Retro

retroDeze column verscheen in oktober 2013 als gastbijdrage in Hotspots Magazine, het fashion- en lifestylemagazine voor de Veluwe.

‘Ja, jij moet er mee voor gek lopen.’ Zei mijn moeder altijd als ik dreigde te bezwijken voor één of andere modegrill. Niet dat ze me die luchtgeveerde sportschoenen ging verbieden. Ze wist toch wel dat zoiets averechts zou werken. Ze wilde gewoon even zeker weten of ik ze echt mooi vond of dat ik domweg de rest van de klas achterna liep om erbij te horen. En dus ging ik de winkel weer uit met een paar ongeveerde merkloze schoenen. Liepen minstens zo lekker.

Die sportschoenen zijn er uiteindelijk wel gekomen. Niet dat ik was gezwicht voor de groepsdruk of per se dat merk moest hebben: ik vond ze gewoon mooi. Pas de maandag erop begreep ik waarom ze zo goedkoop waren geweest: dit waren schoenen van zeker twee seizoenen geleden. Maar ze liepen minstens zo lekker.

Ik ben gewoon niet zo modieus. Had pas internet op m’n telefoon toen telefoons niet meer zonder internet werden verkocht. Je kunt nog steeds geen vrienden met me worden op Facebook. Was de allerlaatste die een houthakkersblouse kocht, net nu iedereen gekapt is met het dragen van houthakkersblouses.

Niet zo modieus dus. Nou, zo eens in de vier, vijf jaar dan. Als de gaten in m’n truien vallen en de broeken tot op de draad versleten zijn. Dan wordt het tijd voor iets nieuws. En ben ik weer heel hip. Heel even.

Ik hoef niet zo nodig het nieuwste van het laatste van het hotste. Hou ik mezelf voor als ik voor de kledingkast sta en constateer dat er toch eens inkopen gedaan moeten worden. Het is ook uitstelgedrag. Ik heb het gewoon niet zo op kledingwinkels. Dat je je eerst door een muur van geluid moet heen worstelen voordat je bij de spijkerbroeken bent aanbeland. Dat je in de tussentijd door een kauwgom kauwende winkelbediende argwanend in de gaten wordt gehouden. Dat je met 26 kledingstukken al jonglerend richting de kassa loopt terwijl zij met de armen over elkaar achter de toonbank blijven staan. Of meteen in je nek staan hijgen terwijl je alleen maar even rond wilde kijken.

Of eigenlijk heb ik het niet zo op kleding passen. Ik vind het gedoe. Weer je haar in de war als je een trui aantrekt, weer dat gekriebel van 13 labeltjes in je nek. Weer die broek die net van het haakje schiet als je ‘m daar tijdelijk geparkeerd hebt. Weer die schoenen waar je na veel wrikken eindelijk in schiet, maar die je nooit meer uit krijgt. En dus denk ik: kan nog wel even mee.

Laatst ben ik gezwicht. Ik zag in een Franse schoenenwinkel een paar puntige, glimmende exemplaren. Had ze helemaal niet nodig. Het oude paar vertoont nog helemaal geen slijtagesporen. Kon zo gauw ook geen kledingstukken bedenken waar ze bij zouden passen. Eigenlijk waren ze te fout voor woorden. Maar ik vond ze stiekem mooi. En voor 25 euro hoefde ik ze ook niet te laten staan. Totaal onnodige aankoop dus. Heb ze ook nog maar één keer gedragen. Misschien komen ze ooit nog eens in de mode.