Rendez-vous

France07_158Ik zat achter het stuur van de Mercedes van mijn vader, hij zat naast me op de bijrijderstoel. Zo af en toe wisselden we van plek. Ondertussen was het Franse asfalt alweer een uur of twee onder ons doorgeschoten, en besloten we dat het tijd was voor een frisse neus. Op de borden stond een mesje en een vorkje met nog 2 kilometer te gaan. We waren lekker opgeschoten, we zaten iets ten zuiden van Orléans. Over een uurtje reden we op de rondweg van Parijs, en dan zaten we op de helft. Ondertussen stuurde ik de auto richting de afrit. De ruitenwissers gingen nog een keer op en neer, het was een druilerige dag. We reden het parkeerterrein op, rechts voor vrachtwagens, links voor auto’s. We stopten vlak voor het tankstation, dat welhaast werd overwoekerd door het betonnen gebouw dat er achter en zelfs omheen gebouwd leek. Vanuit dat gebouw leek je naar de overkant van de snelweg te kunnen: er was een corridor over de weg, gemaakt van beton en glas. Sommige mensen keken door de ruitjes naar het voortrazende verkeer onder zich, anderen liepen stoïcijns door naar de andere kant. Ik stopte de auto naast een wit bestelbusje, twee vakken verder aan de linkerkant stond een blauwe Peugeot. Ondanks het miezerige weer besloot ik toch even uit te stappen om de benen te strekken.

Bij het ontgrendelen van de deur viel mijn blik op de Peugeot. Nog voor ik het portier helemaal had opengezwaaid zag ik ze door het raampje. Ik zag het silhouet, maar moest even met mijn ogen knipperen om te bepalen of ik het goed had gezien. In de auto, op de stoel rechtsvoor, daar was het. ‘Zie ik het nou goed?’ dacht ik bij mezelf, terwijl ik uitstapte. Ik had de deur nog in mijn handen, en kon mijn ogen niet van de Franse auto afhouden. Eigenlijk mocht ik van mezelf niet blijven staren, maar het was sterker dan ik zelf. Ik moest er wel naar kijken. Dit was een bijzonder moment, zo hield ik mezelf voor. Ik was zojuist voor het eerst in mijn leven oog in oog komen te staan met een Siamese tweeling. Daar zaten ze, of was het maar één mens met twee hoofden? Ja, op de rechter voorstoel, twee mensen in één. Ik deed een paar passen dichterbij, niet te opvallend, keek ook wat om me heen om het zo natuurlijk mogelijk te laten lijken, maar wendde snel weer mijn hoofd richting de auto zodra het kon. Ik voelde me even een ramptoerist. Maar zoals je ogen naar de ellende op de televisie worden toe gezogen en er niet los van kunnen komen ook al zou je willen, zo moest ik kijken naar dat rechter zijruitje en datgene wat zich erachter afspeelde. Ik liep richting het trottoir, passeerde de Peugeot op zo’n twee meter. Ter hoogte van het portier besloot ik nog één keer te kijken. Ik zag ze zitten. Een man, met bovenop hem een vrouw.

Bij het informatiebord stopte ik. Ik keek quasi geïnteresseerd naar de informatie die erop vermeld stond. ‘Bienvenue à nos autoroutes.’ Met een schuin oog keek ik naar de Peugeot en wat zich erin afspeelde. Een man en een vrouw dus. De man zat zoals een passagier op zijn stoel zit, maar de vrouw lag er vreemd gekronkeld bovenop. Ik vroeg me af waar ze haar benen had gelaten. Ze hadden hun gezichten naar elkaar gedraaid. Ze zoenden elkaar. De vrouw streelde de man door zijn haar, waar hij zijn handen had kon ik niet zien. ‘Zal ik het stuur zo weer even overnemen?’ Ik had niet gemerkt dat mijn vader naast me was komen staan. Ik keerde vlug mijn rug naar de Peugeot, probeerde aan zijn gezicht te peilen of hij ook iets gezien had. Het leek erop van niet. En wat dan nog, dacht ik bij mezelf, maar het voelde toch alsof datgene wat zich afspeelde in die auto alleen voor mijn ogen bestemd was, en misschien zelfs dat niet. ‘Eh ja, is goed,’ zei ik, en bedacht me dat ik dan alweer niet de auto door Parijs heen mocht laveren. Vertrouwde hij me dat niet toe of kwam het toevallig zo uit? Aan de andere kant, uit het raampje kijken was ook geen straf. Genoeg te zien. Vliegtuigen die vertrokken vanaf Orly, de eerste flats die opdoemden, en daarna de zeven heuvels, met daarop de eindeloze rijen huizen, betonkolossen, reclameborden, hier en daar zwervershuisjes van golfplaten en halverwege de Seine. En daartussen het krioelen van auto’s, bussen en vrachtwagens. Tot nu toe was het rustig geweest op de weg, maar dat zou spoedig veranderen. Misschien was het toch niet zo erg om niet zelf achter het stuur te zitten. Ik was ooit eens in Parijs geweest en kon me een hele avond vermaken door uit het hotelraam te kijken naar het verkeer beneden mij. Geen auto bleek deukloos en toen een Parijzenaar in zijn Citroën kwam aangereden bleek waarom. Hij parkeerde in een vak dat op voorhand al te krap leek, maar zette niettemin zijn plan door. Achter boem, naar voren, boem, nog een keer naar achter, nog eens boem, stukje naar voren en hij stond. Op het zebrapad.

‘Ik ga even een ommetje maken’ zei mijn vader en beende weg. ‘Is goed’ mompelde ik half, en bleef staan. In de Peugeot was de situatie onveranderd, behalve dan dat ze waren opgehouden met zoenen. Ze zaten er nog net zo bij, ze leken alleen op de wereld, alsof de wereld buiten de auto niet bestond. De ramen waren een beetje beslagen. Ik vroeg me af wie er nou een parkeerplaats langs de snelweg uitkiest voor wat romantische handelingen. En dat ook nog eens op klaarlichte dag. Ik kon wel betere plaatsen verzinnen, niet alleen romantischer maar ook gemakkelijker voor lijf en leden. Waarom reden ze niet even door naar hun huis, of het hare? Ik keek naar het nummerbord en probeerde aan de laatste twee getallen te zien uit welke regio ze kwamen. Moest in de buurt zijn, er stonden meer auto’s op de parkeerplaats met dezelfde twee cijfers op de nummerplaat. Ondertussen ging het liefdesspel in de auto door. De mond van de vrouw was maar een paar centimeter verwijderd van de zijne. Ze fluisterde vast lieve woordjes. Maar de man schudde plots nee, en wendde zijn hoofd af van haar. Hij keek door het raampje. Naar mij. Ik keek snel de andere kant op, maar hij had me vast gezien en dan ook ontdekt dat ik naar hun stond te staren. Dus liep ik weg, zo onopvallend mogelijk, waarbij het onopvallend weglopen me ineens opvallend moeilijk afging. Ik ging ineens letten of de bewegingen die ik maakte wel onopvallend genoeg waren, en bedacht me dat ik daardoor juist meer opviel. Voor mijn gevoel keek hij nu naar mij. En was zij ook zijn blik gaan volgen. Vier ogen priemden in mijn rug. Ik liep snel in de richting van een vrachtwagen, en verdween uit hun zicht.

Vijf minuten later kwam ik weer aan bij de auto. ‘Zullen we maar weer eens gaan?’ vroeg mijn vader. Ik knikte. Ik keek nog even snel naar de Peugeot en zag dat de vrouw zich had losgemaakt uit de armen van de man. Modern stel hoor, dacht ik, waarbij de vrouw rijdt en de man kaartleest. De vrouw manoeuvreerde zich terug op haar eigen stoel, maar in plaats van het stuur vast te pakken deed ze het portier open. Ze stapte uit. Ze bleef bij het geopende portier staan, terwijl de man naar haar keek. Ze keek niet terug. Langzaam richtte hij zich op, opende de deur en stapte net zo langzaam uit. Het leek in slow motion te gaan, terwijl hij via de voorkant van de auto naar haar kant liep. Ze liet hem er langs, hij stapte in. Ze deed de deur dicht, hij draaide het raampje open. Ze keek niet onvriendelijk, maar er was iets in haar blik dat geen volledig zorgeloos bestaan verried. Ze zeiden nog wat tegen elkaar, zij boog zich voorover en gaf hem een kus. Hij streelde met zijn hand over haar wang, gaf nog een zoen, en startte de auto. Ze was weer rechtop gaan staan, en wuifde langzaam met haar hand terwijl hij achteruit reed. Naast de Peugeot had al die tijd een grijze Renault gestaan, maar ik zag hem nu pas. De vrouw toverde een sleutel uit haar jaszak en liet de lichten van de Renault knipperen. De man in de Peugeot wachtte, zijn auto stond nog in de achteruit. De vrouw stapte in haar Renault en reed bruusk naar achter. De man in de Peugeot rolde nog een metertje naar achter om haar ruimte te geven. Ze zette de Renault in de eerste versnelling en reed weg. De man reed achter haar aan. Ze keek in haar spiegeltje en zwaaide nog één keer. Aan het kenteken zag ik dat ze uit een ander arrondissement kwam.

Mijn moeder, die al die tijd in de auto had gezeten, keek op uit het Franse woordenboek waar ze een paar woordjes uit had opgezocht en zei, terwijl onze auto zich eveneens in beweging zette: ‘da’s grappig, dat rendez-vous eigenlijk gewoon ontmoeting betekent.’

  1. Pien schreef:

    Apart toch, die verschillende belevingen van vakanties… 😉