werd dat hij op 18 november komt concerteren in het Gelredome. Het Gelredome. Gatverdamme. Ok, de Arena is erger, maar ik had mezelf toch echt bezworen na een concert van Paul McCartney nooit meer naar die galmbak te gaan. Maar ja. Wel Prince. En dus snel uitverkocht. En dus zaterdagochtend vroeg op voor kaarten. En dus zit ik in dubio. En dus: wordt vervolgd. Of niet.

Weblogwoordvandeweek: meisje

[photopress:meisje.jpg,thumb,pp_image]
Meisje. Ik ben het niet. Ook nooit geweest trouwens. 28 jaar geleden werd bepaald dat de babykamer blauw zou worden. Overigens: is er iemand die weet waarom jongenskamers lichtblauw worden geverfd, terwijl roze traditioneel op de muren wordt gesmeerd als men een meisje verwacht? Daar schijnt geen eensluidend antwoord op te zijn. In het pleistoceen moesten vrouwen – als verzamelaars – vooral de kleur van rijp fruit goed kunnen herkennen. Rijp fruit is rood. Mannen daarentegen gingen op jacht en hadden dus niks aan een extra sensor voor roodtinten. In plaats daarvan gingen ze voor de koele tinten, zoals blauw. Maar in de katholieke Middeleeuwen werd rood – de kleur van vuur en bloed – dan weer als een mannenkleur beschouwd, terwijl blauw – de kleur van het water – een vrouwenkleur was. En dus doen ze het in België precies omgekeerd. Daar was rijp fruit in de middeleeuwen ook nog blauw. Ofzo. Hoe dan ook: de geboortekaartjes met ‘hoera, Marjolein is geboren’ konden linea recta richting prullenbak. Wie heeft het niet eens gevraagd: mam, hoe had ik eigenlijk geheten als ik niet een jongetje maar meisje was geweest? Marjolein was het antwoord van mijn moeder. Of Marjolijn, want uit haar gesproken antwoord kon ik de spelling niet opmaken.

Hoe ik als meisje was geweest kan ik slechts raden. De lego werd dan ingeruild voor barbies, ik deed geen cursus figuurzagen maar was erg onsuccesvol in het haakklasje, had ik op iets latere leeftijd geen crush op Daphne Bunskoek gehad maar was Wessel van Diepen onderwerp van mijn puberdromen, het drumstel was een dwarsfluit geweest. En had ik dan eigenlijk bij de radio willen werken? Gek genoeg is het aandeel vrouwen op de radio ongeveer even groot als dat van hun mannelijke collega’s, zolang het nieuwslezen en presenteren van journalistieke programma’s betreft. Maar muziekradio? Net zo mannelijk als de paardenstaart van André Agassi. Zoals secretarissen echt geen mannelijke secretaresses zijn, zo is de discamazone nooit de vrouwelijke versie van de DJ geworden. Ieder jaar is het tijdens de uitreiking van de Radioring weer bal. Het hengstenbal kent een kortstondig feminiene terzijde, als de zilveren radio ster in de categorie vrouw wordt uitgereikt. Aan altijd weer één van dezelfde drie genomineerden. Claudia de Breij, Froukje de Both, Annemieke Schollaardt. Waarvan de laatste de enige echte fulltime vrouwelijke radiomaker is, zolang ze heur hart niet aan de VPRO-televee verpandt tenminste. Is het als man bijna ondoenlijk om je tussen de 30 medekandidaten te wurmen: als vrouw op de radio ben je verzekerd van een plekje in de longlist, alleen al omdat je vrouw bent. Waarom houden vrouwen niet van plaatjes aan elkaar praten, een wistudatje eruit gooien over Bruno Mars, een hoeheetjehoegaathetmetjewatdoejevoordekost-gesprekje met een beller aanknopen en dan doorrrr met de hete hits? Terwijl de vrouwen toch in even grote getale aanwezig zijn als het gaat om het consumeren van het geluid uit de radiospeaker: Radio 538 heeft gemiddeld genomen zelfs meer vrouwelijke dan mannelijke luisteraars. Daarom ben ik ook blij met collega Kim, die de uitzondering vormt die de regel bevestigd. Hoewel ze ook van voetbal houdt en whisky kan drinken als een tempelier.

Zoals James Brown ooit al eens zong. This is a man’s world. But it wouldn’t be nothing without a woman or a girl. Is er misschien een secretaresse die dit ingesproken bandje even kan uittypen?

[ Wil jij het weblogwoordvanvolgendeweek bepalen, laat 'm dan achter in de comments! ]

Tegeltjeswijsheid

[photopress:tegeltje2.jpg,thumb,pp_image]
Ze zijn terug van eigenlijk nooit weggeweest: de Manic Street Preachers. Met de good old wall of sound uit Motorcycle Emptyness en een tekst die If You Tolerate This, Your Children Will Be Next evenaart. Alleen die eerste zin al. To Feel Forgiveness You Gotta Forgive. Kan zo op een tegeltje. En ook de titel van hun nieuwe single zou je zo in Delfts blauw op de schoorsteenmantel kunnen zetten: (It’s Not War) Just The End Of Love.

Om de terugkeer van de Manics te vieren doe ik volgende week vrijdag in De Piepshow op KX Radio een top 10 van tegeltjeswijsheden. Met deze natuurlijk op 1. En verder bijvoorbeeld:

Manic Street Preachers – If You Tolerate This, Your Children Will Be Next
A Flock Of Seagulls – The More You Live, The More You Love
Carly Simon – It’s Hard To Be Tender
Joe Jackson – You Can’t Get What You Want (‘Til You Know What You Want)
Smashing Pumpkins – The End Is The Beginning Is The End
Richard Ashcroft – Music Is Power
Poison – Every Rose Has It’s Thorn
Notorious B.I.G. – Mo’ Money, Mo’ Problems
Lenny Kravitz – It Ain’t Over ‘Til It’s Over
The Beatles – All You Need Is Love
New Radicals – You Get What You Give
Sheryl Crow – Every Day Is A Winding Road
R.E.M. – Everybody Hurts
Bob Marley – No Woman, No Cry
10CC – Life Is A Minestrone
Phoenix – Everything Is Everything
Curtis Mayfield – If There’s Hell Below, We’re All Gonna Go
Hot Chocolate – Everone’s A Winner
The Cure – Boys Don’t Cry
Bananarama – It Ain’t What You Do It’s The Way That You Do It
Solomon Burke – Everybody Needs Somebody To Love

Welke moet er zeker in? Vul aan en laat het weten in de comments!

Weblogwoordvandeweek: gestampte muisjes

[photopress:gestamptemuisjes.jpg,thumb,pp_image]
Gestampte muisjes, niet te verwarren met gestampde muisjes. Leg aan een gemiddelde 15-jarige de vraag voor om gestampte muisjes te spellen, en ze spellen naar alle waarschijnlijkheid gestampde muisjes, maar naar alle waarschijnlijkheid sgrijfen se ook nar ale waarsgijnlijkhijt. Het onderwerp gestampde muisjes (die dus grammaticaal gezien een postzegel op hun rug geplakt hebben gekregen, vast familie zijn van de ooraangenaaide muizen, zelf nar ale waarsgijnlijkhijt op transport zijnde naar het volgende biomedische tussenstation, en die -omdat de TNT het ook niet makkelijk heeft nowadays- zich dus een postzegel aangenaaid hebben gekregen, dat scheelt likken) laten we bij deze even voor wat het is. Gestampt dus, want de stam van stampen is stamp en de p bevindt zich in ‘t kofschip, of het fokschaap zo u wilt, en dus stam + t. Of in dit geval: stamp plus t. Eén en ander kunt u niet nalezen op teletekstpagina 367, raadzamer is in dit geval een vierdejaarsleerling van de pabo te raadplegen, en het dan precies au contraire te doen. En hoe u dat moet doen vraagt u dan weer aan een doorgewinterde lerares Frans, niet te verwarren met een Franse lerares.

Trouwens. Even een vraag tussendoor. Wanneer was de laatste keer dat u een muis heeft gestampt? In mijn geval zal dat toch alweer een jaar of wat geleden zijn. Het was in elk geval in het tijdperk voordat de poes werd gestampt. Dat gebeurde naar ik mag aannemen door een voorbijrazende auto, maar een passerende trein kan het ook geweest zijn: de toedracht zal ik nooit te weten komen, aangezien Wally (oh, had ik al verteld dat ze Wally heette en vernoemd is naar charmezanger Eddy Wally? Nee? Ze heette Wally en is vernoemd naar charmezanger Eddy Wally. Het leek me logischer het poesje Wally te noemen en haar broer, een kater dus, Eddy dan andersom) van de ene op andere dag spoorloos verdween. Tot die tijd, met name tijdens de wat warmere maanden van het jaar, lag er voor de achterdeur en heel soms achter de voordeur wel eens een muisje. Ik twijfelde of er wel voldoende voer in het kattenbakje had gezeten, maar het hoopje voer was bijkans onaangeroerd, wat me meteen aan het twijfelen bracht over de kwaliteit van de Lidl-grootverpakking. Zo likkebaardend als die poezen in de Whiskasreclame had ik de viervoeters in mijn nabijheid sowieso nog nooit gezien, misschien dat ze daarom maar buiten de deur aten. Maar ik werd ruw gewekt uit mijn existentiële poezenvragen. Er bewoog iets. Geen vloeiende beweging, meer schokkend. Wat ik te zien kreeg schokte ook mij: het muisje was nog niet overleden. Levend kon ik het echter ook bepaald niet noemen. In poezenexistentialisme was het waarschijnlijk al te ver heen om nog als interessante prooi aangemerkt te kunnen worden. Wat dat betreft kunnen katten zich erop voorstaan de penoze uit het dierenrijk te zijn: meppen tot het half dood is, eventjes het slachtoffer op adem laten komen, laten aansterken, en als het zichzelf dan voldoende heeft opgelapt om iets van weerstand te kunnen bieden – hoppa, de volle laag erover heen. En dan ongeïnteresseerd weglopen. Of ze denken dat die vierkazenpizza van gisteravond toch niet toereikend is geweest voor de Godfather (eerbiedig de hand die u voedt) en werpen bij wijze van dank en een klein spoortje van protest wegens het niet mogen meedelen in de vierkazenpizzavreugde het muisje voor jouw voeten. There you go, it’s all yours. Tja, daar sta je dan. Terwijl het muisje kronkelt. Al snel zie je: laten leven is geen optie. Dus valt langzaam laten doodgaan ook af. De pil van Drion, die ze vast hebben getest op muizen, ligt niet in mijn medicijnenkastje, dus loop ik maar naar de schuur voor het groffere geschut. In een soort van instinct pak ik een schep en bedenk me dat het beestje uit zijn (of is het een haar?) lijden moet verlossen. So far, so good, één team, één taak, landmacht here I come. Maar dan sta ik opnieuw oog in oog met het hulpeloze beest en wordt mijn verplegersgeweten op de proef gesteld. Kan deze patiënt nog gered worden? Zwachteltje erom, drie maal daags een blokje kaas en het zal wel weer gaan. Maar ik zie dat het niet gaat. En ook die schep lijkt me ineens een minder effectief wapen: ik zal ermee plat op de grond moeten slaan, daarbij zelf bukkend naar de grond en dus richting het object dat ik nu juist liever niet wil raken en vooral niet wil zien in de verplettende val van het tuingereedschap. Dus hef ik in een soort van reflex mijn rechtervoet op, en stamp erop.

Ik heb vaker last van muizen gehad. Niet dat ze achter de plinten zaten: het waren exemplaren in gevangenschap. In een bakje. Iets zoals een aquarium, maar dan zonder water. Een soort van tussenstation tussen het konijn en de cavia. Twee stuks. Zwart waren ze. De namen die ik ze gegeven hebben weet ik niet meer. Het zal ongetwijfeld niet veel poëtischer dan knabbel en babbel zijn geweest. Op mijn slaapkamer. In een bakje. Met zo’n molentje. Waar ze dan leuk in kunnen lopen, zodat hun territorium toch nog oneindig lijkt. In een slaapkamer. Waar je wil slapen. Als de muizen in het molentje gaan. Terwijl jij de slaap wil vatten. Gaan zij rondrennen in hun molentje. Jij wil slapen. Zij niet. Skwiek skwiek skwiek. Onverenigbare combi, al dacht de smeeroliegigant daar heel anders over. Dan ging het een weekje goed. Hoorde je alleen nog skw skw skw. Maar na een week, misschien twee, klonk het weer in het holst van de nacht. Skwiek skwiek. Gek werd je er van. Kon ze wel de nek omdraaien. Of lekker met hun hoofdje tussen dat molentje en dan van je skwiek skwiek. Of gewoon domweg met je schoen erop gaan staan. Maar ja. Ik was nog een kind en vol onschuld, dus leed ik slapeloze nachten en deden zij van skwiek skiek. Wat ze sowieso nooit langer volhielden dan een jaar of wat. Dan kregen ze steevast een bult op hun rug. ‘Ja, dat is een bult op zijn rug,’ zei de dierenarts, een open deur intrappend. Dat had ik zelf ook wel gezien. Het woord kanker had ik nog niet vaak in mijn leven gehoord, en de dierendokter waagde zich er ook niet aan. Hij zou kijken wat hij eraan kon doen. Diezelfde dag ging Mission Muis van start onder de operatielamp. Mijn ouders betaalden uit dierenliefde voor mij een operatie waar de afloop eigenlijk al van vaststond. Ik wachtte de volgende dag de uitslag gespannen af. Op mijn slaapkamer was het stil. Ik miste het geswiek. Dat geluid zou niet meer terugkeren. Mijn vader had me er al op voorbereid. Dat het ook wel eens minder leuk zou kunnen aflopen dan ik had gehoopt. Het eindverslag kwam niet lang daarna. De operatie was geslaagd, maar de patiënt overleden. Of de dierenarts had per ongeluk het bakje laten vallen, de muis was op de grond gekletterd en de assistente vroeg nog ‘waar dan?’ maar zag bij haar achterwaartse manoeuvre het object van haar zoektocht over het hoofd en plette het beestje vakkundig tussen schoenzool en tegelvloer. Kan ook.

[ Wil jij het weblogwoordvanvolgendeweek bepalen, laat 'm dan achter in de comment! ]

Nieuw, new, neu, nouveau, nuovo!

[photopress:nieuw.gif,thumb,pp_image]
Hie. Ha. Hiehahoo. En van je hela hela hola. We dansen de compostella. Etcetera.

Na het laatste kwartaalafschrift leek het me een goed plan weer iets van waar te gaan bieden voor m’n eigen geld. Het is misschien 1.0, misschien is twitter wel veel meer de bom, misschien zijn weblogs gewoon zooo 2009, maar je hebt er één en dus vooruit met de geit. Maandenlang is het hier stil geweest, welnu: beschouw dit dan maar als een doorstart en martijnmuijs 2.0 enzo. Met veel schrijfels over muziek, een beetje radio én… het weblogwoordvandeweek. Heel 2.0 om dat aanmekaarteschrijven, liefs nog met een hashtag ervoor (u weet wel, #, de 2.0 onder de apestaartjes), en het werkt als volgt: drop een onderwerp in de comments, zoals ‘cda-congres,’ ‘huizenmarkt’ of ‘mijnwerker,’ maar ook ‘snor,’ ‘koffiebonen’ en ‘containerreiniging’ komt best wel door de ballotage (oeh, een woord op zich). Eh, kortom: you name it. Schrijf ik een epistel naar aanleiding van dat ene weblogwoord van de week. In hele zinnen, met meer dan 140 tekens, including interpunctie, heel erg niet twitter. Deal? Nu nog die miljoenen bezoekers terugkrijgen op martijnmuijs.nl. Welkom terug!

Solomon Burke 1940-2010

Elvis was The King. Michael Jackson dichtte zichzelf The King of Pop toe. Hij was de onmiskenbare King of Rock ‘n Soul. Every inch a soulman. En nu zijn de drie koningen dood. Afgelopen zondag overleed Solomon Burke. Na net te zijn geland op Schiphol, onderweg naar het volgende optreden dat hij met De Dijk zou geven. Schiphol. Dat heet officieel Haarlemmermeer, en dat staat niet echt rock ‘n roll op je wikipediapagina. Philadelphia, 21 maart 1940 – Haarlemmermeer, 10 oktober 2010. Maar let’s face the facts. Of zoals Huub van der Lubbe in DWDD zei: Solomon was op weg naar één van zijn volgende optredens toen hij door de dood werd ingehaald. Klinkt al iets romantischer.

Ik zag ‘m eens in de Oosterpoort in Groningen. Had toen net z’n comeback gemaakt met de plaat Don’t Give Up On Me. Een zoemend hammondorgeltje in de meeste van de liedjes en die rauwe maar warme stem van Solomon. In het echt was hij al net zo overdonderend, al was het maar omdat hij een kwart van het podium voor zijn troon nodig had, waar hij op zetelde omdat staan te moeilijk was geworden met zijn postuur. De band deed er een versnellinkje bij, de blinde hammondspeler roetsjte over de toetsen, er werden rozen uitgedeeld, dames mochten dansen op het podium, Solomon zong ontelbaar veel soulkrakers, of hij ze nou ooit zelf had geschreven of niet, en de avond was nog lang en onstuimig.

En nu is hij niet meer. Eén van de grootste soulzangers, zowel qua stem als lichaam, overleed op 70-jarige leeftijd. Ik twitterde een stukje tekst uit één van z’n liedjes en rest in peace enzo en had er op kunnen wachten: moet ik die gast ergens van kennen? Tja, tussen de Justin Biebers en Timberlakes viel hij niet meer zo op, al haalde onze eigen Junkie XL hem nog even uit de vergetelheid en naar Pinkpop. En ook de Blues Brothers is alweer even geleden. Echt grote hits had ‘ie nooit. Everybody Needs Somebody To Love kan iedereen nu meebrullen, maar zijn versie haalde de hitparade niet. Toch is hij een even grote legende als Otis Redding, Sam Cooke, Wilson Pickett en James Brown. To name a few. En nu dus toegevoegd aan het lijstje dode soulhelden. En dus een kleine ode. Don’t Give Up On Me.

Nachtegaaltje van Nederland

Bijna 3 miljoen kijkers can’t be wrong: The Voice of Holland is dan weliswaar talentenshow nummer zoveel op televee, maar toch weer een knallend kijkcijfersucces. Deze keer zonder afzeikvoorrondes en dus meteen door naar de gouden strotjes. En verbazingwekkend genoeg zijn dat er na 180 X-Factors, Hollands Got Talents, Idols en Popstars toch nog steeds meer dan je had gedacht. Eén van de namen die wordt getipt voor de grande finale is Ben Saunders. Eerder belden we al effe met hem in de 53n8club.

Ok, so far, zo weinig nieuws onder de zon. Tot ik afgelopen vrijdag een vreugdedansje rond de kijkbuis deed, al moet ik daar opnieuw een muur voor stucen, aangezien er helemaal geen rondje om de tv kan worden gedanst, maar dat terzijde. Tot mijn verbazing zag ik ineens Eva Auad in beeld. Eva wie? Ken je nu nog niet, maar you better should be. Een jaar of wat geleden kreeg ik een promo-cdtje in m’n handen gedrukt ter lering ende vermaack en -je raadt het al- promotie van de betere Zeeuwse popmuziek. Blof en Racoon ken je inmiddels. Maar het eerste liedje werd gezongen door ene Eva Auad. Nooit van gehoord dus.

Roll It Over Me vond ik vanaf dat moment echt een fantastisch liedje. Eva wilde het ‘s ochtends vroeg wel live komen zingen in de studio. Ze werd de eerste en enige die twee keer hetzelfde liedje live deed. Niet omdat ze een valse start had, omdat het zó goed was dat ik ‘m nog een keer wilde horen! Een ander liveliedje dat ze toen deed staat trouwens nog steeds op haar hyves. En toen kwam het grote zwarte gat. Goed zingende boys en girls kwamen en gingen, maar geen Eva Auad. Tot afgelopen vrijdag dus. Ze is glansrijk door naar de volgende ronde enneh… I vote for Eva! Check hier nog één keer waarom:

« Nieuwere berichten          Oudere berichten »
Weblog      Beste Bob      Muijs gemist      Muijst wanted      Contact
© Martijn Muijs 2012